Afspraak is afspraak!

Vanavond was er een uitstekend bezochte manifestatie op het Stadhuisplein voor het behoud van Vrijplaats Koppenhinksteeg in Leiden. De aanleiding was een recent ‘voornemen’ van het Leidse college van B & W, waarin het, ondanks vele toezeggingen en beloftes in het recente verleden, de legalisering van de Vrijplaats afblaast.

Over het Stadhuisplein waren waslijnen gespannen, waar een deel van de meer dan duizend protestbrieven, die door sympathisanten van de Vrijplaats in de afgelopen twee weken aan het college waren gestuurd, aan waren opgehangen. Enkele mensen hielden een praatje, waaronder een medewerker van de Vrijplaats. Hieronder de tekst.

Beste vrijplaatsvrienden,

Ik werk bij Eurodusnie, een van de organisaties in Vrijplaats Koppenhinksteeg. Die Vrijplaats bestaat al behoorlijk lang – de geschiedenis gaat terug tot eind jaren zestig. Nu heb ik die tijd natuurlijk niet meegemaakt, maar ik werk al wel behoorlijk lang in mijn vrije tijd voor de Vrijplaats. Ben begonnen bij Boekhandel Manifest, die op de plek zat waar nu de Linkse Kerk zit. Dat was begin jaren negentig. In die tijd waren er ook al gemeentelijke plannen om de Vrijplaats te ontruimen voor appartementen en winkels, en was er trouwens ook een plan van de gebruikers om de Vrijplaats legaal te maken. Dat plan heette toen “Pand in eigen Hand”. Van dat laatste plan is toen niets terecht gekomen, en van de nieuwbouwplannen destijds van de gemeente gelukkig ook niet.

Aan het begin van deze eeuw lanceerde de gemeente Leiden opnieuw plannen om de Vrijplaats te ontruimen en plaats te laten maken voor onder andere koopappartementen. De Vrijplaatsorganisaties begonnen met een flinke lobby om deze plannen te dwarsbomen, maar kwamen ook met een alternatief: de panden zouden verkocht kunnen worden aan een woningbouwvereniging – Ons Doel – die de panden aan de buitenkant zou kunnen opknappen. De Vrijplaatsorganisaties zouden dan de binnenkant voor hun rekening nemen, en de ruimtes tegen een sociale huur gaan huren van deze woningbouwvereniging.

Jaren lang wilde de gemeente Leiden niets horen van dit zogenaamde cascohuur-voorstel. Door de Vrijplaats werd op allerlei manieren actie gevoerd om sluiting van de Vrijplaats te voorkomen. Er waren juridische procedures, acties op straat, demonstraties, handtekeningenacties, en Leidenaars dienden massaal zienswijzen in om het gemeentebestuur op andere gedachten te brengen. Dat wilde maar niet echt lukken. De gemeente kwam alleen met een piepklein alternatief, waar de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal in gehuisvest zouden kunnen worden – het zgn. kabouter-pandje. Interessant is dat in het laatste collegevoorstel ook weer sprake is van zo’n gedeeltelijk alternatief.

In juni 2005 kwam er ineens een omslag. Toenmalig wethouder Hillebrand besloot plotsklaps dat hij toch wel waardering kon opbrengen voor de Vrijplaats, en stelde voor de hele steeg te gaan legaliseren. Het besluit werd overgenomen door vrijwel de gehele gemeenteraad. Uiteraard heerste er toen een juichstemming in de Koppenhinksteeg – jarenlange politieke actie en gelobby leken toch hun effect te hebben gehad.

Eindelijk gaf de gemeente er blijk van de grote waardering voor de Vrijplaats – niet alleen in Leiden, maar ook tot ver daarbuiten – te erkennen. Ik heb er nu niet zo’n zin in uitgebreid stil te staan bij het nut en de functie van de verschillende onderdelen van de Vrijplaats. Van de zeer verschillende activiteiten van de Vrijplaats wordt door ontzettend veel mensen in Leiden gebruik gemaakt en de waardering voor de Vrijplaats – zo blijkt ook uit het feit dat in korte tijd meer dan 1000 mensen een protestbrief naar de gemeente hebben gestuurd – is enorm.

Sinds 2005 vorderde het legaliseringsproces gestaag, maar toch wel erg langzaam. Pas in april 2007 werd door het toenmalige zogenaamde ‘Linkse college’ de Notitie Legalisering Vrijplaats Koppenhinksteeg uitgebracht, waarin onder meer te lezen viel:

“Het behoud van de Vrijplaats Koppenhinksteeg is gewaarborgd, met dien verstande dat na een zorgvuldig proces van afweging wordt besloten wel te legaliseren: Eurodusnie, Stichting Ontmoetingsruimte de Linkse Kerk, de Fabel van de Illegaal en sportschool Hong Ying. Bar en Boos wordt onder condities gelegaliseerd.”

De enige voorwaarden die aan implementatie van het besluit worden gesteld is dat de gebruikers moesten gaan voldoen aan alle wettelijke eisen en noodzakelijke vergunningen. Bar en Boos moest een bedrijfsplan maken. Aan al deze voorwaarden werd voldaan, dus feitelijk gezien kon de legalisering niet meer misgaan.

In december 2007 nam het nieuwe college, waarin de SP moest plaatsmaken voor de VVD, de legalisering op in haar programma. En of het nu aan de VVD ligt of niet: al ontstonden er problemen. Enkele weken geleden kwamen de eerste geluiden naar buiten dat het college niet zo’n zin meer had in legalisering, en vorige week werd dit bekend gemaakt in een besluit, waarin men de raad voorstelt te stoppen met het legaliseringsproces. Het probleem, zo zegt het college nu, is geld. Men beweert dat er een gat is van drie ton. Anderen schatten dit tekort aanmerkelijk lager in.

Nu is drie ton natuurlijk een hoop geld, maar voor grote bouwprojecten ook weer geen kolossaal groot bedrag. Zeker niet als je bedenkt dat aan de oude, vervallen panden in de Koppenhinksteeg al zo’n dertig jaar nauwelijks onderhoud is gepleegd door de eigenaar, de gemeente Leiden dus. Wie nalaat oude panden te renoveren, ziet zich uiteindelijk geconfronteerd met steeds grotere opknapkosten. Voor het nieuwe college is deze waarheid een reden om het legaliseringsplan helemaal te willen afblazen.

Maar hier kan natuurlijk geen sprake van zijn. Drie ton kan geen reden zijn om een sociaal-culturele vrijplaats, die al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bestaat, de nek om, te draaien. Er zijn jarenlang door de gemeente keiharde toezeggingen gedaan over de legalisering van de Vrijplaats. Het is zoals de Vrijplaats al eerder schreef in een brief aan de gemeente: “Het kan niet zo zijn dat het college het al dan niet slagen van de onderhandelingen met Ons Doel gebruikt als excuus om de met ons gemaakte afspraken en de aan ons gedane toezeggingen terug te draaien. Een dergelijk besluit zou getuigen van onbehoorlijk bestuur.”

Waar het nu in feite om gaat is of de politieke partijen, die de legalisering altijd gesteund hebben – ik noem dan met name de PvdA en Groenlinks – een rechte rug tonen, en zich houden aan alle toezeggingen die in de afgelopen jaren gedaan zijn. Na de goedkeuring van het legaliseringsproces door de gemeente hebben de vrijplaatsorganisaties enorme investeringen gedaan in hun panden om de boel van binnen op te knappen, om nog maar te zwijgen van de hoveelheid werd die erin gestoken is. Het is absurd om een proces dat al zover gevorderd is alsnog de nek om te draaien – de contracten met Ons Doel stonden nota bene op het punt getekend te worden.

Van de VVD hebben we weinig te verwachten. Die zijn altijd tegen de Vrijplaats geweest, en hebben wat dat betreft altijd een consequente positie ingenomen. Maar wat betreft Groenlinks en met name de PvdA is het de vraag – wat vindt men belangrijker, drie ton, of een al bijna veertig jaar lang bestaande vrijplaats? Het coalitiebelang, of het nakomen van afspraken en toezeggingen over de legalisering? Dure koopappartementen, of vier vrijwilligersorganisaties die al jaren aan de weg timmeren in Leiden?

Ik roep de collegepartijen, en met name dus de daarnet genoemde, op een beetje lef te tonen, risico te nemen en samen met ons en de woningbouwvereniging alsnog op zoek te gaan naar een oplossing voor deze kwestie. Kies niet voor de veilige, saaie weg van nog meer koopappartementen en winkels die er ongetwijfeld zullen komen als de Vrijplaats verdwijnt in de Koppenhinksteeg. Toon een beetje durf, en maak de stad niet saaier, want dat is helemaal niet nodig.

Graag citeer ik uit een artikel van de filosoof Peter Venmans, die afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad een stuk publiceerde met als titel “Ordening en chaos in de stad”.

“In hoofdstuk drie van On Liberty (1859) heeft de liberale denker John Stuart Mill al overtuigend laten zien dat wij allemaal gebaat zijn bij het behoud van verscheidenheid. Een individu kan zich pas echt ontwikkelen tot een volwaardige persoon als hij zichzelf kan confronteren met andere individuen, andere levensstijlen, andere manieren van tegen de werkelijkheid aankijken. (..) De stad is de plaats waar die confrontatie plaatsvindt, waar iedereen zijn eigen gang gaat en zich meet aan anderen, en waar de samenleving op een informele manier met zichzelf experimenteert.(..) Beleidsmakers zingen weliswaar de lof van de verscheidenheid, want men houdt wel van wat kleur op straat, maar dan alleen zolang het binnen de perken van de onschuldige idylle blijft. Men wil de lusten zonder het risico”

Misschien kunnen de heren en dames politici, die zo onder andere over de Vrijplaats gaan vergaderen, hier eens bij stilstaan. Dure appartementen en winkels komen en gaan, maar een eenmal verdwenen Vrijplaats, zoals die in de Koppenhinksteeg, komt eenmaal ontruimd, nooit meer terug.

Eerder verschenen op de Eurodusnie website

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: