Benoemen en bouwen

januari 21, 2008

Nadat Doekle Terpstra eind vorig jaar zijn ‘beweging tegen Wilders’ had aangekondigd, bleef het geruime tijd erg stil. Begin dit jaar echter lanceerde hij in Trouw het initiatief “Benoemen en bouwen”, waarmee Terpstra en aanhang het respect en de tolerantie in Nederland nieuw leven willen inblazen. Ook de Leidse burgemeester Lenferink schaarde zich afgelopen weekeinde achter de “Benoemen en bouwen”-beweging.

Al tijdens de Nieuwjaarsreceptie van de gemeente Leiden verraste Lenferink zijn borrelende toehoorders met een enthousiaste oproep om een lokale “Benoemen en bouwen” beweging op te starten. In het Leidsch Dagblad van afgelopen zaterdag vervolgt Lenferink zijn pleidooi. Hij doet een “dringende oproep aan de bevolking zich solidair te verklaren met de allochtone medemens.” De burgemeester maakt zich ernstig zorgen over de opkomende intolerantie en verharding, met name het ‘moslim-bashen’ zoals hij het noemt, en ergert zich aan de te zwakke tegenbeweging tegen Geert Wilders.

En zodoende prijkt Lenferinks naam inmiddels ook op de omvangrijke lijst van de ondertekenaars van de “Benoemen en bouwen”-brief van Doekle Terpstra. Op de webpagina van “Benoemen en bouwen” wordt trots gemeld dat de lijst met ondertekenaars nu bestaat uit “een waardig gemêleerd gezelschap waar nu ook de allochtone gemeenschap onderdeel van uitmaakt”. De ondertekenaars komen inderdaad van verschillende politieke partijen (Groenlinks tot en met de VVD is vertegenwoordigd) en ook uit allerlei delen van het ‘maatschappelijk middenveld’ zijn er veel steunbetuigingen voor het geschrift van Terpstra.

Om wat voor een geschrift gaat het hier nu eigenlijk?

De brief, die door iedereen ondertekend kan worden, is een hemeltergend saai epistel vol gemeenplaatsen en open deuren. Het is buitengewoon moeilijk er iets inhoudelijks in te ontdekken. Het valt dan ook niet mee het hele ding in een keer uit te lezen, terwijl de lengte absoluut meevalt. Al in de eerste zinnen wordt het weinig schokkende verlangen uitgesproken dat we “op een prettige en waardige manier met elkaar samenleven”. Daar zal niemand op tegen zijn. Ook wordt vermeld dat mensen respect voor elkaar moeten hebben, ook als hun culturele achtergrond anders is. En vooral niet discrimineren natuurlijk. Er wordt intolerantie en polarisering geconstateerd, en om daar wat tegen te doen, moeten we “stimuleren dat mensen problemen in de samenleving benoemen, aanpakken en oplossen, zodat burgers zich met elkaar verbinden.” Ook daar is geen speld tussen te krijgen. Problemen moeten opgelost worden, inderdaad. Tevens valt te lezen dat we ons aan de wet moeten houden, geen toevlucht moeten nemen tot geweld, en ons dienen te onthouden van extremisme. Als we gewoon maar een beetje fatsoenlijk zijn voor elkaar! Er zijn immers zulke mooie voorbeelden te noemen van prachtige projecten waar allochtone en autochtone Nederlanders respectvol met elkaar samenleven.

De opeenstapeling van goedbedoelde holle oneliners wordt nu bijna ondragelijk. De gemiddelde lezer moet nu toch wel de onweerstaanbare behoefte krijgen om op volle sterkte de eerste plaat van Motörhead op te zetten, het weblog van Jan Peter Balkenende te gaan lezen of harddrugs te gaan spuiten. Hoe weet iemand in vredesnaam zoveel nietszeggende frasen bij elkaar te schrijven?

Toch wordt de tekst aan het einde iets interessanter. “Het is tijd dat wij terugkeren naar de wortels van de Nederlandse traditie en een nieuwe balans vinden tussen de waarden van toen en de waarden van nu”, zo lezen we. Nu heerst intolerantie en polarisering. Toen, vroeger, was alles veel beter, en waren we ‘open en tolerant’.

Maar is dat wel zo?

Een groot deel van de ondertekenaars bestaat uit bestuurders afkomstig van de traditionele politieke partijen, PvdA, CDA en VVD. Kennelijk gaan de opstellers en ondertekenaars van de “Benoemen en bouwen”-brief er van uit dat zij altijd vorm hebben gegeven aan een open, tolerante maatschappij, en dat deze “van oudsher open en tolerante Nederlandse cultuur” om de een of andere reden ons door de vingers is geglipt. Bovengenoemde traditionele politieke partijen hebben echter in de afgelopen decennia een actieve rol gespeeld in de verharding en verrechtsing van de Nederlandse samenleving. Al lang voordat iemand gehoord had van Fortuyn, laat staan Wilders, werd met restrictieve wetgeving, zoals de Koppelingswet en de Vreemdelingenwet van 2000 (Cohen, PvdA), de verharding en intolerantie ingezet tegen migranten, illegalen en vluchtelingen. Kamerleden als Joop Wijn (CDA) en Henk Kamp (VVD) specialiseerden zich eind jaren negentig in het opeisen van harder beleid ten aanzien van asielzoekers en illegalen, en kregen dit ook. Vanaf het eerste kabinet Balkenende – Geert Wilders zat toen nog keurig bij de VVD – nam deze verharding enkel toe: Nederland ontwikkelde het meest restrictieve vluchtelingenbeleid van heel Europa, illegalen werden opgesloten in bajesboten en zelfs kinderen werden in vreemdelingendetentie gezet. Tegelijkertijd werd door de gezamenlijke lidstaten van de Europese Unie de grenzen van Fort Europa jaar na jaar versterkt, met duizenden doden per jaar als gevolg.

Ook op andere terreinen is de verharding al lang geleden ingezet. Onder het aanbidden van de heilige marktwerking werd afscheid genomen van sociale woningbouw en werd de huizenmarkt voor minder prijzige woningen overgeleverd aan commerciële corporaties. De gezondheidszorg werd overgelaten aan commerciële zorgverzekeraars, waardoor een groot deel van de enorm gestegen premies nu opgaat aan peperdure kantoren en reclames voor zorgbedrijven. De verzelfstandiging van energiebedrijven, die enkel uit zijn op een groter marktaandeel en meer winst, jaagt mensen verder op kosten. Opeenvolgende regeringen besloten flexwerk op allerlei manieren te stimuleren, zodat in Nederland nu een groeiend aantal mensen een onzekere, slechtbetaalde baan hebben. Mensen die aangewezen zijn op de sterk ‘gemoderniseerde’ sociale zekerheid, worden opgejaagd als zijnde niet-geïntegreerde profiteurs. Openbaar vervoer moet onder de verzelfstandigde NS winstgevend worden, en wordt dus steeds prijziger. Ook dit door bijna de gehele politiek – èn vakbeweging – gedragen neoliberale beleid heeft geleid tot een verharding van de samenleving.

Dit allemaal onder verantwoording van Elco Brinkmans CDA, Joris Voorhoeve’s VVD en Thijs Wöltgens PvdA, om maar wat willekeurige prominenten te noemen die hun krabbel onder de “Benoemen en bouwen” brief hebben gezet, en die nu jammeren over de verharding van de samenleving – een verharding die op allerlei fronten heeft plaatsgevonden, en die dus voor een belangrijk deel op het conto geschreven kan worden van de bezorgde ondertekenaars van Terpstra’s brief.

Wat moet er dan gebeuren, zult u nu zeggen. Is de beweging tegen Wilders niet te zwak, zoals burgemeester Lenferink beweert? Deze beweging is inderdaad te zwak, maar een initiatief zoals dat van Doekle Terpstra zal – ondanks de ongetwijfeld goede bedoelingen van de ondertekenaars – nog geen deuk in een pakje boter slaan, maar torst zoals gezegd wel een ton boter op het eigen hoofd. “Benoemen en bouwen” blijft steken in algemene vaagheden, want wat wordt er nu eigenlijk benoemd? Afgezien van de wat gratuite oproep dat we allemaal wat toleranter voor elkaar moeten zijn, in feite bitter weinig. Burgemeester Lenferink heeft gelijk dat het ‘moslim-bashen’ “buitengewoon schadelijk” is – maar een degelijke kritiek op Wilders zou bijvoorbeeld al een stuk scherper worden als het zich – in tegenstelling tot Wilders’ eenzijdige moslimfobie – scherp zou afzetten tegen het ultrarechtse en reactionaire gedachtengoed van de politieke islam, en godsdienstwaanzin in het algemeen.

Een beweging tegen Wilders zou sowiezo meer moeten zijn dan een beweging tegen Geert Wilders en enkel diens ideeën over de islam. Zo’n beweging zou zich niet enkel moeten richten tegen moslimhaat en intolerantie, maar ook tegen de nog steeds voortdenderende neoliberale kaalslag van de samenleving, iets waar Wilders – wat helaas maar weinig bekend wordt – ook een fervent voorstander van is.

Eerder verschenen op de Eurodusnie webpagina.

Advertenties

Trends van 2007

januari 5, 2008

Een nieuw jaar kan pas werkelijk van start gaan na een terugblik op het oude jaar. Dit geschiedde hedenavond tijdens een goed bezochte nieuwjaarsreceptie van het Eurodusnie collectief in ontmoetingsruimte de Linkse Kerk in Leiden.

Beste bezoekers van de Linkse Kerk,

Bij een nieuwjaarsreceptie hoort altijd een gezapige terugblik op het oude jaar, dus laten we daar maar snel mee beginnen, dan hebben we dat ook weer gehad. Ik zal mezelf beperken tot drie opvallende trends.

Het volk

Wat in de eerste plaats opvalt aan het jaar 2007 is dat het volk weer helemaal terug is. Het volk, dat wil zeggen de gewone man, en de gewone vrouw op straat. Meer dan ooit lijken politici gefixeerd op het volk. Wie de mening van de man in de straat weet te achterhalen en die kan verkondigen, die is spekkoper, zo lijkt de gedachte. Het nieuwe kabinet schreef een regeerakkoord waarin enkele vergezichten werden vastgelegd, en vervolgens ging men 100 dagen op toernee, om aan het volk te vragen hoe een en ander ingevuld moest worden.

Tenminste, dat was ongeveer de gedachte. Men ging luisteren naar het volk, in debat met de gewone man, om van hem te horen hoe er geregeerd moet worden. Maar daar worden politici toch juist voor betaald, zou je zeggen. Het is merkwaardig: eerst een verkiezingscampagne voeren, waarbij je mensen uitlegt waarom ze op jou moeten stemmen, en als je dan gekozen bent, aan “de mensen in het land” gaan vragen of ze misschien nog goede ideeën hebben.

Nog verder gaan de politici die werkelijk lijken te denken direct de mening van de man en vrouw in de straat te verkondigen. Ze zeggen dat ze heel anders zijn dan de gewone politici, zij weten namelijk werkelijk hoe het volk denkt. Zij zijn niet de spreekwoordelijke zakkenvullers uit Den Haag, maar zij zullen nu ècht wel eens gaan doen wat de bevolking wil! Fortuyn werd met deze aanpak behoorlijk populair, en tegenwoordig spelen Verdonk en Wilders hetzelfde spelletje.

Het is een raar mengsel van gemakzucht, populisme en lafheid waar politici met een dergelijke houding blijk van geven. En het is een soort oplichterij. De mogelijkheden van de parlementaire democratie in Nederland worden immers grotendeels bepaald en beperkt door de wetten van het grote geld. Het eerste kabinet Den Uyl streefde naar een radicale herverdeling van kennis, macht en inkomen, maar stuitte al snel op Den Uyls beruchte ‘smalle marges’ die de markteconomie ons oplegt. Die economie is nu eenmaal niet democratisch georganiseerd, hoeveel referenda en burgemeestersverkiezingen je ook organiseert. Politici zouden er goed aan doen gewoon te erkennen dat we opgescheept zitten met een beperkte democratie, en niet hun oren laten hangen naar het fantoombeeld van de ‘volksmening’, maar in plaats daarvan gewoon zelf nadenken en met goede ideeën komen. Dan merken ze vanzelf wel of mensen het daarmee eens zijn of niet. Hoedt u voor politici die menen dat ze zeggen wat het volk wilt of denkt, want het volk bestaat helemaal niet, net zo min als de gewone man of vrouw in de straat.

Poldermodel

Een tweede trend is de wederopstanding van het poldermodel in Nederland, een kleffe overlegcultuur waarbij conflicten uit de weg worden gegaan, maatschappelijk verzet als onproductief wordt gezien, en vakbonden zich nauwelijks meer onderscheiden van werkgevers. Hans Boot, redacteur van het blad Solidariteit en vorig jaar nog te gast in de zaal hiernaast, citeerde onlangs de volgende hemeltergende uitspraak van FNV-voorzitter Agnes Jongerius:

“Met het kabinet zeggen wij dat werkgever en werknemer in elkaar moeten investeren”.

Dat er wezenlijke belangentegenstellingen bestaan tussen werknemers en werkgevers, die gedachte lijkt bij de FNV-top geheel in rook opgegaan. Terwijl het toch zo simpel is: werkgevers willen geld verdienen en dus zo min mogelijk geld uitgeven aan werknemers. Werknemers willen uiteraard iets heel anders. Vakbonden moeten zich daarom slechts richten op drie brede doelen: meer geld, minder werk en meer vakantie. Maar de FNV omarmt liever het poldermodel, en daarom moeten teveel mensen in Nederland te hard werken voor te weinig geld.

De heilige status van het poldermodel bleek ook uit de woeste reacties die volgden op de scholierenacties van de vorige herfst. Hoe durven die scholieren zomaar hun les te verlaten en voor hun belangen op te komen, zo was in veel commentaren te lezen. Terwijl dat toch les nummer één is als het gaat om sociaal verzet: als je wat wilt bereiken, moet je gaan staken en de straat op gaan, en een hoop lawaai maken. Dat er dan hier en daar een prullenbak sneuvelt of een eitje door de lucht gaat hoort er een beetje bij, en is uiteindelijk peanuts vergeleken met bijvoorbeeld acties in het verleden van Franse boeren, die hun hand niet omdraaiden voor brandende barricades en tientallen kuubs rottende etenswaren op snelwegen. Het poldermodel is in feite niets meer dan een geïnstitutionaliseerde vorm van de kneuterige “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” mentaliteit, waarbij het uit de weg gaan van conflicten en onderdanigheid aan de overheid centraal staat.

Er zijn nog enkele trends waar ik hier, gezien de tijd, helaas niet nader op in kan gaan, zoals de ontsporende consumptiedrift, die er zelfs toe leidt dat sommige IKEA vestigingen niet eens meer open durven te gaan, de wederopleving van het christelijke arbeidsethos, en natuurlijk de nog steeds voortwoekerende opmars van het “platvoerse geraaskal”, zoals columnist Van Doorn het vandaag in dagblad Trouw aanduidt. Ook de War on Terror en de Led Zeppelin reünie laat ik hier even terzijde.

Ik zal me beperken tot één laatste trend, die helaas een blijvertje zal blijken te zijn, namelijk het compleet verdwijnen van de notie van privacy.

Privacy

Vroeger waren er nog veel mensen die waarde hechtten aan het idee dat het de overheid, of het bedrijfsleven, geen snars aanging wie jij was, waar jij heen ging of met wie jij omging. Ik herinner aan het massale verzet tegen de volkstelling van begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Mensen vonden dat het de overheid gewoon niets aanging, met z’n hoevelen wij hier in dit landje wonen. Een identiteitsbewijs werd nog beschouwd als een nazi-Ausweis beschouwd, zoals het hoort.

Helaas zijn de tijden nu veranderd, en nogal ingrijpend ook. Op wat actievoerders na heeft iedereen de legitimatieplicht geaccepteerd, als bestond deze al tientallen jaren. Met het toekomstige rekeningrijden en de ov-chip zijn ieders gangen te achterhalen, als dit al niet gebeurt door de vele bewakingscamera’s die steeds grotere delen van de publieke ruimte afspeuren op potentiële terroristen. In steeds meer bedrijfsgebouwen moet je je legitimeren als je naar binnen wilt, veel discotheken werken met persoonlijke streepjescodes, wie in Schiphol snel naar z’n vliegtuig wil kan door de irisscan heen, en wat mensen voor de rest nog aan persoonlijke informatie hebben zetten ze wel op hun hyves of myspace pagina. Mensen melden zich tegenwoordig zelfs vrijwillig aan voor websites, waarop hun lokatie van hun mobiele telefoon voor de hele wereld is te zien. Zoals schrijver Ronald van Haasteren het vorig jaar omschreef: “Het verlangen om als transparante mens door het leven te gaan, lijkt niet te stoppen en alleen maar aan populariteit te winnen.” Privacy behoort definitief tot het verleden, net als de kroontjespen, het palingtrekken en de paardenschuit.

De overheid haakt gretig in op deze trend, door dna van criminelen op te slaan, de legitimatieplicht te pas en te onpas af te dwingen, en privé-gegevens van internetproviders op te eisen. Ik kan me politieke demonstraties herinneren, waarbij door boze deelnemers “Nederland politiestaat!!” werd geroepen. Ik vond dat altijd wat overdreven. Twee weken geleden publiceerde nota bene de Telegraaf een artikel met de kop “Nederland bijna politiestaat”.

Vorige week kregen we bij Eurodusnie een e-mail van het Korps Landelijke Politiediensten, met het volgende verzoek:

Geachte heer, mevrouw, Het Korps Landelijke Politiediensten is door het kabinet gevraagd op het internet te gaan surveilleren. Gekeken wordt op welke wijze pro-actieve inzet van de politie op het net kan worden gerealiseerd. Wij zijn geïnteresseerd in uw ervaringen als ‘moderator’, en zouden graag met u van gedachten wisselen over de aanpak van internetsurveillance”.

Of we als burgers zelf maar even willen meewerken met het in de gaten houden van elkaar. In de DDR hadden ze dat vroeger efficiënt geregeld. Zoals een beroemd politicus het zo fraai kan uitdrukken: veel gekker moet het in Nederland niet worden!

Nog een fijn nieuwjaar allemaal.

Topinkomens en dalinkomens

december 20, 2007

Het lijkt op het rituele gebabbel over een mogelijke Elfstedentocht, alleen dan gebeurt het wat vaker: de om de zoveel tijd oplaaiende discussie over de topinkomens. Linksige mensen kunnen zich weer eens ouderwets kwaadmaken, en uiteindelijk gebeurt er helemaal niets. Dit in tegenstelling tot de dalinkomens: die zijn volop in beweging, naar beneden.

Vier jaar geleden ontwikkelde ex-Unilever topman Moris Tabaksblat de zgn. “Code Tabaksblat”, een gedragscode voor beursgenoteerde bedrijven die er – door afspraken over transparantie en het beperken van gouden handdrukken – uiteindelijk toe zou moeten leiden dat de ‘graaicultuur’ bij commissarissen en bestuurders van bedrijven enigszins zou worden beteugeld. Uiteraard mislukte dit falikant, want een cultuur waarbij topbestuurders tegen de tien miljoen verdienen en bij vertrek of verkoop bonussen meenemen van tientallen miljoenen, die verander je niet zomaar. Zeker niet als in het nabije buitenland de bonussen en inkomens nog vele malen hoger zijn.

En dus laait elke keer de discussie weer op, met steeds dezelfde argumenten, dezelfde gespeelde woede van goedverdienende sociaaldemocraten en vakbondsbobo’s, en steeds dezelfde uitkomst: nihil komma nul. Maar dat staat dan weer zo lullig, dus voor de vorm benoemt men dan een nieuwe commissie, die de materie weer eens moet gaan bestuderen. Deze keer was dat de Commissie Frijns. De conclusie van Jean Frijns, oud bestuurder van het ABP: de topinkomens moeten met rust worden gelaten, want anders vertrekken ze misschien naar het buitenland. Dat is dus hetzelfde argument dat al dertig jaar wordt ingebracht tegen het fiscaal aanpakken van topinkomens. En dus gebeurt er weer niets (al sputtert Wouter Bos nog wat tegen) en kunnen de topinkomens fijn blijven stijgen; op het ogenblik met zo’n tien procent per jaar.

Dit in tegenstelling tot de ‘dalinkomens’ die de laatste jaren in toenemende mate onder druk staan. Het grappige is dat de druk om de laagste inkomens verder te verlagen ondersteund wordt met hetzelfde argument dat gebruikt wordt om de topinkomens te verhogen: gebeurt het niet, dan vertrekken bedrijven naar het buitenland. De druk op de lagere inkomens is onder meer te zien in de sector van de postbezorging. Het rondbrengen van post was tot nu toe een eerbaar beroep; je verdiende er geen scheppen geld mee, maar je ontving een salaris waar je fatsoenlijk mee rond kon komen; bovendien waren er aardige secundaire arbeidsvoorwaarden.

Liberalisering

Als het aan het kabinet, TNT post en de Europese Unie ligt, verandert dit zo snel mogelijk en worden postbodes onderbetaalde stukloners. Zoals alles in de Europese Unie moet ook de postmarkt geliberaliseerd worden. Dit betekent grotere concurrentie op de postmarkt, en dus moeten de lonen naar beneden. TNT post, dat zo’n 60.000 postbodes in dienst heeft, wil er graag 10.000 van ontslaan. Hiervoor in de plaats komen flexibele krachten, die veel minder verdienen dan de oude postbodes. Dit moet, want de concurrenten van TNT (zoals Sandd en Selekt Mail) betalen stukloon aan hun postbezorgers, en daar moet TNT tegenop kunnen concurreren. Stukloon is lekker makkelijk: je betaalt als bedrijf mensen uiteindelijk zo’n 5 euro per uur, je hoeft geen arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ze af te sluiten en vakantiedagen hoef je niet aan te bieden. Ziedaar de zegeningen van de marktliberalisering.

Toch is er een tijdelijke kink in de kabel: in Duitsland is men namelijk op het vreselijke idee gekomen om een minimuminkomen van maar liefst 8 euro in te voeren voor de postbodes. De reacties uit het bedrijfsleven waren furieus: hoe durft men zulke gigantische salarissen voor te stellen? Dat kunnen we toch niet betalen?? Ook TNT-topman Peter Bakker (die dit jaar voor zichzelf een salarisstijging van 42 procent heeft geregeld) sprak er schande van, en kondigde aan dat TNT op die manier onmogelijk kan gaan concurreren op de Duitse markt.

En dus blijft Deutsche Post voorlopig heer en meester op de Duitse postmarkt, zodat de aandelen van dit oude – inmiddels ook geprivatiseerde – staatsbedrijf flink stegen, iets waar Deutsche Post bestuursvoorzitter Klaus Zumwinkel fijn van kon profiteren, door meteen een persoonlijke optie op 200.000 aandelen van zijn eigen bedrijf uit te oefenen.

Pulpbaantjes

Ook in Nederland moet de afronding van de liberalisering van de postmarkt (middels de Postwet) even pas op de plaats maken, vanwege de situatie in Duitsland, maar ook omdat er nog een conflict is over de arbeidsvoorwaarden van Nederlandse postbezorgers. TNT vind dit niet zo erg – nu kunnen zij namelijk nog een tijdje alleenheerser op de Nederlandse markt blijven. Nieuwkomers als Sannd en Selekt Mail zijn echter woedend door het uitstel van de Postwet. Sandd-directeur Bart Stomphorst begrijpt niet waarom mensen iets tegen het stukloon hebben: “Honderdduizenden werken zo in Nederland, bijvoorbeeld als krantenbezorgers, garnalenpellers of aspergestekers” (Volkskrant, 15 december). Dat stukloon ertoe leidt dat mensen minder dan het minimumloon verdienen, en dat het dan toch wat lastig wordt om nog je huur te betalen, dat interesseert deze man natuurlijk geen fluit.

En binnen de logica van het kapitalisme heeft hij ook wel gelijk. Economisch journalist Olav Velthuis legt het uit in de Volkskrant van 8 december: de strijd van vakbonden tegen stukloon is een achterhoedegevecht. Stukloon is namelijk “onvermijdelijk na privatisering”: “de markt raakt daardoor zo gefragmenteerd dat nieuwe toetreders het zich eenvoudig niet kunnen permitteren om een leger postbodes in dienst te nemen. Dat is veel te duur”. En dus worden postbodes een soort pizzakoeriers.

Jammer dat die mensen voor het bezorgen van post slechts 5 euro per uur krijgen. Dat hoort nu eenmaal bij een geliberaliseerde markt.

Er is echter één enorm voordeel: door de postliberalisering kunnen Nederlanders zelf gaan kiezen door wie en door welk bedrijf zij hun brieven laten bezorgen. Is dat vooruitgang of niet?

Gepubliceerd op de Eurodusnie website, december 2007

De kiezers van TON

december 18, 2007

De wegen van de Nederlandse kiezer zijn soms ondoorgrondelijk, en dat geldt in het bijzonder voor de aanhang van Rita Verdonk. Het programma NOVA probeerde afgelopen zaterdag iets concreets boven water te krijgen over de beweegredenen van de ‘Verdonkianen’. Dat mislukte jammerlijk. Verdonk is een politica met een vrijwel leeg programma, gesteund door mensen die niet weten wat ze willen.

Flink wat mensen maken de overstap van de SP naar de beweging van Rita Verdonk, werd dit weekend gemeld door het programma NOVA. Dat is natuurlijk fascinerend. De redactie van het programma selecteerde een ‘representatieve’ groep kiezers die een politieke sprong van de SP van Marijnissen naar TON van Verdonk had gemaakt, en probeerde de motieven van deze mensen te achterhalen. Dat resulteerde in een pijnlijke uitzending.

Daar kwamen ze dan één voor één in beeld, de gewone man en de gewone vrouw, die eerst hun vertrouwen hadden geschonken aan Marijnissen, maar nu gevallen waren voor de “recht door zee” uitstraling van de voormalige Minister van Vreemdelingenzaken. Hier spraken de Nederlandse kiesgerechtigden; de mensen voor wie het stelsel van parlementaire democratie met evenredige vertegenwoordiging ontworpen is, mensen die in dit ontwikkelde land, product van de Verlichting, een opleiding hebben genoten.

NOVA: “Op wie heeft u de laatste keer gestemd? ”

man (hobby: “Ik maak zelf heel veel web-pagina’s”): “Marijnissen. Hij staat wat dichter bij de burgers, dan de rest van de partij, denk ik.” Later meldt deze man: “Een gewone burger die ons land gaat besturen. Dat was mijn gedachte over Jan Marijnissen”.

vrouw: “Op Agnes Kant. Een vrouw, dat vond ik wel leuk”.

andere man: “Ik heb gestemd op Jan Marijnissen. Ik wilde die gewoon een kans geven… de politiek in Nederland vond ik heel slecht voor de bevolking geworden. Er wordt niet meer naar de mensen geluisterd…daarom heb ik Jan Marijnissen een kans gegeven… omdat die man eerlijk overkwam.”

een oudere vrouw (favoriete tv-programma: “Sie-es-Aai”) weet te melden: “Ik denk nou, ik denk die man hep zulke grote plannen, als we die in de regering hebben, dan krijgen we misschien éindelijk, éindelijk es een keer een regering. Want wat we nou hebben, da’s een hoop lege zakken.”

Waarom vinden deze mensen Verdonk nu ineens zo interessant? Luister naar de analyses van de voormalige SP-stemmers.

“Rita Verdonk is toen bij mij in beeld gekomen, omdat zij als minister dingen zei, en daar ook voor stond”.

“Verdonk. Ze heeft wel haar op de tanden. Ze durft tenminste de mond open te doen”.

“Omdat ze eerlijk is en recht voor haar mening uitkomt”.

“Je ziet, ze staat voor haar ding, wat ze doet”.

Een peinzende NOVA-medewerker probeert wanhopig enige inhoud in het programma te krijgen: “Waar ziet u dat aan? ”

“De hele uitstraling van die vrouw. Ja.”

NOVA: “Kunt u een moment noemen…. iets wat gezegd is… of…”

“Niet echt, nee”

“De mensen in het land”

Werkelijk niemand slaagt er in ook maar één concreet punt op te noemen waardoor men ertoe gekomen is voor Verdonk te gaan kiezen. Het gaat enkel om een soort uitstraling, een idee dat Verdonk “dichter bij de mensen staat” en werkelijk gaat doen wat “de mensen in het land willen”. Maar wat willen deze mensen dan? Dat is niet helemaal duidelijk. Het krantje De Pers wist het volgende prachtige citaat van een Verdonk-fan van de hyves-pagina van de ex-minister te plukken: “Weet nog niet waarom, want ik moet nog afwachten, maar toch straalt u bij mij uit dat u gaat waar u voor staat en wat u belooft. Ik stem op u in de toekomst”.

Dat hebben we in Nederland toch maar mooi bereikt: iemand weet vijftien zetels in de peilingen binnen te slepen zonder programma, gesteund door mensen die niet eens kunnen aangeven waarom ze op iemand gaan stemmen. Zelfs Fortuyn wist dit niet te presteren. De toekomstige Verdonk-stemmers leven met het waanidee dat er kennelijk zoiets bestaat als “de mening van de man en vrouw in de straat” die vertegenwoordigt kan worden door “mensen die de mening van de man in de straat kennen”. Het is een verlangen naar een paradijselijke wereld met alleen maar gewone mensen met dezelfde gewone mening; een wereld die nooit heeft bestaan en nooit zal bestaan. In het zelfde artikeltje in De Pers wordt gesproken van een “heimwee naar een onschuldiger Nederland, een land om trots op te zijn, waar de kerstballen nog van glas waren”.

Vreemd is eng

In zo’n nostalgische droomwereld is afkeer van alles wat vreemd en onbekend is nooit ver weg. Trots op Nederland staat voor veel Rita-stemmers voor ‘behoud van Nederland’, zo leren we uit de NOVA-uitzending: “Trots op Nederland. Maar het moet wel òns Nederland blijven”. Want er gebeuren rare dingen in het land. De maker van web-pagina’s: “Dat wat hier gebeurt, dat dragen van boerka’s, dat kan absoluut niet wat mij betreft”, gevolgd door: “Het wordt dadelijk wel heel erg makkelijk om bedrijven te overvallen, omdat je een boerka draagt”.

Die criminele buitenlanders moeten dan maar over de grens worden gezet, meent de oudere vrouw die graag naar “Sie-es-Aai” kijkt. Het wordt immers al minder knus in Nederland met al die vreemde gasten: “Ik vind buitenlanders eten best wel lekker. Maar als ik dan in de stad loop, dan is het de ene swarma tent na de andere (…) ik mis gewoon de Hollandse gezelligheid op de markten”. Die markten zijn er nog genoeg natuurlijk, maar ze zijn niet blank genoeg meer, dat wil mevrouw zeggen. “Alle grenzen gaan maar open, alle buitenlanders die naar binnen komen, je krijgt hoe langer hoe meer ellende, dat vind ik eigenlijk niet zo goed”.

Nog een stukje Rita Verdonk dan, om deze prachtige analytische uitzending van NOVA af te sluiten. Ze legt uit hoe ze aan de naam “Trots op Nederland” is gekomen:

“En wróm noem ik die beweging zo? omdat ik eh… nou wat ik hoor in het land is dat héél veel mensen gewoon genoeg hebben van de huidige politiek. Heel veel mensen zijn niet meer geïnteresseerd in wat er in Den Haag gebeurt. Dáár wil ik wat aan doen.”

De zelfingenomen proleet zonder standpunten positioneert zich graag buiten “de huidige politiek”. Daar zitten namelijk de gewone mensen, van wie we de treurige meningen en het wanhopige verlangen naar een Anton Pieck-achtig Nederland dat nooit bestaan heeft een hele uitzending krijgen voorgeschoteld. Nog één keer de oude Rita fan: “Ze doet me echt aan me oma denken. Daar was de hele familie bang van”.

Aan het einde van de uitzending mag Jan Marijnissen zijn woordje nog doen. Hij vindt het spijtig dat al deze geweldige mensen zijn partij de rug hebben toegekeerd: “Ontzettend leuke, aardige mensen, die toch een beetje van buitenaf naar de politiek kijken. (…) Ik wil die mensen niet kwijt”.

Wees maar blij dat je ze kwijt bent, Jan.

Doris Lessing

december 17, 2007

Doris Lessing ontving dit jaar de Nobelprijs voor literatuur. In haar toespraak bij het aanvaarden van deze prijs liet ze weten verontrust te zijn over het gebrek aan algemene kennis bij mensen tegenwoordig, met name het gebrek aan kennis over literatuur. Lessing koppelt deze ontwikkeling aan de opmars van internet:

We are in a fragmenting culture, where our certainties of even a few decades ago are questioned and where it is common for young men and women who have had years of education, to know nothing about the world, to have read nothing, knowing only some speciality or other, for instance, computers.

What has happened to us is an amazing invention, computers and the internet and TV, a revolution. This is not the first revolution we, the human race, has dealt with. The printing revolution, which did not take place in a matter of a few decades, but took much longer, changed our minds and ways of thinking. A foolhardy lot, we accepted it all, as we always do, never asked “What is going to happen to us now, with this invention of print?” And just as we never once stopped to ask, How are we, our minds, going to change with the new internet, which has seduced a whole generation into its inanities so that even quite reasonable people will confess that once they are hooked, it is hard to cut free, and they may find a whole day has passed in blogging and blugging etc.

Heeft Lessing gelijk? Ik denk het wel. Mensen besteden enorm veel tijd aan het rondkijken op internet, en hebben minder tijd voor literatuur, en voor het rustig opnemen van informatie. Het paraat hebben van kennis wordt door veel mensen niet meer als relevant gezien – er is immers toch wikipedia?

Toch is er ook een soort tegenbeweging aan de gang. Ik hoor steeds vaker dat mensen zich ergeren aan het belang dat aan internet wordt gehecht, en dat mensen kritischer worden over het gebruik van internet – ook hun eigen gebruik.

Laten we niet vergeten dat internet een betrekkelijk nieuw verschijnsel is. Vijftien jaar geleden bestond internet nog nauwelijks. Het duurt even voordat mensen het op haar waarde kunnen inschatten en er op een nuchtere manier mee om kunnen gaan. Als dat gebeurt, hoeft internet geen bedreiging te zijn voor de cultuur.

Want laten we niet vergeten dat internet best wel handig kan zijn- zo is de toespraak van Lessing online in vier talen beschikbaar, en wie te lui is om te lezen, kan met Windows Media Player naar de toespraak van Lessing kijken. Dat kon vijftien jaar geleden nog niet.

Scholierenacties

november 20, 2007

Vandaag liep ik in mijn woonplaats Leiden ineens tegen de grootste demonstratie op die ik hier ooit in de binnenstad heb gezien: meer dan duizend scholieren trokken door het centrum en verzamelden zich massaal op het Stadhuisplein om te protesteren tegen de “1040 uren norm” van Minister Plasterk van Onderwijs. Ook in veel andere steden gingen scholieren de straat op, waarbij hier en daar een eitje door de lucht vloog.

De acties van de scholieren, die trouwens ook gesteund worden door veel leraren en ouders, richten zich tegen de regeringsplannen die erin voorzien dat middelbare scholen voortaan minstens 1040 uren les moeten aanbieden in de onderbouw. Dit leidt er volgens de scholieren toe dat men op sommige dagen tot vijf uur op school moet zitten, en veel leraren beweren dat door deze “Plasterk-norm” de kwaliteit van het onderwijs achteruit kan gaan. De actievoerende scholieren zijn natuurlijk met name verontrust over het gegeven dat ze in de toekomst langer op school moeten zitten. Excursies en ‘niet-verplichte lesuren’ worden namelijk in de nieuwe norm niet meer meegeteld, waardoor de tijd die leerlingen op school moeten vertoeven zal toenemen.

En daar hadden de actievoerende scholieren die vanmiddag luidruchtig door Leiden liepen duidelijk geen zin in. Later op de radio hoorde ik een leerling verklaren dat hij het al druk genoeg heeft op school, dat de hoeveelheid huiswerk ook niet minder wordt, dat hij ook nog tijd kwijt is aan het baantje waarmee hij wat geld wil verdienen, en dat hij daarnaast graag wat vrije tijd wil overhouden. Wie kan hem ongelijk geven?

De acties van de scholieren vandaag zijn in drie opzichten interessant. In de eerste plaats één van de belangrijkste doelstellingen van de acties: men wil minder lesuren – minder werkdruk, dus – en meer vrije tijd. Dat is een eis die volledig in strijd is met de huidige tijdsgeest, die van iedereen verlangt harder en langer te werken, terwijl je daarnaast, om de moderne ontwikkelingen bij te houden, volgens sommige idioten ook nog “levenslang moet leren”. Wim Kok, voormalig vakbondsman en tegenwoordig grootverzamelaar van commissariaten, verkondigde vorige week in de Volkskrant nog dat Nederlanders langer moeten gaan werken, en dat het maar eens gedaan moet zijn met economische ‘bottlenecks’ als arbeidsduurverkorting en de vut. En dat voor een partij die ooit nog de 25-urige werkweek bepleitte!

Het is hartverwarmend en volkomen terecht dat de scholieren radicaal breken met deze tijdsgeest, en opkomen voor hun recht op vrije tijd. Minder werken en meer vrije tijd zijn juist tekenen van beschaving en vooruitgang, dus ook in dit opzicht moeten de acties van de scholieren worden toegejuicht.

Een tweede interessante kant van de acties van de scholieren is het spontane, maar tegelijk goed georganiseerde karakter ervan. Twee dagen geleden wist nog niemand dat vandaag zoveel leerlingen de straat op zouden gaan. Een berichtje via het chatprogramma MSN, waarmee veel scholieren contact met elkaar onderhouden, zou gisteren en vanochtend als een lopend vuurtje over het internet zijn gegaan. Het gegeven dat één rondzingend berichtje op het internet binnen een dag tot massale acties kan leiden is buitengewoon interessant, en zal bij de overheid ongetwijfeld tot enige onrust leiden.

Het derde boeiende kenmerk van de acties van vandaag is dat deze grotendeels buiten de planning en tegen de wil van de officiële scholierenvakbond LAKS hebben plaatsgevonden. LAKS-voorzitter Sywert van Lienden noemde de acties van vandaag “niet handig”, want hij had liever gezien dat deze volgende week plaatsvonden, tijdens de behandeling van de onderwijsplannen in de Tweede Kamer. LAKS had voor vandaag een beperkte actie gepland, maar moest tot haar verbijstering constateren dat de meeste scholieren vandaag al zin hadden in een massale actie. Het feit dat scholieren zich niks aantrekken van hun “officiële vakbond” die de protesten graag in keurige banen wil leiden, getuigd van een gezond wantrouwen tegenover autoriteiten en ingekapselde vakbondsorganisaties.

De protesten zijn hier en daar niet helemaal netjes verlopen, en daar wordt natuurlijk alom schande van gesproken. Maar ja, wie boos is, moet dat ook laten zien – de overheid ziet natuurlijk het liefst vlekkeloze, vreedzame protestacties, maar zo simpel is verzet niet te kanaliseren. Dus vloog er hier en daar een eitje door de lucht, werd er een rotje aangestoken, werd er “niet naar de politie geluisterd” (Purmerend), viel er een plantenbak omver, werden er winkelwagentjes gestolen en ontstond hier en daar een vreugdevuurtje. In Leiden waren de autoriteiten door deze maatschappij-ontwrichtende activiteiten dusdanig in paniek dat een politiehelicopter werd ingezet. De sterke arm werd in het hele land massaal ingezet, en werkte zelfs actief mee om de leerlingen te verhinderen überhaupt te gaan staken: in Enschede joeg de politie 250 leerlingen van een andere school weg bij een stedelijk lyceum, en voorkwam zo dat leerlingen op deze school zich aansloten bij de acties.

Inmiddels laten talloze gezagsgetrouwe burgers op webfora zich minachtend uit over de scholierenacties, en wordt er steen en been geklaagd over de “vernielingen en verstoring van de openbare orde”. Elsevier spreekt van “rellende scholieren” die de straat opgingen. “Zolang “onze” jeugd geen cent bijdraagt aan onze economie en kan werken aan een toekomst op kosten van de belastingbetaler moeten ze hun mond houden”, merkt een verontwaardigde Elsevier-lezer op.

Zo’n reactie alleen al toont aan dat de scholieren op de goede weg zitten. Jongens en meisjes, goed gedaan!

bron: Eurodusnie website, november 2007.