Archive for the ‘Internationaal’ Category

Weg met het “hervormingsverdrag”!

juni 11, 2008

Het nieuws dreigt in al het voetbal-geweld ten onder te gaan, maar is daarom niet minder belangrijk: morgen beslist de Ierse bevolking middels een referendum over de Europese Grondwet – jawel, het verdrag dat als gevolg van referenda in 2005 in Frankrijk en Nederland naar de prullenbak werd verwezen. Het nieuwe verdrag is vrijwel identiek aan het oude, en moet daarom ook verworpen worden.

De tekst van het nieuwe verdrag wordt nu niet meer gepresenteerd als een grondwet, maar als een “hervormingsverdrag”. Dit verdrag werd in december vorig jaar getekend in Lissabon en wordt daarom ook wel het Verdrag van Lissabon genoemd (klik hier voor een pdf van de laatste versie). Het Verdrag wordt vanuit de Europese Unie uiteraard van harte ondersteund, en vrijwel alle grote politieke partijen, vakbondsorganisaties en werkgeversorganisaties in Europa – ook in Ierland – staan er vierkant achter. Ten opzichte van de beruchte Europese Grondwet zijn er wat oppervlakkige wijzigingen aangebracht. Alle terminologie die verwijst naar een grondwet is geschrapt. Het eindresultaat bevat echter geen wezenlijke veranderingen, iets wat ook is erkend door de hoofdauteur van de oorspronkelijke grondwet, oud-politicus Giscard d’Estaing, die zelfs aangaf dat op deze manier de grondwet “makkelijker door het volk geslikt zal worden” (1).

Het laatste referendum

Het is de bedoeling dat het nieuwe verdrag in de zomer van 2009 geratificeerd wordt door de nationale parlementen. Er is één probleempje: alle regeringsleiders van de lidstaten hebben weliswaar het groene licht gegeven voor het nieuwe verdrag, maar in Ierland zijn ze zo ‘onverstandig’ om, geheel tegen de EU-traditie in, de bevolking goedkeuring voor het verdrag te vragen. Het lijkt wel op democratie! De Nederlandse regering had hier, nadat de bevolking in 2006 ‘verkeerd’ had gekozen, geen zin meer in, en besloot wijselijk dat een referendum deze keer niet nodig was. Ook de Partij van de Arbeid, die eerst nog dapper had beloofd dat er een nieuw referendum zou komen, draaide met Balkenende mee en vond een nieuwe volksraadpleging overbodig. Naar verluidt dreigde Balkenende zelfs het kabinet op te blazen als er toch een referendum over het document zou worden georganiseerd. Bij dit alles is het geestig te vermelden dat een van de hoofddoelstellingen van het nieuwe verdrag is “de democratische legitimiteit van de Unie te versterken” (pagina 5 Verdrag van Lissabon).

Overigens bleef veel protest tegen het niet-doorgaan van een nieuw referendum in Nederland uit. Een opvallende partij-coalitie van SP, D66, PVV, PvdD en Groenlinks probeerde vorige week middels een initiatiefwet alsnog een referendum af te dwingen. Een meerderheid van de Tweede Kamer, op hand van de regering, verwierp het voorstel, waardoor een referendum in Nederland definitief van de baan is. Een eerdere petitie en een publieksactie van het “samenwerkingsverband ander Europa” slaagde er evenmin in een nieuw referendum af te dwingen. Het niet doorgaan van een nieuw referendum is een aanfluiting, aangezien zoals vermeld de nieuwe tekst niet wezenlijk verschilt van de oude. Sterker nog, het “nee” van 2006 is in feite nu nog steeds geldig, want heeft betrekking op vrijwel dezelfde tekst.

Het is belangrijk dat het “hervormingsverdrag” alsnog verworpen wordt, en het Ierse referendum lijkt hiertoe de laatste kans te bieden. Wat was er ook al weer zo bezwaarlijk aan die Grondwet, en dus aan het “hervormingsverdrag”?

Oude wijn, nieuwe zak

De militaire paragraaf van de nieuwe tekst, waar destijds veel kritiek op kwam, is vrijwel ongewijzigd gebleven. Nog steeds verplichten ondertekenende landen zich ertoe “hun militaire vermogens geleidelijk aan te verbeteren” en gebiedt het verdrag mee te werken aan de oprichting van een “Europees defensie-agentschap”, dat onder meer tot doel heeft “de industriële en technologische basis van de defensiesector te versterken”. Kortom , wie het “hervormingsverdrag” tekent, verplicht zich ertoe meer te investeren in wapens, wapentechnologie verder te ontwikkelen en de Europese wapenindustrie te ondersteunen.

Het hele verdrag ademt een sterk neoliberaal gedachtengoed. Op bijna elke bladzijde valt te lezen dat de economische groei moet worden opgevoerd, dat het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven moet worden versterkt, de consumptie moet worden gestimuleerd, de arbeidsproductiviteit omhoog moet, de ontwikkelling van nieuwe producten en technologieën moet worden ondersteund. Het is de grijsgedraaide plaat van het neoliberalisme die we al dertig jaar van onze regeringen krijgen voorgeschoteld. Het verdrag “verzekert dat de mededinging niet wordt verstoord”, valt te lezen in protocol zes, waarmee in feite hetzelfde wordt gezegd als in de oude tekst, die vastlegde dat de mededinging “vrij en onvervalst” moest zijn. De vrije markteconomie wordt dus verplichtend opgelegd aan alle lidstaten.

Voor de goede orde wordt hier en daar in het hervormingsverdrag de term ‘duurzaam’ genoemd, maar veel inhoudelijke aandacht wordt aan deze term niet besteed. Daarentegen wordt de “strategie van Lissabon”, die acht jaar geleden werd gelanceerd om van de Europese Unie “de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld” te maken, in het verdrag uitdrukkelijk genoemd en bevestigd als de te volgen economische lijn. Uiteraard moet dit gepaard gaan met “modernisering” (lees: afbraak) van de sociale zekerheidsstelsels, want die werken immers enkel maar beperkend op de groei van de arbeidsparticipatie en -productiviteit.

Ook andere kritiekpunten op het ‘oude’ verdrag zijn nog steeds volkomen valide. In het landbouwbeleid blijft milieu ondergeschikt aan de productiviteit. De Europese Commissie blijft een ondemocratisch instituut, en het Europees Parlement blijft over grote delen van het beleid geen snars te vertellen hebben. De macht van de Europese minister van Buitenlandse Zaken – die in het nieuwe verdrag “Hoge vertegenwoordiger” heet, blijft onverantwoord groot. En de invloed van de burger blijft over het algemeen miniem, wat trouwens ook al blijkt uit het feit dat in veel lidstaten er zelfs geen poging is geweest een referendum over de Grondwet te organiseren.

Neoliberalisme

Een stem vóór het Europees ‘hervormingsverdrag’ is ook een stem vóór het neoliberalisme, want dit is en blijft de leidende ideologie van het Europese project.

Europese instellingen als het Europees Hof bevestigen keer op keer de neoliberale ideologie van Europa. Twee voorbeelden: in april van dit jaar ontzegde het Europees Hof lidstaten de mogelijkheid om een minimum-loon niveau te eisen voor buitenlandse werknemers. Een in Duitsland actieve Poolse onderaannemer had landgenoten voor de helft van het minimumloon laten werken. Volgens het Europees Hof toegestaan, want in overeenstemming met het “vrije verkeer van diensten”. De deur staat daarmee wagenwijd open voor het financieel tegen elkaar uitspelen van werknemers uit verschillende lidstaten. Iets eerder dit jaar besloot het Europees Hof (in de zogenaamde Vaxholm-zaak) dat het vakbonden niet is toegestaan te staken tegen dit soort praktijken, omdat daarmee de heilige marktwerking verstoord zou worden.

Ook het internationale economische beleid van de Unie wordt door het ‘hervormingsverdrag’ volledig bevestigd. Dit beleid – onlangs door de Europese Commissie in een nieuw jasje gestoken als het ‘global Europe’- concept – dwingt arme landen hun markten te openen voor het Europese bedrijfsleven, waardoor kleine boeren kapotgaan of ophouden met het produceren van voedselproducten voor de lokale markt. Met sociale rechtvaardigheid of duurzame ontwikkeling heeft dit beleid weinig te maken: het gaat erom vrijhandelsverdragen met arme landen af te dwingen, zodat Europese exportproducten zonder belemmeringen overal afgezet kunnen worden, en Europese bedrijven ter plekke de ‘vrije’ concurrentie aan kunnen gaan met het minder krachtige bedrijfsleven van armere landen.

Zand in de machine

Nu is neoliberalisme natuurlijk geen uitvinding van ‘Brussel’. Het is niet juist de Europese Unie an sich de volledige schuld te geven van dit rechtse beleid, en een verwerping van het ‘hervormingsverdrag’ zal niet meteen helpen om dit beleid om te gooien. Ook is het ongetwijfeld zo dat de weerstand van de Ieren tegen het “Verdrag van Lissabon” slechts gedeeltelijk te maken heeft met bovengenoemde bezwaren, en behoudende of nationalistische bezwaren een grote rol spelen.

Maar het is zaak om zoveel mogelijk spaken in het wiel te steken, zoveel mogelijk zand te gooien in de machine die dit neoliberale beleid ontwikkelt en tracht te rechtvaardigen. Zolang de Europese Unie een doorgeefluik is van door lidstaten ontwikkeld rechts beleid, en dit beleid enkel versterkt en verspreidt, is het zaak de werking van het Europese project zoveel mogelijk te saboteren. Een verwerping van het “hervormingsverdrag” door de Ieren zou daarom een enorme opsteker zijn.

(1) Aangehaald door Willem Bos van de Stichting ander Europa in een artikel waarin hij het ‘nieuwe’ verdrag analyseert. Dit is te vinden op internet in een pdf file: http://www.wijwillenreferendum.eu/file/34

Advertenties

Humanitaire missie

januari 31, 2008

Twee Nederlandse advocaten deden afgelopen maandag aangifte tegen de Nederlandse militaire top wegens mogelijke schending van het oorlogsrecht in Afghanistan. Al twee dagen later kwam het antwoord van het Openbaar Ministerie: klacht ongegrond, de aangifte wordt niet in behandeling genomen.

In de aanklacht, ingediend door de advocaten Nico Steijnen en Meindert Stelling, wordt onder meer verwezen naar de gevechtshandelingen in de Uruzgan-enclave Chora in juni van 2007. In Chora is hard gevochten; de gevechtshandelingen hier worden beschouwd als de zwaarste waar Nederlanders bij betrokken zijn geweest sinds de Korea-oorlog. Eén van de gevechtshandelingen waarbij disproportioneel geweld tegen burgers zou zijn gebruikt betreft het bombardement op Qal ‘eh-ye Ragh. Dit dorpje van een paar honderd inwoners, waar zich Taliban-strijders zouden hebben verscholen, werd vanuit het op 30 kilometer afstand liggende Kamp Holland 24 uur lang met granaten bestookt door Nederlandse pantserhouwitzers. “Daarna is er een serie vliegtuigen overheen gegaan”, aldus journalist Arnold Karskens afgelopen dinsdag in het programma Pauw en Witteman.

Karskens interviewde verschillende overlevenden van het bombardement, die onder meer het volgende verklaarden: “Onder de slachtoffers waren kinderen, vrouwen en bejaarden en mijn zoon”. (…) “Van mijn familie zijn 11 mensen omgekomen en 40 gewond geraakt. Vier mensen hebben het overleefd, ik mijn broer en twee ooms.” (…) “Sommige lijken hadden geen hoofd, handen of benen. Iedereen was geraakt.”

Dan McNeill, commandant van de Navo-troepenmacht in Afghanistan, meent net als de Nederlandse advocaten Steijnen en Stelling dat het hier gebruikte geweld disproportioneel was. Hij noemde het zelfs “in strijd met het oorlogsrecht”. Nederlandse militairen zouden onvoldoende rekening hebben gehouden met mogelijke burgerslachtoffers. Ook president Karzai refereerde hieraan toen hij de actie veroordeelde: „Je opent niet het vuur op dertig kilometer afstand van het doel. Daarmee maak je vrijwel zeker slachtoffers onder de burgerbevolking.”

Dit blijken er in totaal zo’n 70 te zijn geweest. Bewoners van Qal ‘eh-ye Ragh waren niet geïnformeerd over het komende bombardement, in tegendeel – volgens Karskens hadden ze van ISAF zelfs het advies gekregen binnen te blijven tijdens gevechtshandelingen. Veel mensen hebben zich hieraan gehouden, en werden bedolven onder de kleien muren van hun woning.

Naast de kwestie Qal ‘eh-ye Ragh is er een ander voorval waarbij disproportioneel veel geweld zou zijn gebruikt, namelijk de bombardementen van 25 september 2007 op het dorpje Kakrak in het district Deh Rawod. Dit plaatsje werd vanuit de lucht gebombardeerd, ter ondersteuning van Afghaanse en Amerikaanse troepen die bezig zouden zijn geweest met het voorkomen van executies door Taliban in het dorp. Bij onderzoek achteraf werd vastgesteld dat van de 66 aangetroffen graven 33 van vrouwen en kinderen waren. Defensie erkent dit, maar benadrukt dat de luchtsteun niet werd verzorgd door Nederlandse vliegtuigen. Zo gemakkelijk kan Defensie zich hier echter niet vanaf maken: Deh Rawod is een district in Uruzgan, en in deze provincie heeft Nederland de leiding van, en dus ook de verantwoordelijkheid over militaire operaties die worden uitgevoerd.

Het in oorlogssituaties toepassen van disproportioneel geweld tegen burgers is in strijd met de Verdragen van Genève. Het van grote afstand met granaten bestoken van woonkernen waar zich honderden burgers bevinden leidt onvermijdelijk tot onschuldige burgerslachtoffers, dat kan een kind begrijpen. Toch ontkennen de ministers Van Middelkoop, Verhagen en Koenders dat er in Qal ‘eh-ye Ragh buitensporig geweld is gebruikt. De Commandant van de Nederlandse Strijdkrachten heeft “in alle gevallen rekening gehouden met de beginselen van proportionaliteit, die vergen dat de inzet in verhouding moet staan tot het nagestreefde doel”, aldus de ministers in antwoord op vragen van kamerlid Peters van Groenlinks, afgelopen december.

Het Openbaar Ministerie lijkt er ook van uit te gaan dat naar omstandigheden alles netjes en volgens het ‘oorlogsrecht’ verlopen is. De aanklacht van de advocaten Steijnen en Stelling werd razendsnel afgewezen, omdat het OM “op basis (van de aanklacht) geen strafbaar feit kan construeren in Nederland en ook niet ingevolge de Wet internationale misdrijven (WIM)”. Bovendien wijst het OM er op dat het vervolgen van bewindslieden volgens artikel 119 van de Grondwet enkel mogelijk is “bij koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer”. De advocaten hebben beroep ingesteld tegen de weigering van het OM om de militaire top voor schendingen van het humanitair oorlogsrecht te vervolgen.

Sowiezo is Defensie nog niet van deze kwestie af. Deze week werd bekend dat strafdeskundige en advocaat Liesbeth Zegveld namens Afghaanse nabestaanden van de slachtoffers van beide luchtaanvallen schadeclaims zal gaan eisen. De vraag wie precies het commando heeft gegeven tot het bombarderen van Qal ‘eh-ye Ragh en Kakrak, en wie daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt, zal dan onvermijdelijk aan bod komen. Daarnaast loopt er nog een onderzoek van het Openbaar Ministerie in Arnhem naar mogelijke strafbare feiten door Nederlandse militairen bij de strijd in Chora. Of het OM nu de aangewezen instantie is om oorlogsmisdaden, waar de Nederlandse staat voor verantwoordelijk is kritisch te onderzoeken, valt te betwijfelen.

Gepubliceerd op de website van Eurodusnie

Blue Card

oktober 5, 2007

De toekomst van het Europese toelatingsbeleid voor migranten van buiten de EU werd deze week wat duidelijker door het voorgestelde ‘blue card’ systeem: alleen mensen die kunnen aantonen hier veel geld te gaan verdienen, mogen nog in Europa komen werken. Het zijn de contouren van een nieuwe fase in de oorlog tegen arme en economisch onrendabele mensen, die zowel landelijk als internationaal gevoerd wordt.

Met arme mensen uit Afrika die naar de Europese Unie reizen om hier een wat beter bestaan op te bouwen, loopt het vaak slecht af: jaarlijks verdrinken duizenden mensen die met bootjes de Middellandse Zee over trachten te steken. Hetzelfde lot treft de laatste tijd mensen die de Canarische Eilanden proberen te bereiken over de Noord-Atlantische Oceaan. De mensen die niet verdrinken, worden doorgaans in kampen gestopt en teruggestuurd. Arme mensen uit Aziatische landen nemen niet zelden even grote risico’s om in de rijke Europese Unie te komen. Sommigen trotseren zelfs mijnenvelden om Europa te bereiken. De woede over de duizenden mensen die jaarlijks sterven onderweg naar Europa richt zich doorgaans op de ‘mensensmokkelaars’, niet op het restrictieve toelatingsbeleid van de EU.

Goedopgeleide mensen van buiten de EU die hier willen komen werken hebben het een stuk gemakkelijker. Zij hoeven niet onder aan een vrachtwagen te hangen of met tientallen anderen in een armzalig bootje een onzekere reis te beginnen om hier te komen: zij kunnen, als het aan de Europese Commissie ligt, in aanmerking komen voor een ‘blue card’. Als zij kunnen aantonen minimaal drie keer het minimumloon te gaan verdienen, kunnen ze deze tijdelijke werk- en verblijfsvergunning krijgen. Het systeem is afgekeken van het Amerikaanse ‘green card’ systeem, dat ook gericht is op het aantrekken van de rijkere en vooral hoogopgeleide migrant.

Het achterliggende idee van dit systeem is simpel: Europa kan hoogopgeleide arbeidsmigranten goed gebruiken. Zij leveren geld op – dat schijnt nodig te zijn, ook met het oog op de vergrijzing – en zij kunnen de arbeidstekorten in bepaalde sectoren opvullen. Zij zijn, kortom, “goed voor de economie”. Arme migranten en vluchtelingen daarentegen zijn slecht voor de economie. Zij leveren geen geld op; sterker nog: zij doen vaak slechts een beroep op de verzorgingsstaat, en kosten dus alleen maar geld. En ze blijven ook nog te lang, wat al helemaal rampzalig is. Het Centraal Planbureau omschreef het deze week duidelijk: “Omdat de gemiddeld laaggeschoolde arbeidsmigrant over zijn levensloop geen positieve bijdrage levert aan de publieke kas, kan permanent verblijf van deze groep de financiering van de welvaartsstaat onder druk zetten”. Ook de Europese Commissie had het in deze zin over het “beschermen van de Europese burger tegen goedkope arbeid”.

Het beleid – dat op nationaal niveau trouwens al langer ontwikkeld wordt – is er dus op gericht de laagopgeleide, arme migrant te weren, en de rijkere, hoogopgeleide migrant te lokken. De ‘blue card’ was afgelopen maandag onderwerp van debat bij het populaire radioprogramma “standpunt.nl”. Een aanwezig VVD-kamerlid was enthousiast over het plan, en verwees jaloers naar het beleid van de VS: die slaagt er veel beter in de goedopgeleide migrant aan te trekken – ruim driekwart van de stroom hoogopgeleide migranten gaat naar de VS, en slechts een kleine minderheid van deze groep kiest voor de EU. Zijn verklaring hiervoor: het belastingsysteem is in Europa, en vooral in Nederland, onaantrekkelijk voor goedverdienende, hoogopgeleide mensen. Bovendien schrikt het te riante sociale zekerheidssysteem hoogopgeleide mensen af, en werkt dit als een magneet op de laagopgeleide arme sloebers, waarvan er dus veel te veel hierheen komen, is de redenering.

En zo is de cirkel weer rond: om de economie te stimuleren (wat natuurlijk altijd moet, hoe dan ook) moet het belastingssysteem verder worden ‘hervormd’ ten gunste van de rijken. Tegelijk moet het “onhoudbare” sociale zekerheidsstelsel verder worden gesaneerd, dat toch alleen maar nutteloze mensen aantrekt en in leven houdt, en moeten de grenzen selectief worden dichtgegooid: de arme slechtopgeleide mensen blijven buiten, de goedopgeleide mogen naar binnen. Maar natuurlijk niet voor al te lang, want dan bestaat de kans dat ze blijven hangen, en toch gaan profiteren. Nederlandse partijen pleitten daarom meteen voor een tijdelijke blue card: in tegenstelling tot de Amerikaanse ‘green card’ zal de Europese kaart slechts twee jaar geldig zijn. Verlenging is in principe mogelijk, maar mocht de kaarthouder dan zijn of haar baan hebben verloren, dan is het inpakken en wegwezen.

Vroeger werd er nog wel eens gerept over “brain-drain”: het op grote schaal wegtrekken van beter gesitueerde en hoogopgeleide mensen van arme naar rijke landen heeft een rampzalig maatschappelijk effect op die arme landen. Daar hoor je niemand meer over. Rijke landen zijn nu met elkaar in zware concurrentie wie de meeste hoogopgeleide (tijdelijk of niet) mensen kan binnenslepen, en hoe de armen zoveel mogelijk op hun plek gehouden kunnen worden. Om dit laatste te bereiken doet een organisatie als het IOM (International Organization for Migration) aan “migratie-management“: in arme landen worden de mensen al ontmoedigd, tegengehouden of geregistreerd, om te voorkomen dat ze hierheen komen. Als ze onverhoopt toch hier terecht zijn gekomen, worden er programma’s ontwikkeld om ze zo snel mogelijk terug te krijgen. Zelfs een bekende Afrikaanse zanger als Youssou N’Dour wordt ingezet om de boodschap over te brengen: arme sloebers, thuisblijven!

De strijd tegen de arme, onrendabele mensen die door onze regeringen gevoerd wordt, vindt ook op kleinere schaal plaats, bijvoorbeeld met de zgn. Rotterdam-wet. In Rotterdam had men het idee dat er in bepaalde wijken teveel arme, kansloze mensen woonden, en te weinig rijke en goedopgeleide. Middels de Rotterdam-wet kunnen kanslozen geweerd worden, en kunnen rijkeren en het bedrijfsleven aangetrokken worden.

Maar zoiets als een door Den Haag gesanctioneerde “Rotterdam-wet” is vaak niet eens nodig om het gewenste effect te bereiken. Het beleid (huuropdrijving, sloop en ‘renovatie’) van woningbouwcorporaties zorgt er ook voor dat arme mensen zich in steeds meer (delen van) steden niet meer kunnen vestigen, eenvoudigweg omdat het te duur is. De armen kunnen zo geweerd worden uit de gebieden van de rijken, en zijn aangewezen op verslonste buitenwijken, die voor de goede orde af en toe een zak geld krijgen toegestopt. De ontwikkelingen in de gezondheidszorg gaan in een vergelijkbare richting. Optimale zorg zal in de toekomst worden uitgevoerd in privéklinieken voor de rijken; armen zullen zijn toegewezen op kwalitatief lagere instellingen voor gezondheidszorg.

De oorlog tegen de armen en ‘onrendabelen’, die bestaat uit afzondering en uitsluiting, wordt zodoende zowel op internationaal als landelijk niveau gevoerd. Wet- en regelgeving, zoals bij de ‘blue card’, is meestal niet eens nodig: de ‘onzichtbare hand’ van de vrije markt is doorgaans afdoende om langzaam maar zeker een nieuw sociaal apartheidssysteem te creëren.

bron: Eurodusnie website, oktober 2007

Heiligendamm: Zinvol protest of spektakel?

mei 3, 2007

Honderden linkse organisaties in Duitsland, maar ook veel daarbuiten, zijn bezig met de mobilisatie voor protesten tijdens de top van de leiders van de G8-landen in het Duitse Heiligendamm, begin volgende maand. Wordt dit een wederopleving van de ‘anti’- of (anders-)globaliseringsbeweging, die een jaar of tien geleden voor het eerst van zich deed spreken?

Al snel na de opkomst van deze beweging, en met name na de spectaculaire protesten in Seattle tijdens de top van de Wereldhandelsorganisatie in 1999, ontstond er binnen links een discussie over de vorm van de protesten, maar ook over de inhoudelijke kant ervan. Veel interessante vragen kwamen bij deze discussie naar voren: Is protesteren tegen globalisering bij grote topconferenties wel zinvol? Hoe verhoudt protest tegen globalisering zich tot verzet tegen kapitalisme? Is de anti-globaliseringsbeweging niet grotendeels reformistisch, of zelfs conservatief van karakter? Is er eigenlijk wel sprake van een beweging?

In Duitsland is er een fel debat over “wel of niet meedoen” met de protesten in Heiligendamm, waarbij onder meer bovenstaande vragen aan de orde komen. Om wat nader in te gaan op de kritiek op de mobilisatie in Heiligendamm, is het zinvol even stil te staan bij de betekenis van de term ‘globalisering’ in economische zin, en hoe dit zich verhoudt tot kapitalisme.

Globalisering en kapitalisme

Globalisering is geen nieuw economisch systeem, en ook geen wezenlijke verandering in de werking van het kapitalisme of een ‘internationale vorm’ ervan. Het internationale karakter van het kapitalisme werd al door Marx vastgesteld in het Communistisch Manifest: “De behoefte aan een steeds uitgebreider afzet van haar producten jaagt de bourgeoisie over de hele aardbol. Overal moet zij zich innestelen, overal haar huis bouwen, overal verbintenissen aanknopen. De bourgeoisie heeft door haar exploitatie van de wereldmarkt de productie en consumptie van alle landen kosmopolitisch gemaakt. Zij heeft tot groot verdriet van de reactionairen aan de industrie de nationale bodem onder de voeten weggetrokken. De eeuwenoude nationale industrieën zijn vernietigd en worden nog dagelijks vernietigd.”

Afgezien van het internationale karakter van het kapitalisme bleven economieën tot ver in de vorige eeuw grotendeels nationaal gericht, en gereguleerd door nationale overheden. Met de komst van de globalisering veranderde dit sterk. Globalisering is de fase die het kapitalisme is ingegaan na de zgn.’crisis van het fordisme’, waar de westerse economieën in de jaren zeventig in terechtkwamen. Fordisme was de succesvolle formule van massaproductie- en consumptie na de Tweede Wereldoorlog, in combinatie met nationaal beschermde markten en Keynesiaans economisch beleid. De crisis uitte zich in inflatie, stagnatie van de economische groei, een scherpe daling van de winsten en groeiende werkloosheid. Het moeizame klassencompromis, dat bestond uit het instandhouden van een sociaal zekerheidstelsel in combinatie met relatief hoge lonen en werknemersrechten, vormde in toenemende mate een rem op de groei van het kapitaal.

Globalisering kan gezien worden als het antwoord, of de strategie van het kapitalisme op deze crisis. Economisch gezien kwam dit antwoord neer op een radicale liberalisering van de belangrijkste economische sectoren, verdergaande rationalisering van de productie en modernisering van de bedrijfsorganisatie, toenemende flexibilisering van het arbeidsproces en het loslaten van de regulering van internationale geld- en kapitaalstromen. Transnationale ondernemingen namen in macht, omvang en aantal enorm toe, en er is een opkomst van een ‘internationale managersklasse’. De nationale staat onderging een functieverandering: tot in de jaren zeventig waren economieën voor een groot deel puur nationaal gericht, en was de staat nog een belangrijke speler in die economie, als eigenaar er reguleerder. Na de jaren zeventig reduceren nationale staten hun rol als zelfstandige economische spelers en worden ze in toenemende mate de beschermer van het ‘eigen’ bedrijfsleven op de internationale concurrentiemarkt. De Duitse politicoloog Hirsch noemt dit de ‘nationale concurrentiestaat’.

Ondanks de globalisering is het beslist niet zo dat overal ter wereld de economieën volledig internationaal van karakter zijn geworden. Tot op de dag van vandaag blijft in veel landen de economie voornamelijk gericht op het gebied binnen de eigen grenzen of de eigen regio, en varieert de internationale gerichtheid van de economie van land tot land. Afgezien van deze relativeringen is de onthechting van de economie van de nationale staten een overal voorkomend en onomkeerbaar proces.

Nu is het de vraag waartegen geprotesteerd wordt in Heiligendamm: is men puur tegen de globalisering en tegen de ‘uitwassen’ die deze fase met zich meebrengt, zoals de gegroeide macht van multinationals, de opkomst van het ‘flitskapitaal’ of de verminderde invloed van nationale overheden op de economie? Of bestaat het protest uit een verwerping van de kapitalistisch ordening als zodanig?

Hier is geen eenvoudig antwoord op te geven, om de simpele reden dat het protest zeer divers van karakter is. Dit is altijd al zo geweest met de anti globaliseringsbeweging: deze bestaat uit een mix van groepen die een uitgebreide kritiek op het kapitalistische systeem naar voren schuiven, groepen die voornamelijk kritiek hebben op het feit dat het kapitalisme ‘doorgeschoten’ zou zijn en dus hervormd moet worden, tot groepen die zich voornamelijk op één issue werpen – bijvoorbeeld de schuldenlast van de derde wereld, of de militaire agenda van de G8 landen – en bij wie een meer algemene kritiek op globalisering of kapitalisme nauwelijks een rol speelt.

Een beweging die geen beweging is

Om deze reden is kritiek op de antiglobaliseringsbeweging zo moeilijk: het gaat in feite niet om een beweging, maar om een tijdelijke coalitie van een groot aantal uiteenlopende organisaties en individuen. De beweging is een brede coalitie waarbij onder andere grote NGO’s, ATTAC, ‘anti-imperialistische’ groepen, christelijke organisaties, anti militaristische groepen, de Linkspartei, antifa-groepen, vakbonden en communistische organisaties hun plaats opeisen. De beweging an sich heeft geen ideologie of politieke strategie, hoewel de critici van de andersglobaliseringsbeweging dit er wel graag in willen zien. Deze diversiteit wordt vaak gevierd als het sterke punt van de beweging. De redacties van enkele linkse bladen in Duitsland schrijven optimistisch: “Verheugend is de breedte van de beweging, die haar stem tegen de politiek van de G8-staten verheft. (…) Indien deze verschillende politieke en sociale milieus met elkaar in wisselwerking treden, kan uit deze veelheid een politieke tegenmacht voortkomen.” Het is een prachtig idee: een bonte verzameling protestgroepen en NGO’s, die één vuist gaat maken tegen het onrecht in de wereld.

Maar zal het ooit mogelijk zijn een vuist te maken? De grote diversiteit is immers tevens de zwakte van de antiglobaliseringsbeweging. Het gebrek aan een enigszins eensluidende kritiek levert een protestbeweging op die een vergaarbak is van analyses, alternatieven en agenda’s, die elkaar vaak bijten. Diversiteit wordt dan verdeeldheid, en het is de vraag of je dan nog wel van een ‘beweging’ kunt spreken.

Dit wordt onder meer duidelijk bij bestudering van de teksten van het Dissent netwerk, een verzameling groepen die de uitgangspunten van Peoples Global Action hebben overgenomen – onder meer een verwerping van kapitalisme, patriarchaat, racisme en religieus fundamentalisme. In een van haar uitgangsteksten levert het netwerk forse kritiek op de meer gematigde protestgroepen die tegen de G8 te hoop lopen – vakbonden, partijen en grote NGO’s. Een hervormingsagenda is een illusie volgens Dissent, en men legt uit niets te zien in pleidooien voor vermindering van de schuldenlast van arme landen, “meer transparantie” binnen de G8 of het streven naar een ‘sociaal kapitalisme’. Dergelijke organisaties leven in een droomwereld, meldt de website van Dissent.

Die ‘droomwereld’ heeft zich in Duitsland verzameld in het “G8 NGO platform”. Hieraan zijn organisaties verbonden als BUND (doelstelling: “ecologische en sociale grenzen aan de globalisering stellen”; “een convenant voor ethisch verantwoord ondernemen moet de verantwoordelijkheid van bedrijven tegenover het milieu en de samenleving verzekeren”) de “Erlassjahr-campagne” (“1000 ballonnen oplaten tegen de schuldenlast”), de organisatie “Global Marshall Plan”, die de uitvoering eisen van de Millennium-doelstellingen van de VN, en organisaties als de Evangelischer Entwicklungsdienst, die tijdens de G8 hun eigen protestvormen zullen presenteren, zoals acht minuten lang door heel het land de kerkklokken laten beieren en het vormen van een gebedsketen.

Er is een wezenlijk verschil tussen organisaties en coalities die de uitgangspunten van de kapitalistische ordening afwijzen, en groepen die hervormingen of aanpassingen voorstaan. Deze laatste groepen vinden in feite direct aansluiting bij politici als Angela Merkel, die ook pleiten voor meer aandacht voor “de sociale dimensies van globalisering” en “een rechtvaardiger globalisering die “iedereen kansen moet bieden”. Kapitalisme is echter geen systeem dat ‘gereguleerd’ kan worden als maar de juiste sociale maatregelen genomen worden, maar staat inherent voor uitbuiting, het voortdurend creëren en bevestigen van hiërarchische verhoudingen en milieuvernietiging. Het is een ordening die gebaseerd is op loonarbeid, privé-eigendom en de concentratie van economische beslissingsbevoegdheid bij kleine elites, zoals raden van bestuur, en is dus in wezen a-democratisch en te beschouwen als een vorm van economische dictatuur. Bijsturen of reguleren hiervan, hoe goed de bedoelingen van mensen die hiernaar streven misschien ook zijn, is een illusie die inderdaad thuishoort in een droomwereld.

De kritiek op het meer ‘hervormingsgezinde’ deel van de antiglobaliseringsbeweging, en de benoeming van een wezenlijk verschil in analyse tussen de hervormers en anti-kapitalisten is bepaald niet nieuw. Toch blijft de “beweging” zich graag als eenheid manifesteren bij grote spektakelbijeenkomsten als de G8. De verleiding is dan erg groot om de verschillen opzij te zetten en met het doel zo veel mogelijk ‘massa’ te creëren eensgezind de G8, of welke andere verzameling hotemetoten dan ook, als de vijand tegemoet te treden. Dit genereert misschien een hoop media-aandacht, en leidt weer tot een massa-demonstratie zoals op 2 juni in Rostock, waarbij (uit de oproep:)”de grootte, kracht en veelzijdigheid van ons bont en breed protest niet te overzien zal zijn”. Maar door het zich geforceerd presenteren als een grote beweging die zich kenmerkt door “eenheid in verscheidenheid” wordt een wezenlijk analytisch verschil ontkend, en moet men zich beroepen op gezochte of vertekende argumenten tegen de G8, zoals de volgende.

“De G8 is niet democratisch”

Veel organisaties die te hoop lopen tegen de G8 zien als belangrijke aanleiding voor hun protest het gegeven dat de G8-conferentie niet democratisch gekozen is, en dus niet ‘legitiem’ zou zijn. Zo beweert de organisatie ATTAC dat de G8 in strijd zou zijn met het “volkenrecht” en met de “normen en waarden van democratische landen”. Welke landen dan wèl de juiste normen en waarden hebben die de G8 niet heeft, wordt er niet bijverteld, maar dat zullen dan in ieder geval niet de landen zijn die bij de G8 horen. Maar is het wel zo zinvol om de G8 er van te beschuldigen “niet democratisch” te zijn? De leiders van de G8 zijn wel degelijk – in een weliswaar gebrekkig democratisch systeem – door de bevolking van hun landen gekozen, en dus is de G8 niet meer of minder democratisch dan een nationale regering van bijvoorbeeld Frankrijk. Bovendien, als de G8 niet democratisch zou zijn, zijn de protesten tegen de G8 dan wel democratisch? Allerlei NGO’s bieden zich, ook in Heiligendamm, aan als gesprekspartners van regeringen, maar wie heeft die NGO’s eigenlijk gekozen? En door welk democratisch proces zijn Bono en Bob Geldof verkozen tot onderhandelaar over de kwestie van de internationale schuldenlasten?

“De G8 als een illegale wereldregering”

De G8 wordt door veel organisaties gezien als een uitermate machtige instantie, of (zoals in de oproep voor de demonstratie van 2 juni te lezen valt) “een zelfbenoemde informele wereldregering”. ATTAC beweert dat de G8 dermate machtig is, dat het “alle andere mondiale organisaties controleren of blokkeren kan”, en dat de regeringsleiders in Heiligendamm gaan beslissen “over het lot van de wereld”. Het is echter maar de vraag hoe belangrijk de G8 top zelf is. Het is niet zo dat op deze top wereldschokkende besluiten zullen worden genomen; meer gaat het om een informeel samenzijn van de huidige regerings-representanten van de acht rijkste landen, dat toch voornamelijk een symbolisch karakter heeft en eigenlijk zelf onderdeel is van ‘het spektakel’. De leiders kunnen overeenstemming bereiken over bepaalde algemene beleidslijnen – maar dit is niet verplichtend (zie de holle beloftes over het kwijtschelden van schulden bij de Gleneagles-top in 2005), en concreet beleid moet eerst nog door de nationale parlementen heen. Zo is er geen sprake van dat de G8 kan besluiten ergens een oorlog te beginnen.

“De G8 staat voor kapitalistische globalisering”

In veel oproepen voor acties en demonstraties wordt de G8 gezien als een soort motor van de globalisering, en worden de acht landen die erin vertegenwoordigd zijn verantwoordelijk gehouden voor alle ellende die het kapitalisme met zich meebrengt. En van die acht landen wordt de VS dan vaak als de allerergste beschouwd – vandaar dat de anti-G8 demonstratie van het Nederlands Sociaal Forum bij het Amerikaans consulaat plaatsvond. Het is begrijpelijk en tot op zekere hoogte ook wel juist de regeringsleiders die in Heiligendamm bijeenkomen verantwoordelijk te houden voor bepaalde verschijnselen in het kapitalisme, zoals de privatisering van openbare nutsbedrijven of de ‘hervormingen’ van sociale zekerheidstelsels, maar de G8 of de G8-landen kunnen niet vereenzelvigd worden met ‘het kapitalisme’: dit is uiteraard geen sinister genootschap van 8 mensen, maar een dynamisch maatschappelijk systeem dat de economische en sociale relaties tussen mensen bepaalt, en dat gedragen wordt door vrijwel alle nationale staten, het bedrijfsleven (en niet alleen de multinationals), vakbonden en maatschappelijke organisaties – waarvan er trouwens veel meeprotesteren tegen de G8.

“Wij zijn met grote massa’s”

In veel oproepen voor de G8-protesten wordt benadrukt hoe massaal en veelzijdig het protest in Heiligendamm zal zijn, in tegenstelling tot “de kleine elite” van regeringsleiders, die zich onder strenge bewaking van leger en politie moet verschansen in een conferentieoord. Buiten staan de ‘goeden’, die de massa’s aan hun kant hebben, en daarbinnen zitten de kwaden, de ‘managers van het systeem’ – dat is vaak het beeld dat wordt neergezet. Kapitalisme is echter geen simpele kwestie van overheersing van een kleine groep rijken over een grote groep armen – of de ‘kwaden’ versus de ‘goeden’. De ‘managers’ die confereren in Duitsland hebben helaas miljoenen kiesgerechtigden achter zich staan, die niet bijeenkomen in Heiligendamm. Het is jammer dat er zo veel belang wordt gehecht aan de omvang van het protest, met name de “internationale massademonstratie” van 2 juni, die zo groot zal zijn dat de massa’s “niet te overzien” zijn. Maar maakt het veel uit of er 100.000 mensen protesteren, of 200.000? Belangrijker is dat voor de deelnemers en buitenstaanders, en hopelijk ook voor de G8-bobo’s, de eisen van de demonstratie duidelijk zijn en dat deze duidelijk overkomen.

Het moet overigens gezegd worden dat veel linkse organisaties die mobiliseren voor Heiligendamm bovenstaande bedenkingen uitgebreid in hun analyses hebben opgenomen. Coalities als de ‘Interventionistische Linke’ en Dissent, een organisatie als BUKO (die een uitstekende kritiek heeft op de rol van NGO’s bij de G8) maar ook bladen als Phase 2, Arranca en AK hebben omvangrijke verhandelingen gepubliceerd met betrekking tot de G8, waarin de neerslag van de kritiek die de antiglobaliseringsbeweging de laatste jaren heeft gehad duidelijk te merken is. Toch blijven vrijwel alle linkse organisaties die mobiliseren voor Heiligendamm vasthouden aan het motto “onze veelzijdigheid is onze macht”, waardoor op 2 juni vakbonds-bobo’s, NGO-afgevaardigden en radicaal-linksen gezamenlijk zullen marcheren onder de vage leus “een andere wereld is mogelijk”. Radicaal-links zou er beter aan doen dergelijke massa-demonstraties te laten voor wat ze zijn, en niet deel te nemen aan manifestaties waarin een ‘andere’ globalisering wordt verlangd, en waarbij het woord ‘kapitalisme’ niet eens wordt genoemd.

Nazis

Vanuit de hoek van de Antideutschen klinkt de kritiek dat de mobilisatie van links voor de G8 zich inhoudelijk nauwelijks onderscheidt van die van nazi-groeperingen. Wie de analyses over kapitalisme van bijvoorbeeld de Junge Nationaldemokrate – een nazigroepering die ook een demonstratie tegen de G8 organiseert – en linkse groeperingen als FelS naast elkaar legt merkt al snel dat de bewering van de Antideutschen onzinnig is. Nazis verzetten zich tegen kapitalisme omdat dit een bedreiging vormt voor volk en vaderland – kapitalisme is internationaal, en heeft lak aan nationale grenzen en volken. Globalisering betekent uiteindelijk de oplossing van volken, grenzen en naties, dat hebben de nazis goed begrepen. Linksen daarentegen juichen dit juist toe, en zijn tegen kapitalisme omdat dit systeem wereldwijd mensen uitbuit, ongeacht bij welk volk ze horen – vandaar de roep om internationale solidariteit. Alle linkse groeperingen die mobiliseren voor de G8 zetten zich bovendien uitdrukkelijk af tegen racisme, vluchtelingenkampen en deportatiebeleid, en om aan alle twijfel een eind te maken is een “Gemeinsame Erklärung gegen Nazis” aangenomen.

Het is wel zaak dat de antiglobaliseringsbeweging vasthoudt aan een volledige kapitalisme-kritiek, inclusief uitgangspunten als internationalisme, open grenzen en de verwerping van het kapitalisme als sociaal-economisch systeem. Als de kritiek op het kapitalisme zich vooral richt op het bestrijden van multinationals, het bekritiseren van de wereldwijde geldhandel of anti-Amerikanisme schiet de analyse niet alleen tekort, maar wordt ook het onderscheid met extreem-rechtse kritiek op globalisering onduidelijk. Wat dit laatste betreft is het onverteerbaar dat iemand als Oskar Lafontaine van de Linkspartei meeloopt in de ‘massademonstratie’ van 2 juni in Rostock. Hij beklaagde zich twee jaar geleden nog over ‘Fremdarbeiter’ die de banen van Duitse ‘gezinsvaders en moeders’ inpikken en spreekt graag in termen van ‘volken’ en ‘naties’, waarmee hij de deur naar rechts-populisme wijd heeft opengezet.

Tot slot moet er ook weer niet teveel waarde gehecht worden aan het spektakel volgende maand in Heiligendamm – zowel aan het spektakel van de G8 leiders, als aan dat van de tegenstanders. Ook al gaat het ambitieuze voornemen van onder meer het Dissent-netwerk lukken om de G8 conferentie effectief te blokkeren, dan nog zal het kapitalisme in Heiligendamm geen ‘geschiedenis worden’, zoals sommige actie-oproepen optimistisch stellen. Wel kan de topconferentie door activisten gebruikt worden, zoals Dissent schrijft, om “contacten en netwerken met politieke vrienden uit de hele wereld aan te knopen”. Of de sfeer daarvoor in Heiligendamm optimaal zal zijn, valt te betwijfelen. Met tientallen huiszoekingen nog voordat de top is begonnen, en de inzet van 16.000 agenten en 1100 militairen, lijkt net als in Genua repressie weer het hoofdthema van de G8-top te gaan worden.

Bron: Eurodusnie website, mei 2007

Seculiere islam-top

maart 1, 2007

Begin deze maand vond in St. Petersberg (Florida) een bijeenkomst plaats van mensen afkomstig uit allerlei islamitische landen, met als onderwerp de “seculiere islam”. Ondertekenaars van de slotverklaring zijn onder meer Afshin Ellian en Ayaan Hirsi Ali.

Er staan enkele interessante elementen in de zgn. St. Petersburg Declaration, daarom volgt hieronder de vertaling.

Wij zijn seculiere moslims en seculiere individuen uit moslim-gemeenschappen. Wij zijn gelovigen, agnosten en ongelovigen, samengebracht door een grote strijd, niet tussen het Westen en de Islam, maar tussen de vrijen en onvrijen.

Wij onderschrijven de onvervreemdbare vrijheid van het individuele geweten. Wij geloven in de gelijkheid van alle mensen.

Wij eisen de scheiding van religie en staat en de eerbiediging van de universele mensenrechten.

We vinden tradities van vrijheid, rationaliteit en tolerantie in de rijke histories van pre-islamitische en islamitische maatschappijen. Deze waarden behoren niet toe aan het Westen of het Oosten. Zij behoren tot het gemeenschappelijke morele erfgoed van de mensheid.

Wij zien geen kolonialisme, racisme, of zogeheten ‘islamofobie’ in het onderwerpen aan kritiek of het veroordelen van islamitische gebruiken, wanneer deze in strijd zijn met de menselijke rede of rechten.

Wij roepen de regeringen van de wereld op om sharia-wetgeving, fatwa-rechtbanken, clericale macht, en staatsgodsdienst in al zijn vormen af te wijzen; om in overeenstemming met Artikel 18 van de Universele Declaratie van de Rechten van de Mens alle straffen voor godslastering en afvalligheid af te schaffen; om praktijken zoals vrouwenbesnijdenis, eerwraak, gedwongen sluiering, en gedwongen huwelijk, die de onderdrukking van de vrouw in stand houden, tegen te gaan; om homosexuelen te beschermen tegen vervolging en geweld; om sectarisch onderwijs te hervormen dat onverdraagzaamheid en fanatisme tegen niet-moslims onderricht; en om een open publieke ruimte te koesteren waarin alles vrij bespreekbaar is zonder dwang of intimidatie.

Wij eisen dat de islam wordt bevrijd uit haar gijzeling door totalitaire ambities van machtshongerige mannen en de strenge restricties van de orthodoxie.

Wij roepen academici en denkers overal op om zich aan een onbevreesd onderzoek van de oorsprong en bronnen van de islam te wagen, en om de idealen van vrij wetenschappelijk en spiritueel onderzoek te verbreiden via cultuur-overschrijdende vertalingen, publicaties en de massamedia.

Wij zeggen tot moslimgelovigen: er is een prachtige toekomst voor de islam als een persoonlijk geloof, niet als een politieke doctrine; tot christenen, joden, boeddhisten, hindoes, baha’is, en alle leden van niet-moslim geloofsgemeenschappen: wij staan aan jullie zijde als vrije en gelijke burgers; en tot ongelovigen: wij verdedigen jullie onvervreemdbare vrijheid om in twijfel te trekken en van mening te verschillen.

Vóórdat iemand van ons lid is van de Umma, de gemeenschap van Christus, of het Uitverkoren Volk, zijn we allemaal lid van de gemeenschap van het geweten, de mensen die zelf moeten kiezen.

Tot zover. Eén van de ondertekenaars van de tekst is Ayaan Hirsi Ali, waarschijnlijk de reden dat de tekst integraal werd afgedrukt in de Volkskrant, aangezien elke activiteit of uitspraak van dit ex-kamerlid nog steeds breed wordt uitgemeten in de Nederlandse media. Afgezien van Afshin Ellian bestaat de lijst ondertekenaars voor mij uit louter onbekenden. Het gaat om mensen uit Iran, Syrië, Egypte, Jordanië en andere landen – de meesten overigens met een dubbele nationaliteit.

Het is een nogal ronkende, maar toch mooie verklaring waar weinig op af te dingen valt. De meeste linksen zouden deze verklaring zonder meer kunnen ondertekenen, lijkt me. Merkwaardig is wel de fixatie op religie als het enige maatschappelijke verschijnsel dat onrecht en misstanden, en dus “de strijd tussen de vrijen en onvrijen” veroorzaakt. Ongelijkheid, schending van mensenrechten, en meer specifiek onderdrukking van vrouwen of homosexuelen is niet enkel terug te voeren op religie, en zeker niet enkel tot de islam, zoals sterk in de verklaring naar voren komt.

Positief aan de verklaring – en opvallend, aangezien Hirsi Ali deze mede heeft ondertekend – is dat men de pijlen richt op de politieke islam, en niet op de islam in het algemeen. Er wordt geen enkel probleem gezien in de islam als een persoonlijk geloof; men keert zich enkel tegen de islam als een ‘politieke doctrine’.

Opvallend ook – en geheel in strijd met het “verlichtingsfundamentalisme’ – is de erkenning dat het Westen niet het alleenrecht heeft op “tradities van vrijheid, rationaliteit en tolerantie”, maar dat deze tot het erfgoed van de gehele mensheid behoren, inclusief de ‘pre-islamitische en islamitische maatschappijen’. Dat is nog eens wat anders dan het lompe ‘islam-bashing’ dat ook in Nederland zulke trieste dieptepunten heeft bereikt. De verklaring komt op voor ongelovigen, en keert zich behalve tegen sharia-wetgeving ook tegen de christelijk-clericale macht en ‘staatsgodsdienst in al zijn vormen’.

Dit laatste wordt ook verkondigd door Nawal al-Saadawi, de Egyptische schrijfster en feministe die onlangs naar Amerika is vertrokken, omdat zij door de hoogste islamitische instantie in de sunnitische wereld, Al-Azhar, vervolgd wordt vanwege haar zogenaamd blasfemische toneelstuk “God neemt ontslag op de topconferentie”. Dit stuk, dat overigens wel in Egypte gedrukt en gepubliceerd kon worden – maar al snel daarna vernietigd – leverde haar de idiote aanklacht van ‘geloofsafval’ op. Saadawi, die door moslimextremisten regelmatig met de dood is bedreigd, maakte maandag in NRC Handelsblad duidelijk dat niet enkel de radicale islam het probleem is: “In feite is godsdienst een politieke ideologie. Religie wordt door alle regeringen gebruikt, zowel in het Westen als in het Oosten. George Bush wordt gesteund door christelijke fundamentalisten, Israël is gebaseerd op joods fundamentalisme, Saoedi-Arabië is gebaseerd op islamitisch fundamentalisme. We zien een golf van religieus fundamentalisme over de hele wereld.”

Hoe anders klinken deze woorden van de vervolgde Saadawi, en hoe redelijker klinkt bovenstaande slotverklaring van de ‘seculiere islam-top’, in vergelijking met de nationalistische, agressieve taal van de leider van de Nederlandse Partij voor de Vrijheid. Misschien is dit wel de reden waarom Wilders nauwelijks steun meer over heeft van oude makkers als Sylvain Ephimenco, Afshin Ellian, Leon de Winter, Jaffe Vink en Bart-Jan Spruyt – zelfs deze verlichtingsfundamentalisten, toch nooit te beroerd voor een stevig partijtje ‘islam-bashing’, passen voor de ongezouten moslimhaat van Wilders.

Wilders zelf begint dit ook te merken, en klaagt de laatste tijd steen en been dat mensen hem demoniseren – wat door Alex van Veen van Ravage ook zeer kwalijk gevonden wordt. Wilders klaagt zelfs over bepaalde cartoons die over hem gemaakt worden – dat is natuurlijk erg geestig van de man die vorig jaar binnen een dag alle Deens anti-Mohammed cartoons op zijn website had gezet.

Sommige columnisten pakken inderdaad wel erg stevig uit tegen Wilders, als ze vergelijkingen maken met het nazi-regime. Wilders reageerde hier woest op: “De Partij voor de Vrijheid heeft natuurlijk helemaal niets met extreem-rechts en het nazisme te maken. Mijn partij staat juist voor de rechtsstaat, de democratie en de vrijheid”, aldus Wilders op de Telegraaf-site nieuwnieuws.nl.

Wilders is natuurlijk geen nazi. Maar extreem-rechts is ie wel. En rechtsstaat, democratie, vrijheid? Wilders diskwalificeert een Kamerlid (Arib) nog voordat er een onderzoek is geweest…rechtsstaat? Als Wilders aan de macht is, gaat hij journalisten als Clairy Polak meteen ontslaan, want die zijn te links. Democratie? Als het aan Wilders ligt, zullen moslims ‘vrijwillig’ het land moeten verlaten…vrijheid? Wilders is extreem-rechts en propageert pure moslimhaat. Dat heeft niets te maken met demonisering, maar dat is de dingen noemen zoals ze zijn.

Bron: Eurodusnie website, maart 2007

Aanval op Iran?

februari 2, 2007

Een aanval van de Verenigde Staten op Iran wordt door veel mensen weggelachen als zijnde een een krankzinnige en onmogelijke opgave. Neoconservatieven in Washington dringen echter aan op zo’n aanval, die mogelijk al dit voorjaar zal plaatsvinden.

De redenen waarom de VS zou kiezen voor een oorlog tegen Iran zijn bekend. In de eerste plaats de nucleaire ambities van Iran: er wordt gevreesd dat Iran binnen afzienbare tijd kan beschikken over operationele nucleaire wapens. Ten tweede het regime: Achmadinejad wordt door de VS regering, en velen daarbuiten, gezien als een dictator die aftstevent op de vernietiging van Israël. Ten derde de beschuldiging dat het regime in Teheran mogelijk rechtstreeks steun verleent aan rebellen in Irak en zo de militaire operatie van de VS daar frustreert. Hiervoor ontbreekt echter elk bewijs. Maar zoals bekend is dat voor Bush geen reden om af te zien van een oorlog.

The Economist kwam vorige week met een vierde mogelijke reden voor een oorlog tegen Iran: president Bush, in het besef dat hij nog slechts twee jaar in fuctie zal zijn en niet meer herkiesbaar is, zou ervoor kunnen kiezen zijn ambtstermijn te ‘bekronen’ met een ultieme poging zijn verkiezingsbelofte “democratie in het Midden-Oosten brengen” te realiseren: een aanval op ‘rogue state’ Iran, dus. Bush heeft bovendien beloofd nooit toe te staan dat Iran in de buurt van de productie van een nucleair wapen zal komen. The Economist geeft aan waarom een militaire konfrontatie met het regime in Teheran onverstandig en onzinnig zou zijn. Een dergelijke aanval zou ongetwijfeld de vorm hebben van vernietigingsbombardementen op de nucleaire installaties in Iran. Dit zou echter slechts een vertraging betekenen in de nucleaire ontwikkeling van Iran, terwijl nog maar moet blijken of zo’n aanval wel zou lukken: veel Iraanse nucleaire installaties liggen diep onder de grond en kunnen zelfs door “bunker busting bombs” niet bereikt worden.

De exacte stand van zaken van de ontwikkelingen in Iran op het terrein van nucleaire wapens is onduidelijk. Iran zelf blijft beweren dat het slechts aan nucleair ‘onderzoek’ doet, wat op zich volkomen legaal is. Er zijn echter veel aanzwijzingen dat Iran wel degelijk nucleaire wapens aan het ontwikkelen is. ‘Deskundigen’ verschillen nogal van mening over het stadium waar Iran zich in bevindt. Enkele “Teheran watchers” beweren dat het 1 tot 3 jaar zal duren voordat Iran voldoende uranium heeft kunnen verrijken voor de productie van één bom; de meeste anderen – waaronder de CIA – hebben het over een termijn van minimaal 10 jaar.

Een aanval op Iran zal ongetwijfeld zorgen voor een enorme populariteitsgroei van het regime onder de Iraanse bevolking, die zich massaal zal keren tegen de buitenlandse agressor. Dit terwijl het huidige regime in Iran op het ogenblik bepaald niet op handen wordt gedragen door de bevolking: bij recente lokale verkiezingen leden de bondgenoten van Achmadinajad een gevoelig verlies, en in Iraanse kranten wordt openlijk opgeroepen het nucleaire programma stil te zetten. Bovendien zal een Amerikaanse aanval leiden tot wilde wraakacties van het regime of sympathisanten ervan in Irak, tegen Israël of tegen Amerikanen wereldwijd. Behoudende, anti-westerse regimes en stromingen in het Midden-Oosten zullen door een aanval op Iran de wind in de zeilen krijgen, anti-westers terrorisme zal overal toenemen, net als na 9/11 gevolgd door repressieve maatregelen tegen arabische migranten en beperking van burgerrechten middels anti-terreurwetgeving. Bin Laden, als de man nog leeft, zal bij een aanval op Iran een gat in de lucht springen.

Een aanval op Iran zou kortom desastreuze gevolgen hebben, nog afgezien van de slachtoffers en vluchtelingen die er meteen zullen zijn. De officiële lijn van de Bush-regering is nog steeds dat niet gestreefd wordt naar een aanval op Irans’ nucleaire installaties, maar intussen wordt op allerlei manieren de druk op Iran opgevoerd, ook op militair gebied. In januari vielen Amerikaanse soldaten een Iraans kantoor binnen in de Iraakse plaats Erbil, en arresteerden vijf Iraniërs die betrokken zouden zijn bij het voorzien van sjiitische milities in Irak van wapens, explosieven, fondsen en training. Deze week beschuldigde Washington Iran ervan de radicale Iraakse sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr onderdak te bieden. Er bestaat al een lijst in Washington van nucleaire doelen in Iran die moeten worden getroffen. Het in de Perzische Golf aanwezige vliegdekschip USS Eisenhower wordt deze maand vergezeld door de USS John Stennis, en wellicht nog een derde vliegdekschip. Dit is de grootste concentratie van militair materieel van de VS in de regio sinds vier jaar. Als reactie hierop organiseren militaire hardliners in Iran legeroefeningen in hetzelfde gebied. Amerikaanse gevechtsvliegtuigen zullen dichter bij het Iraanse luchtruim patrouilleren – een incident kan dan zomaar uitgroeien tot een conflict, ook al zijn de militaire activiteiten van de VS volgens Bush niet ‘offensief bedoeld’ – zie het (overigens uitgelokte) Tonkin incident waarmee de Vietnam-oorlog begon.

Door neoconservatieven in Washington, en met name het American Enterprise Institute, wordt aangedrongen op een ‘nieuw front’ tegen Iran. Hirsi Ali, medewerkster van het AEI, verwoorde het de laatste keer dat ze een interview gaf aan NOVA als volgt: “Ik denk dat ik Bush ga beoordelen als definitief bekend is hoe hij tegenover Iran gaat staan”. In deze kringen gaat men ervan uit dat een relatief korte, intensieve operatie van de Amerikaanse luchtmacht tegen atoominstallaties in Iran het beste antwoord is op de nucleaire dreiging van dit land. Vervolgens is het een kwestie van “ons schrap zetten om de terugslag van Iran te absorberen” aldus Joshua Muravchik, Midden-Oosten specialist van het AEI. In november publiceerde deze collega van Hirsi Ali nog een artikel met de titel “We MUST bomb Iran”.

Buiten de neoconservatieven is er in de VS gelukkig weinig steun voor een aanval op Iran, maar helaas heeft deze kliek een grote invloed op de regering in Washington. Misschien moet de anti-oorlogsbeweging in de VS alvast maar de straat op om te protesteren tegen de zoveelste rampzalige onderneming van George Bush.

Bron: Eurodusnie website, februari 2007