Archive for the ‘Overig’ Category

Klimaatneutraal

juli 5, 2007

Live Earth wordt het grootste ‘bewustmakings’ -spektakel ooit, wat op zich niet onzinnig is, aangezien de opwarming van de aarde deze eeuw ingrijpende gevolgen gaat hebben, met name voor arme landen in het zuiden. In de aanloop naar 7-7-7 verschijnen overal oproepen om van alles en nog wat ‘klimaatneutraal’ te gaan doen. Maar is het concept ‘klimaatneutraal’ wel zo tof?

“Klimaatneutraal” is in feite een vrij eenvoudig concept. Door productie en menselijke activiteiten waarbij producten worden gebruikt komt kooldioxide vrij. CO2 is op zich geen schadelijk gas, en het broeikaseffect dat onder meer door CO2 in stand wordt gehouden, is noodzakelijk voor het leven op aarde. Het probleem is dat er teveel CO2 vrijkomt in de atmosfeer, waardoor het broeikaseffect te sterk is. Het ‘klimaatneutraal’ maken van productie- en consumptieprocessen wordt bereikt door het aanplanten en laten groeien van bomen, die CO2 opnemen. Hierdoor wordt de te grote uitstoot van CO2 gecompenseerd.

Hype

“Klimaatneutraal” is absoluut de hype van het moment. De HIER-coalitie, drijvende kracht achter de Nederlandse klimaatactie op 7 juli, stelt dat je door klimaatneutraal te worden “echt kunt bijdragen aan de oplossing”. Van het klimaatprobleem, dus. Klimaatneutraal kamperen, klimaatneutrale glastuinbouw, klimaatneutraal sporten, klimaatneutrale tapijt-tegels. Normaal heeft een klimaatneutrale cd opgenomen, en in Eurodusnie’s Linkse Kerk wordt klimaatneutraal bier getapt. Tegenover de uitstoot van C02 die gepaard gaat met deze producten/activiteiten en de totstandkoming ervan staat dus een hoeveelheid bomen. Zo kan een leasauto-park van een bedrijf, bestaande uit 10 wagens, gecompenseerd worden met 2500 bomen. En een retour Barcelona met het vliegtuig kost 5,3 boom.

“Klimaatneutraal” is zeker geen zinloze hype, maar heeft wel een verraderlijke kant, omdat het de suggestie wekt dat de schadelijke effecten van een bepaald product of een bepaalde activiteit volledig wordt opgeheven en hiermee het ‘probleem’ dus helemaal is opgelost.

Vliegen

Laten we als voorbeeld kijken naar klimaatneutraal vliegen, wat erg hip is. Mensen kunnen tegenwoordig wat meer betalen voor een vliegticket, en krijgen daarmee de garantie dat met dit geld wat bomen worden aangeplant. Maar dit betekent niet dat de milieuproblemen die worden veroorzaakt door vliegverkeer hiermee teniet zijn gedaan.

Een klein deel van de wereldwijde CO2 uitstoot wordt veroorzaakt door het luchtverkeer. Maar kooldioxide is niet het enige wat vrijkomt door de luchtvaart. Vliegtuigen produceren ook fijn stof, wat bij inademing zeer schadelijk is. Daarnaast wordt stikstofdioxide geproduceerd, wat tevens bijdraagt aan de luchtvervuiling. Bovendien hebben fijn stof, stikstofdioxide maar ook waterdamp dat door vliegtuigen op grote hoogten wordt uitgestoten, een direct effect op de ozonlaag en dragen ze bij aan het broeikaseffect. De contrails die worden gevormd – de bekende ‘strepen’ die ontstaan doordat waterdamp bij kerosineverbranding op grote hoogte omgezet wordt in ijskristallen – dragen bij tot het minder bekende effect van ‘global dimming’. Andere schadelijke stoffen, zoals koolwaterstoffen, komen in het milieu terecht en verontreinigen het grondwater.

Vliegverkeer draagt daarnaast op verschillende manieren bij aan een slechtere leefkwaliteit. Vliegvelden produceren stank, en in de wijde omgeving van vliegvelden hebben duizenden mensen last van het lawaai van vliegtuigen. Dit uit zich onder andere in slaapproblemen, stress en concentratie-stoornissen. Daarnaast zijn er effecten die niet meteen milieu-gerelateerd zijn, zoals de kans op ongelukken, en de enorme hoeveelheid ruimte die wordt opgeslokt door vliegvelden.

Allerlei relativeringen kunnen natuurlijk worden losgelaten op de bovenstaande gegevens. Zo produceren auto’s veel meer fijn stof dan vliegtuigen, en wordt er flinke vooruitgang geboekt in het terugbrengen van de uitstoot van schadelijke stoffen bij de verbranding van kerosine. Ook zijn er vliegtuigmotoren ontwikkeld die minder lawaai produceren en verbruiken vliegtuigen relatief gezien weinig brandstof. Tegelijkertijd is er echter sprake van een dramatische toename van het vliegverkeer, wereldwijd – alleen al vanaf Schiphol verdubbelde het vliegverkeer sinds 1990. Hierdoor worden de positieve effecten van technologische innovatie weer grotendeels onderuit gehaald.

Door klimaatneutraal te vliegen, ‘neutraliseer’ je dus maar een deel van de milieuschade die door de luchtvaart wordt veroorzaakt. Een vergelijkbaar verhaal kan worden opgehouden over autorijden. Of over internet: veel mensen veronderstellen dat internet “goed is” voor het milieu, doordat het thuiswerken gemakkelijker maakt en er minder papier nodig is. Hier en daar wordt zelfs klimaatneutraal internet gepropageerd. Maar bij de productie van steeds meer computerapparatuur wordt, naast veel kostbare grondstoffen, zeer veel energie gebruikt, om nog maar te zwijgen van het explosief gestegen energiegebuik door het dag in dag uit aanstaan van miljoenen servers die internetgebruikers faciliteren.

Het eerste probleem van het concept “klimaatneutraal” is dus dat het hooguit een deeloplossing is van het probleem. Maar ook praktisch gezien is het concept ‘klimaatneutraal’ problematisch. Bomen zuigen kooldioxide op, maar als ze afsterven, komt dit weer in de atmosfeer terecht. Aan het einde van hun leven zouden bomen daarom gekapt moeten worden en begraven, zodat het CO2 niet ontsnapt. CO2 opslag is echter duur en omslachtig. En als er vóór die tijd een flinke bosbrand uitbreekt is de moeite voor niks geweest, dan komt alle CO2 weer in de atmosfeer terecht. Daarnaast is het zo dat bomen weliswaar kooldioxide vastleggen, maar tegelijk het broeikasgas methaan produceren.

Een wezenlijker probleem van het concept ‘klimaatneutraal’ is dat het mensen de indruk geeft dat ze er onbezorgd op los kunnen consumeren, nadat het extraatje dat ze betaald hebben voor de ‘neutralisering’ van hun gekochte product of activiteit ze een goed gevoel heeft bezorgd. Meer algemene problemen als overconsumptie, verspilling en het alsmaar stijgende gebruik van grondstoffen worden hierdoor naar de achtergrond gedrongen. Een aantal grondstoffen, waaronder uranium, koper en aardolie zullen nog deze eeuw eenvoudigweg op zijn, of beter gezegd, de winning van de schaarse hoveelheden die er overblijven zal zo kostbaar zijn dat het niet meer rendabel is.

Wat dan?

Veel belangrijker dan allerlei producten en activiteiten klimaatneutraal te maken, is daarom een combinatie drie ‘goede voornemens’.

In de eerste plaats moet de ontwikkeling van energiezuinige technologieën en het gebruik van duurzame energie meer worden gestimuleerd. Als computers de helft van de hoeveelheid energie die nu nodig is zouden gebruiken, zou dat een heel wat effectievere milieuwinst zijn dan het moeizame gedoe van bomenaanplant. Computers verslinden energie en alleen het bedrijf Google heeft wereldwijd 450.000 servers draaien. Als computers toe konden met de helft aan stroom, zou dit een kolossale bezuiniging zijn op het energiegebruik. Nieuwe kerncentrales zouden dan zowieso niet gebouwd hoeven te worden.

In de tweede plaats moet er veel meer aandacht komen voor recycling. De niet-vernieuwbare grondstoffen die op aan het raken zijn, kunnen maar beter zoveel mogelijk hergebruikt worden. Neem als voorbeeld mobiele telefoons: hiervan zijn er wereldwijd al meer dan 3 miljard. Alleen al in de eerste drie maanden van dit jaar werden er 240 miljoen mobieltjes verkocht. Nog slechts een klein deel van deze apparaatjes wordt gerecycled. Dit geldt ook voor de stof tantalium, dat gemaakt wordt van het in Congo (middels slavenarbeid) gewonnen erts coltan. Het recyclen van het grootste deel van de door mensen gebruikte apparaten zou een immense besparing betekenen op de benodigde hoeveelheid ‘nieuwe’ grondstoffen.

In de derde plaats is er een ontwikkeling nodig die minder populair zal zijn: er zal minder geconsumeerd moeten worden. Zo moet er een einde komen aan de absurde stijging van het wereldwijde vliegverkeer, en moeten we af van het ouderwetse idee dat elke burger het recht heeft op 1 of meerdere personenauto’s. Gezien de groei van de wereldbevolking is het alleen gezien de beschikbare hoeveelheid leefruimte onmogelijk om iedereen te laten rondrijden in een autootje van hem of haarzelf, tenzij we van de hele wereld snelweg en parkeergarage willen maken.

Minder consumeren betekent minder produceren, en daar ligt een probleem: ons economische systeem is in feite gebaseerd op de voortdurende stijging van consumptie en productie en de ontwikkeling van steeds nieuwe producten. Economische groei is niet alleen een vanzelfsprekendheid, maar ook een noodzakelijkheid binnen de wijze waarop onze economie werkt. Door de voortdurende onderlinge concurrentie op een vrije markt is marktvergroting, productievergroting en innovatie een voorwaarde voor bedrijven om te overleven. Daarom zijn bedrijven wildenthousiast over klimaatneutrale producten, laat Shell bloemetjes uit haar schoorstenen komen, en wordt Live Earth gesponsord door allerlei grote bedrijven, waaronder Philips, Pepsi en Mercedes. Over minder produceren zul je ze niet zo snel horen. Maar dat is uiteindelijk wel nodig.

bron: Eurodusnie website, juli 2007

Advertenties

Alles netjes, iedereen gezond

april 2, 2007

Critici van het pas aangetreden kabinet hadden al snel geconcludeerd dat ‘betutteling’ de nieuwe trend was, en de term ‘spruitjeslucht’ viel nooit zo vaak te lezen in de media als in de afgelopen maanden. In werkelijkheid gaat het om een ideologische campagne van netheid en gezondheid, die al in de jaren tachtig is ingezet, met als doel de bevolking te disciplineren. Op verschillende fronten wordt de campagne van vorige kabinetten om de bevolking zoveel mogelijk af te snijden van middelen en mogelijkheden die een optimale inpassing in het arbeidsproces verhinderen door de huidige regering voortgezet. Dit komt onder andere tot uiting in het overheidsbeleid ten aanzien van roken, drogerende of stimulerende middelen en koffieshops, maar ook in een strijd tegen verloedering op TV en internet, en verrommeling op straat.

De meest in het oog springende campagne in dit kader blijft de strijd tegen het roken, gevoerd door de overheid en door haar gesubsidieerde, zogenaamd ‘onafhankelijke’ organisaties. Weinig maatschappelijke lobby’s hebben de afgelopen decennia zoveel succes gehad als de anti-rooklobby: het aantal rokers is flink gedaald en vertoont al sinds de jaren zestig een dalende lijn. Tot schrik van de gesubsidieerde Stivoro fanatici lijkt het aantal rokers zich nu echter te stabiliseren, en durven de overgebleven rokers zelfs wat meer te gaan roken. Dat kan natuurlijk niet ongestraft blijven. “De overheid is erg passief” merkte een medewerker op in de Volkskrant van deze week, “er moet een nieuwe, grote campagne komen”.

Een collega-organisatie van Stivoro, Clean Air Nederland, is er in geslaagd nog in deze kabinetsperiode een ‘rookvrije horeca’-plan af te dwingen. Goede afzuigsystemen, aparte ruimtes voor rokers, het is allemaal niet genoeg voor deze extremisten; de anti-rook lobby eist volledige zuiverheid. Dit gaat in de VS al zover dat roken in een auto, of in de buurt van kinderen aangepakt wordt, en zelfs roken in je eigen huis. Ontwikkelingen die ons allemaal nog staan te wachten.

En dan zijn er de paddo’s. Na de tragische dood, of zelfmoord, van een Frans meisje in Amsterdam werden de geestverruimende paddestoelen ineens een vreselijk gevaar voor de volksgezondheid. De burgerfatsoenspartijen, de zogenaamde liberalen van PVV en VVD, schreeuwden het hardst om een verbod, en journalisten deden in de media hun uiterste best voorbeelden te vinden van mensen die eveneens onder de invloed van paddo’s zelfmoord hadden gepleegd. “Meer doden door paddo’s” kopte de Volkskrant in een artikel, waaruit bleek dat in de afgelopen paar jaar vier of vijf zelfmoordgevallen in heel Europa waren opgetekend, waar waarschijnlijk paddo’s een rol hadden gespeeld. Bij een paar ervan hadden de gebruikers zich tegelijk vol laten lopen met alcohol. Geen wonder dat je dan rare dingen gaat doen, maar de paddo’s moesten het ontgelden en worden nu waarschijnlijk verboden.

De consumptie van alcoholische dranken kan nog steeds rekenen op een vrij brede tolerantie in Nederland, omdat het een gevestigde drug is en de elite er zelf ook aan verslaafd of gewend is, en het daarom wat huichelachtig zou overkomen er al te streng tegenop te treden. Straatverboden voor mensen die een drankje nuttigen zijn echter al aan de orde van de dag. In Leiden komt een dergelijk verbod in de nieuwe APV; in veel andere steden is dat al lang gebeurd. Ik sprak onlangs iemand die vertelde dat hij door een agent was aangesproken terwijl hij in alle rust een blikje bier dronk op een bankje in Rotterdam. Hij moest het leeggieten in een prullenbak. Een dergelijk beleid heeft een dubbel oogmerk: het ontmoedigt ongedisciplineerd gedrag, en de openbare ruimte ziet er ordelijker uit. Rijke mensen kunnen nog steeds op terrassen terecht, terwijl de goedkope ‘happy hours’ worden afgeschaft. Het is wel duidelijk wie door deze maatregelen gedisciplineerd moeten worden.

Dan is er de tv-seksreclame. Het schijnt dat er nog steeds imbecielen zijn die ’s nachts hun tijd verdoen met het kijken naar zender als RTL5, Talpa, etcetera, en dan ineens geconfronteerd worden met seksreclames. Wat blijkt nu uit onderzoek van het blad Metro? De meeste nachtbrakers, die uit vrije wil en waarschijnlijk uit pure verveling naar deze zenders kijken, blijken zich hieraan te ergeren, en willen dat er wat aan gedaan wordt. Het SP kamerlid Jasper van Dijk – ik kan me herinneren in een debatje met hem gezeten te hebben over de Europese verkiezingen, toen was hij nog met zinnige zaken bezig – pakte dit schandaal op, en stelde in het blad Metro: “het overvloedige aanbod van seks en geweld op tv is een reden tot zorg (….) de SP zal een gedragscode of strengere wettelijke voorschriften voorstellen”. Tot groot plezier van de Christenunie, ook tegenstanders van de “ranzigheid ten top”. Mensen kunnen ook besluiten om ’s nachts gewoon naar bed te gaan, of een leuk boekje te gaan lezen, of iets anders leuks te gaan doen, in plaats van zich uit vrije wil te gaan storen aan seksreclames. Maar dat is natuurlijk te simpel gedacht. Aan banden leggen dus die handel, of anders verbieden!

Coffeeshops zijn natuurlijk ook een vreselijke bron van kwaad. Van Balkenende is bekend dat hij ze het liefst allemaal zou sluiten, en zelfs het thuis roken van wiet zou willen verbieden. Nu zal het nog een tijdje duren voor hij dit bereikt heeft: daar moet eerst met voorbereidende maatregelen naartoe gewerkt worden. Listig was bijvoorbeeld de maatregel dat coffeeshops van het kabinet voortaan minimaal 500 meter van een school vandaan moeten liggen. In Den Haag, waar behoorlijk wat scholen zijn, leidt dit tot de voor Balkenende ongetwijfeld verheugende situatie dat er bijna geen coffeeshops meer overblijven, omdat er altijd wel ergens een school in de buurt ligt. Coffeeshops waar ook wel eens een biertje wordt verkocht, zijn onlangs al helemaal gesloten. In de zaken die nog overblijven, wordt de controle op de bezoekers tot absurde niveaus opgevoerd. In sommige coffeeshops gaat men al zover dat naast het verplicht tonen van een ID bewijs een gezichtsfoto en vingerafdruk wordt genomen van bezoekers, dit alles om te voorkomen dat mensen niet meer dan 5 gram meenemen en om minderjarigen uit te sluiten.

De moderne hang naar netheid en gezondheid is in drie opzichten een kenmerk van verrechtsing.

In de eerste plaats is het een poging van de elite de gewone mensen zo ‘arbeidsfit’ mogelijk te houden, zodat ze zich met extra overgave kunnen storten op hun functie als productiekracht in dienst van de landelijke economie. Wat dat betreft moeten de aanvallen op drugs en andere verlokkingen in hetzelfde licht worden bezien als de afschaffing van de WAO, het zagen aan de ontslagbescherming en het opjagen van bijstandsgerechtigden: de economie heeft behoefte aan een zo compleet en gezond mogelijk arbeidsleger, dat zich in optimale staat kan storten op de concurrentieslag met andere naties, die eveneens hun arbeidsleger tot optimale perfectie trainen. ‘Denkende arbeiders drinken niet, drinkende arbeiders denken niet’, meende Domela Nieuwenhuis; de huidige elite heeft deze slogan overgenomen na het woord ‘denken’ te hebben vervangen door ‘werken’.

In de tweede plaats is er sprake van disciplinering. Het is schadelijk voor de noodzakelijke gehoorzaamheid van een bevolking als deze zich kan overgeven aan ‘illegale’ middelen en clandestiene activiteiten. Het volk moet constant in toom worden gehouden en voortdurend worden opgejaagd en geobserveerd, om een serviele en gezagsgetrouwe mentaliteit in stand te houden. Permanente controle is hierbij een onmisbaar middel. Dit wordt in Nederland onder meer verwezenlijkt door permanent cameratoezicht in de meeste treinen en trams. In Engeland gaat het al een stuk verder: het ‘1984’ beeld van George Orwell is daar al lang verouderd – het flatje waar Orwell destijds zijn beroemde boek schreef, wordt nu bespied door 32 observatiecamera’s. Nieuw is de sprekende camera, die de gefilmde burger bepaalde opdrachten geeft als die een overtreding begaat.

In de derde plaats is de toenemende hang naar netheid en gezondheid typerend voor een nieuw nostalgisch soort nationalisme; een hang naar de tijd dat er nog geen vervuiling was, de boer nog met paard en wagen over de velden trok, alle Nederlandse huisvrouwen drie maal per week hun stoepje schoonveegden, hun ramen wasten met ammonia en er nog maar weinig enge buitenlanders rondliepen. Henk Kamp, die vorig jaar tijdens een televisieinterview aan het klagen was over plastic zakken op straat, legde feilloos dit verband : “Wij hebben in een snel tempo veel mensen uit allerlei landen in de wereld gekregen, ook uit landen waar het echt een rotzooi is (…) En dan komen mensen allemaal naar Nederland toe, en we hebben hier nog geen nieuw evenwicht gevonden in ons land.” AVRO-journalist Peter Jan Rens beweerde gisteren in “De Wereld draait door” dat de vrijheid in ons land wordt bedreigd door de ‘verrommeling van Nederland’. “De openbare ruimte wordt verpest (..) het tast de vrijheid van mensen aan, in ons mooie Nederland.”

Vanuit de media en de reclamewereld wordt volop meegewerkt aan de moderne idealen van netheid en gezondheid. Het is de vraag tot op welk niveau een bevolking zich door dergelijke maatregelen laat disciplineren voordat men beseft steeds verder gereduceerd te worden tot optimale slaaf van het systeem.

Bron: Eurodusnie website, april 2007

Virtueel protest

februari 5, 2007

Een paar weken geleden vonden er heftige rellen plaats tussen anti-fascisten en aanhangers van Jean-Marie Le Pen in het stadje Porcupine. De eerste groep probeerde te voorkomen dat Le Pens’ Front National er een partijkantoor zou openen. Dagenlang werd het leven in het stadje ontregeld door straatgevechten, pistoolschoten en explosies. Allemaal nep.

Bewoners van het online computerspel ‘Second Life’ kunnen op allerlei manieren belevenissen uit het ‘echte leven’ nabootsen: ze gaan naar bijeenkomsten, voeren gesprekken, kopen en verkopen spullen, hebben (virtuele) sex met elkaar, richten een huis in, en nemen deel aan politieke activiteiten. Al meer dan vier miljoen mensen zijn bewoner geworden van Second Life, en het aantal gebruikers groeit nog steeds razendsnel.

Nadat het Front National als eerste Europese politieke partij een kantoor had geopend in de ‘Second Life’ stad Porcupine, richtten enkele bewoners van de virtuele wereld de actiegroep ‘Second Life Left Unity’ op. In een persbericht gaat de groep uitvoerig in op de achtergrond van de acties tegen Front National: “Zij worden geassocieerd met racistisch geweld in Frankrijk, en pleiten voor de gedwongen uitzetting van migranten. We beschouwen hen als een onderdeel van een historisch gevaarlijke nationalistische en racistische ideologie (…)”.

Meteen na de vestiging van het Front National kantoor kocht de groep een stukje grond er pal naast. In Second Life kun je namelijk allerlei producten, maar ook huizen of zelfs eilanden, aanschaffen met het betaalmiddel de Linden Dollar. Vanuit dit stukje land begon de actiegroep met het organiseren van protesten: aanvankelijk tamelijk traditioneel, met spandoeken, protestborden en het uitdelen van pamfletten. Al snel werd het protest feller: beide kanten verschenen gewapend ten toneel en door sommige anti-fascisten werd zelfs gegooid met exploderende varkens. Na enkele dagen moest het Front National haar deuren sluiten, en trok de partij zich terug op een eiland, waar ze nu (nog) met rust wordt gelaten.

Het voorval heeft geleid tot felle debatten onder Second Life bewoners: is het wel juist om aanhangers van Le Pen weg te jagen uit Second Life? In Frankrijk is het toch een legale partij; is dat niet in strijd met de vrijheid van meningsuiting? Aan de andere kant; verschillende kopstukken van het FN zijn in het verleden veroordeeld wegens het verspreiden van racistisch gedachtengoed, en racisme is in Second Life verboden en leidt tot uitsluiting. Bovendien, in de echte wereld zijn er toch ook protestacties tegen het Front National?

De botsingen in Porcupine zijn zeker niet het enige voorbeeld van politieke acties in Second Life. In januari organiseerde de Netroots Group de protestmanifestatie “Avatars against the war”, waarbij zo’n 120 avatars (een avatar is het poppetje waarmee bewoners in Second Life rondlopen) zich uitspraken tegen de oorlog in Irak. Video’s van de acties werden gepost op Google Video. Netroots Group organiseert wekelijks bijeenkomsten waar aanhangers en geïnteresseerden met elkaar van gedachten kunnen wisselen over toekomstige acties. Vorige week werd in Second Life geprotesteerd tegen een mogelijke oorlog tegen Iran. Verschillende politieke partijen hebben al kantoren geopend in Second Life. Presidentskandidate Segolene Royal voert er intensief campagne. Amerikaanse politici (ongeveer eenderde van de Second Life bewoners zijn Amerikanen) geven er speeches en persconferenties. Belangenorganisaties doen er aan fundraising (‘Linden Dollars” zijn namelijk om te wisselen in echt geld), en actiegroepen plaatsen enorme billboards tegen Bush of tegen abortus in Second Life.

Het bedrijfsleven toont ook in toenemende mate interesse voor deze razendsnel groeiende virtuele wereld. Toyota, Adidas, IBM, Philips, de ING Bank en vele andere bedrijven hebben vestigingen in Second Life. Twaalf medewerkers van ABN Amro besteden een deel van hun tijd aan bankactiviteiten in virtuele vestigingen. Bedrijven kunnen door aanwezigheid in Second Life reclame maken voor hun producten en diensten in de ‘real world’ (afgekort RL in Second Life) en kunnen bepaalde producten testen onder de bewoners, zodat men de doelgroepen in het echte leven beter kan bedienen.

Reebok biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid je eigen schoenen te ontwerpen in Second Life. Op deze manier hoopt het bedrijf bepaalde voorkeuren van de jonge consument al in een vroeg stadium (en tegen geringe kosten) te achterhalen. Popgroepen verzorgen ‘optredens’ in Second Life, die je als bezoeker kunt bijwonen, temidden van een massa fans, en na het concert kun je dan online de cd bestellen. Voor de commercie biedt Second Life kortom interessante mogelijkheden. Veel geld wordt er nog niet verdiend, maar dat kan veranderen.

Of politiek activisme in Second Life veel zin heeft valt te betwijfelen. Demonstreren tegen Bush in een virtueel spel heeft natuurlijk wel wat lolligs, maar in de eerste plaats moet toch de absurditeit ervan geconstateerd worden. Second Life heeft nauwelijks overeenkomsten met de echte wereld: er is geen politie, geen staat, pistoolschoten leiden hooguit tot een tijdelijk onklaar poppetje, en Irak, Frankrijk of Darfur bestaan in Second Life helemaal niet, zelfs niet virtueel. Alleen de aandacht die politieke acties in Second Life in de echte wereld genereren zou je als een soort resultaat kunnen beschouwen.

Verder blijft het actievoeren op Second Life een tamelijk wezenloos gebeuren, waar poppetjes die niet aanwezig zijn op een bepaalde plek waar de ‘actie’ gevoerd wordt, geen enkele weet van hebben (terwijl je bij echte demonstraties nog interactie hebt met omstanders). Politici zijn misschien om publicitaire redenen geïnteresseerd in het internetspel, maar machthebbers zullen echt niet wakker liggen van acties in Second Life. NGO-activist Rik Panganiban (avatar ‘Rik Riel’ in Second Life) is bijzonder cynisch over het effect van politieke actie in Second Life: “Second Life ‘acties’ zijn een uitvlucht voor mensen die geen zin hebben om in de echte wereld ergens de straat voor op te gaan. Geen enkele machthebber interesseert het een reet als Second Life poppetjes protestacties voeren”. Als meer dan honderd poppetjes op een bepaalde plek bijeenkomen, loopt het systeem bovendien al snel vast.

De enige partij die tot nu toe werkelijk garen spint bij alle activiteiten op Second Life is het bedrijf dat het spel in 2003 heeft opgestart, Linden Lab uit Californië. Als je als inwoner van Second Life namelijk meer mogelijkheden wilt hebben (land kopen, of speciale kleding ontwerpen danwel aanschaffen, of virtuele sex bedrijven) dan moet je 10 dollar per maand contributie betalen. Het beheer van een stuk land of een eiland kost sowiezo geld, en als je niet genoeg ‘Linden dollars’ hebt voor aankopen, moet je eerst echte dollars omwisselen. Uiteindelijk leidt alles wat er gebeurt in Second Life – ook de politieke ‘activiteiten’ – tot meer bekendheid, en dus meer opbrengst voor de rijkaards van Linden Lab, die om deze reden alle virtuele gebeurtenissen in hun wereld van harte toejuichen, onder het prachtige motto “Your World. Your Imagination.”

Bron: Eurodusnie website, februari 2007

Webloggen

juli 16, 2006

Het verschijnsel ‘weblog’ bestaat in Nederland nu zo’n jaar of tien. Veel mensen zijn erg enthousiast over de weblogscene: op weblogs zouden verrassende nieuwe gezichtspunten worden geopenbaard, er zouden nieuwsfeiten worden onthuld die nergens anders te lezen zijn, en er vinden originele discussies plaats. Ook zou het ‘webloggen’ hebben geleid tot een democratisering van de media in het algemeen. Maar is dit nu allemaal wel zo?

Michiel Maas, die regelmatig schrijft voor het weblog Sargasso en daarnaast verslaggever is voor het blad Cobouw, publiceerde vrijdag een kritisch stuk in de Volkskrant over het ‘webloggen’. Onder de titel “Zonder traditionele journalisten is de blogger nergens” relativeert hij op enkele punten de waarde van weblogs. De meeste weblogs zijn weinig origineel, schrijft hij: ze bestaan uit oninteressante, moeizaam geschreven en vaak erg persoonlijke stukjes, die kwalitatief niet kunnen tippen aan publicaties in de traditionele media.

Ook met de nieuwswaarde van het gemiddelde weblog valt het nogal tegen, beweert hij: bijna alle ‘informatie’ die te vinden is op weblogs, is afkomstig van de traditionele media en uiteindelijk dus van vakjournalisten. De nieuwswaarde bestaat dan voornamelijk uit het herkauwen van feiten die al lang gepubliceerd zijn. Ook de tegenwerping dat op weblogs boeiende en originele discussies plaatsvinden relativeert hij: weblogs bestaan erg vaak uit korte, provocerende stukjes, voornamelijk bedoeld om zoveel mogelijk reacties te genereren. En op het punt van ‘democratisering’ merkt hij op dat weblogs vaak net zo elitair zijn als de traditionele media, aangezien weblog-discussies doorgaans gevoerd worden door een kleine, vaste groep mensen, en bovendien het deel van de bevolking dat weblogs überhaupt leest, vrij klein is.

Ik denk dat Michiel Maas gelijk heeft: het webloggen is een zwaar overschat fenomeen. De nieuwswaarde is maar beperkt: ook bij de winnaar van de ‘dutch bloggies’ van dit jaar, Sargasso, zijn de bijdrages bijna altijd gebaseerd op informatie van de traditionele media. Sargasso publiceert – zeker in vergelijking met andere weblogs – vaak wat langere en lezenswaardige stukjes, maar ook bij dit weblog zijn het meestal korte, pakkende stukjes van pakweg 100 tot 150 woorden, waarvan de enige functie lijkt te zijn reacties uit te lokken. Weblogs willen namelijk erg graag zoveel mogelijk lezers en lezeressen, en proberen elkaar daarom te overtreffen in het provocatieve karakter van hun publicaties.

Nu zijn op Sargasso nog wel eens aardige discussies te lezen, wat niet gezegd kan worden van een andere dutch-bloggies winnaar (“best geschreven weblog”), ‘Geen Stijl’, waarvan de bijdrages zijn gebaseerd op rariteiten uit de media, populistische Telegraaf-meningen en allerhande ongein. De reacties bestaan doorgaans uit enkele woorden, “pleur op met die kerncentrale hier”, of iets dergelijks. Jan Marijnissen valt met z’n weblog ook in de bloggies-prijzen, maar die komt meestal ook niet verder dan het aanhalen van een nieuwsfeitje en daar z’n eigen mening ondertypen. De reacties overstijgen de gemiddelde borreltafel-mening ook al niet.

Uiteraard zijn er ook prachtige weblogs met mooi geschreven columns en artikelen, maar ik kom ze eerlijk gezegd maar zelden tegen. Op de traditionele media valt ook van alles aan te merken, maar de opiniebijdrages in kranten en tijdschriften zijn doorgaans interessanter en beter geschreven dan die op weblogs. En als het om ‘nieuwswaarde’ gaat blijf je toch doorgaans aangewezen op de traditionele media.

Hoe zit het dan met de Eurodusnie website, zullen lezers nu denken. Op het ogenblik is die een kruising tussen een ‘traditionele’ website van een politiek collectief en een weblog, maar de artikelen zijn meestal langer dan die van het gemiddelde weblog. De website is geen doel op zich, maar één van de activiteiten van Eurodusnie. Naast gastschrijvers komen de bijdrages van mensen die eerder het blad ‘Geen Paniek’, en daarvoor ‘Dusnieuws’ maakten. De bijdrages op de Eurodusnie-website zijn bijna altijd opiniërend van karakter vanuit een niet-parlementair-links perspectief, en de ‘doelgroep’ – hoewel we ons zeker niet exclusief richten op de ‘activistenscene’ – zit toch ook wel doorgaans in die hoek. We zijn er niet op uit om zoveel mogelijk mensen te bereiken, maar proberen vanuit een links en niet-partijgebonden visie discussies los te wrikken, wat af en toe lukt, en af en toe niet.

Dat we meer mensen bereiken via internet dan met eerdere papieren uitgaves is een feit, maar het is te vroeg om al te spreken van een doorslaand succes. Het weblog c.q. internet-magazine van Eurodusnie zal altijd wel een vreemde eend in de bijt blijven, en dat is maar goed ook, want bij de eerder al door Kees Stad op de konfrontatie-site gesignaleerde trend in bloggersland van “steeds sneller en hipper” zullen we ons niet aansluiten. Bovendien zal – gezien de weersverwachtingen – zijn door Hans Achterhuis aangehaalde pleidooi voor ‘selectieve vertraging‘ in de komende tijd ook wel op deze website van toepassing zijn.

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Popmuziek

juni 5, 2006

Popmuziek. Aangezien het toch een beetje komkommertijd is vandaag, Limburg wordt geteisterd door het Pinkpop festival en het Engelse blad New Musical Express onlangs de top 20 van pop-albums aller tijden publiceerde, is het de hoogste tijd keihard de aanval te openen op de door blanke gitaarspelende mannetjes gedomineerde popmuziek.

Over Pinkpop kunnen we kort zijn, want dit oudbollige Woodstock aan de Maas-festival is eerder al afdoende neergesabeld op deze website. De bourgondische limbo Jan Smeets, organisator van dit oudste Nederlandse popfestijn, rijdt nog steeds dagelijks al headbangend op het eerste Pearl Jam album naar zijn werk, en heeft dit jaar weer een schrikbarend programma samengesteld waar tienduizenden jongeren vandaag van gaan genieten.

Op een enkele uitzondering na trekt in Landgraaf opnieuw een stoet van blanke, gitaarspelende kneuters voorbij, aan elkaar geluld door de nationale troetel-DJ Giel Beelen. Elk jaar hetzelfde. Ik denk nog wel eens met veel plezier terug aan de Pinkpop-editie die werd gepresenteerd door Mart Smeets, daar had Jan Smeets (ik neem aan geen familie) een goede stunt mee gescoord, maar dit terzijde.

Dit brengt me op de top 20 van pop-albums aller tijden, die een paar dagen geleden werd gepubliceerd door het Engelse tijdschrift NME. New Musical Express is best wel een aardig blad, maar die Engelsen blijven toch altijd een beetje steken in een popcultuur die voornamelijk is gevormd door zwaar overschatte kutbands als de Beatles en de Rolling Stones. Dit levert een muzikale tunnelvisie op, die geresulteerd heeft in een door de lezers van NME verkozen top 20 van pop-albums aller tijden. Dit is hem:

1. ‘Definitely Maybe’ – Oasis
2. ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ – The Beatles
3. ‘Revolver’ – The Beatles
4. ‘OK Computer’ – Radiohead
5. ‘(What’s The Story) Morning Glory?’ – Oasis
6. ‘Nevermind’ – Nirvana
7. ‘The Stone Roses’ – The Stone Roses
8. ‘Dark Side Of The Moon’ – Pink Floyd
9. ‘The Queen Is Dead’ – The Smiths
10. ‘The Bends’ – Radiohead
11. ‘The Joshua Tree’ – U2
12. ‘London Calling’ – The Clash
13. ‘The Beatles (The White Album)’ – The Beatles
14. ‘Abbey Road’ – The Beatles
15. ‘Up The Bracket’ – The Libertines
16. ‘Never Mind The Bollocks Here’s The Sex Pistols’ – Sex Pistols
17. ‘Four Symbols (Led Zeppelin IV)’ – Led Zeppelin
18. ‘The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars’ – David Bowie
19. ‘A Night At The Opera’ – Queen
20. ‘Is This It’ – The Strokes

Een treurige lijst van gitaartokkelende blanke mannetjes, dat is kennelijk de muzikale visie van NME-lezers anno 2006. Bovendien weet iedereen dat niet Four symbols (IV) Led Zeppelins beste album is, maar ‘Presence‘ uit 1976. Deze provocatie van NME kan natuurlijk niet onbeantwoord blijven, daarom hieronder de volledig niet-blanke, politiek correcte (?) top 20 aller tijden; stuk voor stuk platen waarmee vergeleken de bovenstaande artiesten slechts een stelletje prutsers zijn.

1. David Banner – “Certified”
2. Afrika Bambaataa – “Looking for the perfect beat”
3. Khia – “Thug misses”
4. Parliament – “Mothership connection”
5. Herbie Hancock – “Empyrean Isles”
6. Missy Elliot – “Cookbook”
7. Paris – “The devil made me do it”
8. Miles Davis – “Nefertiti”
9. MC Lyte is Lytro – “Da undaground heat”
10. Akrobatik – “Balance”
11. Ms Dynamite – “Judgement days”
12. Techno Animal vs. Dälek – “Megaton”
13. Mia X – “Unlady like”
14. Paul Wall – “Peoples Champ”
15. Snoop Dogg – “Presents Welcome To Tha Chuuch: Tha Album”
16. Intelligent Hoodlum – “Tragedy: saga of a hoodlum”
17. Mike Jones – “Who is Mike Jones”
18. T.I. – “King”
19. Arsonists – “Date of birth”
20. Too Short – “Cocktails”

Of denken jullie van niet?

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Roken goed voor de economie

mei 27, 2006

Eindelijk wordt het dan eens hardop gezegd: een rokende bevolking is beter voor de economie dan een gezond levende bevolking van niet-rokers. Afgezien van de inmiddels afdoende bekend gemaakte nadelen voor het individu, is roken een zegen voor de maatschappij op langere termijn. Het wordt nu tijd om een grote streep te zetten door de anti-rookplannen van Clear Air Nederland en steeds verder opgevoerde financiële afpersing van rokers.

Onderzoekers van de Erasmus Universiteit en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hebben met hun onderzoek, dat slechts sporadisch aandacht in de media heeft gekregen, een taboe doorbroken: ongezond leven is helemaal niet slecht voor de maatschappij. Gezonde mensen maken tijdens hun leven weliswaar minder kosten per jaar, maar aangezien zij langer leven, en daardoor aanmerkelijk meer ‘zorg consumeren’ dan ongezond levende mensen zoals rokers, kosten zij uiteindelijk de samenleving veel meer geld. ”Het volledig rookvrij maken van Nederland kan op korte termijn leiden tot besparingen in de gezondheidszorg, maar op langere termijn tot extra kosten”, is dan ook de onverbiddelijke conclusie van de onderzoekers.

Regelmatig gaan er pleidooien op om zgn. ongezond levende mensen, zoals rokers, meer geld te laten betalen voor hun ziektekostenverzekering. Floris Sanders, scheidend voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid, brak vorig jaar in het blad Elsevier een lans voor gedifferentieerde ziektekostenpremies, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke levensstijl. “Mag je zeggen: iemand die ongezond leeft, moet een hogere premie betalen. Of: iemand die ongezond heeft geleefd, moet een hogere eigen bijdrage betalen bij een bepaalde behandeling. Daarover kun je redetwisten. Laat ik volstaan met de constatering dat in de samenleving van nu financiële prikkels vaak een zekere kracht hebben.”

Sanders drukt zich zeer voorzichtig uit, maar welke kant hij op wil is duidelijk: mensen die zogenaamd ongezond leven, moeten uiteindelijk maar meer premie gaan betalen, anders valt de solidariteit onder het ziektekostenstelsel weg. Nu uit het onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt dat van de zgn. ‘ongezond levende mensen’ in ieder geval de rokers op langere termijn juist minder kosten in de zorg veroorzaken, valt de bodem onder zijn redenering weg.

Hierbij moet nog opgemerkt worden dat bij dit onderzoek geen rekening is gehouden met de steeds grotere hoeveelheid geld die rokers opleveren voor de samenleving. Door jaarlijks miljarden aan tabaksaccijns te betalen, zorgen rokers voor een genereuze subsidiëring van de schatkist.

Met dit alles wil ik natuurlijk niet suggereren dat er een campagne tegen niet-rokers zou moeten worden gestart (hoewel dit uit het oogpunt van historische rechtvaardigheid zeker terecht zou zijn). Het is een kwestie van individuele keuzevrijheid om gezond te leven, de ochtend te beginnen met gierstepap en brandnetelthee en elke dag een uur te gaan joggen in het bos of zich met gelijkgestemden over te geven aan het immens in populariteit oprukkende nordic walking.

Wel wordt het nu tijd om een dikke streep te zetten door de onbeschofte financiële uitpersing van rokers middels steeds maar stijgende accijnzen, en een einde te maken aan het maatschappelijk zwartmaken van deze inmiddels tot een minderheid gekrompen bevolkingsgroep door spookverhalen over de hoge kosten die zij zouden veroorzaken. En zeker moet nu het onzalige plan van de extremistische organisatie CAN om het roken in de horeca volledig te verbieden, zo snel mogelijk van tafel worden geveegd. Het is genoeg geweest!

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie