Trends van 2007

Een nieuw jaar kan pas werkelijk van start gaan na een terugblik op het oude jaar. Dit geschiedde hedenavond tijdens een goed bezochte nieuwjaarsreceptie van het Eurodusnie collectief in ontmoetingsruimte de Linkse Kerk in Leiden.

Beste bezoekers van de Linkse Kerk,

Bij een nieuwjaarsreceptie hoort altijd een gezapige terugblik op het oude jaar, dus laten we daar maar snel mee beginnen, dan hebben we dat ook weer gehad. Ik zal mezelf beperken tot drie opvallende trends.

Het volk

Wat in de eerste plaats opvalt aan het jaar 2007 is dat het volk weer helemaal terug is. Het volk, dat wil zeggen de gewone man, en de gewone vrouw op straat. Meer dan ooit lijken politici gefixeerd op het volk. Wie de mening van de man in de straat weet te achterhalen en die kan verkondigen, die is spekkoper, zo lijkt de gedachte. Het nieuwe kabinet schreef een regeerakkoord waarin enkele vergezichten werden vastgelegd, en vervolgens ging men 100 dagen op toernee, om aan het volk te vragen hoe een en ander ingevuld moest worden.

Tenminste, dat was ongeveer de gedachte. Men ging luisteren naar het volk, in debat met de gewone man, om van hem te horen hoe er geregeerd moet worden. Maar daar worden politici toch juist voor betaald, zou je zeggen. Het is merkwaardig: eerst een verkiezingscampagne voeren, waarbij je mensen uitlegt waarom ze op jou moeten stemmen, en als je dan gekozen bent, aan “de mensen in het land” gaan vragen of ze misschien nog goede ideeën hebben.

Nog verder gaan de politici die werkelijk lijken te denken direct de mening van de man en vrouw in de straat te verkondigen. Ze zeggen dat ze heel anders zijn dan de gewone politici, zij weten namelijk werkelijk hoe het volk denkt. Zij zijn niet de spreekwoordelijke zakkenvullers uit Den Haag, maar zij zullen nu ècht wel eens gaan doen wat de bevolking wil! Fortuyn werd met deze aanpak behoorlijk populair, en tegenwoordig spelen Verdonk en Wilders hetzelfde spelletje.

Het is een raar mengsel van gemakzucht, populisme en lafheid waar politici met een dergelijke houding blijk van geven. En het is een soort oplichterij. De mogelijkheden van de parlementaire democratie in Nederland worden immers grotendeels bepaald en beperkt door de wetten van het grote geld. Het eerste kabinet Den Uyl streefde naar een radicale herverdeling van kennis, macht en inkomen, maar stuitte al snel op Den Uyls beruchte ‘smalle marges’ die de markteconomie ons oplegt. Die economie is nu eenmaal niet democratisch georganiseerd, hoeveel referenda en burgemeestersverkiezingen je ook organiseert. Politici zouden er goed aan doen gewoon te erkennen dat we opgescheept zitten met een beperkte democratie, en niet hun oren laten hangen naar het fantoombeeld van de ‘volksmening’, maar in plaats daarvan gewoon zelf nadenken en met goede ideeën komen. Dan merken ze vanzelf wel of mensen het daarmee eens zijn of niet. Hoedt u voor politici die menen dat ze zeggen wat het volk wilt of denkt, want het volk bestaat helemaal niet, net zo min als de gewone man of vrouw in de straat.

Poldermodel

Een tweede trend is de wederopstanding van het poldermodel in Nederland, een kleffe overlegcultuur waarbij conflicten uit de weg worden gegaan, maatschappelijk verzet als onproductief wordt gezien, en vakbonden zich nauwelijks meer onderscheiden van werkgevers. Hans Boot, redacteur van het blad Solidariteit en vorig jaar nog te gast in de zaal hiernaast, citeerde onlangs de volgende hemeltergende uitspraak van FNV-voorzitter Agnes Jongerius:

“Met het kabinet zeggen wij dat werkgever en werknemer in elkaar moeten investeren”.

Dat er wezenlijke belangentegenstellingen bestaan tussen werknemers en werkgevers, die gedachte lijkt bij de FNV-top geheel in rook opgegaan. Terwijl het toch zo simpel is: werkgevers willen geld verdienen en dus zo min mogelijk geld uitgeven aan werknemers. Werknemers willen uiteraard iets heel anders. Vakbonden moeten zich daarom slechts richten op drie brede doelen: meer geld, minder werk en meer vakantie. Maar de FNV omarmt liever het poldermodel, en daarom moeten teveel mensen in Nederland te hard werken voor te weinig geld.

De heilige status van het poldermodel bleek ook uit de woeste reacties die volgden op de scholierenacties van de vorige herfst. Hoe durven die scholieren zomaar hun les te verlaten en voor hun belangen op te komen, zo was in veel commentaren te lezen. Terwijl dat toch les nummer één is als het gaat om sociaal verzet: als je wat wilt bereiken, moet je gaan staken en de straat op gaan, en een hoop lawaai maken. Dat er dan hier en daar een prullenbak sneuvelt of een eitje door de lucht gaat hoort er een beetje bij, en is uiteindelijk peanuts vergeleken met bijvoorbeeld acties in het verleden van Franse boeren, die hun hand niet omdraaiden voor brandende barricades en tientallen kuubs rottende etenswaren op snelwegen. Het poldermodel is in feite niets meer dan een geïnstitutionaliseerde vorm van de kneuterige “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” mentaliteit, waarbij het uit de weg gaan van conflicten en onderdanigheid aan de overheid centraal staat.

Er zijn nog enkele trends waar ik hier, gezien de tijd, helaas niet nader op in kan gaan, zoals de ontsporende consumptiedrift, die er zelfs toe leidt dat sommige IKEA vestigingen niet eens meer open durven te gaan, de wederopleving van het christelijke arbeidsethos, en natuurlijk de nog steeds voortwoekerende opmars van het “platvoerse geraaskal”, zoals columnist Van Doorn het vandaag in dagblad Trouw aanduidt. Ook de War on Terror en de Led Zeppelin reünie laat ik hier even terzijde.

Ik zal me beperken tot één laatste trend, die helaas een blijvertje zal blijken te zijn, namelijk het compleet verdwijnen van de notie van privacy.

Privacy

Vroeger waren er nog veel mensen die waarde hechtten aan het idee dat het de overheid, of het bedrijfsleven, geen snars aanging wie jij was, waar jij heen ging of met wie jij omging. Ik herinner aan het massale verzet tegen de volkstelling van begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Mensen vonden dat het de overheid gewoon niets aanging, met z’n hoevelen wij hier in dit landje wonen. Een identiteitsbewijs werd nog beschouwd als een nazi-Ausweis beschouwd, zoals het hoort.

Helaas zijn de tijden nu veranderd, en nogal ingrijpend ook. Op wat actievoerders na heeft iedereen de legitimatieplicht geaccepteerd, als bestond deze al tientallen jaren. Met het toekomstige rekeningrijden en de ov-chip zijn ieders gangen te achterhalen, als dit al niet gebeurt door de vele bewakingscamera’s die steeds grotere delen van de publieke ruimte afspeuren op potentiële terroristen. In steeds meer bedrijfsgebouwen moet je je legitimeren als je naar binnen wilt, veel discotheken werken met persoonlijke streepjescodes, wie in Schiphol snel naar z’n vliegtuig wil kan door de irisscan heen, en wat mensen voor de rest nog aan persoonlijke informatie hebben zetten ze wel op hun hyves of myspace pagina. Mensen melden zich tegenwoordig zelfs vrijwillig aan voor websites, waarop hun lokatie van hun mobiele telefoon voor de hele wereld is te zien. Zoals schrijver Ronald van Haasteren het vorig jaar omschreef: “Het verlangen om als transparante mens door het leven te gaan, lijkt niet te stoppen en alleen maar aan populariteit te winnen.” Privacy behoort definitief tot het verleden, net als de kroontjespen, het palingtrekken en de paardenschuit.

De overheid haakt gretig in op deze trend, door dna van criminelen op te slaan, de legitimatieplicht te pas en te onpas af te dwingen, en privé-gegevens van internetproviders op te eisen. Ik kan me politieke demonstraties herinneren, waarbij door boze deelnemers “Nederland politiestaat!!” werd geroepen. Ik vond dat altijd wat overdreven. Twee weken geleden publiceerde nota bene de Telegraaf een artikel met de kop “Nederland bijna politiestaat”.

Vorige week kregen we bij Eurodusnie een e-mail van het Korps Landelijke Politiediensten, met het volgende verzoek:

Geachte heer, mevrouw, Het Korps Landelijke Politiediensten is door het kabinet gevraagd op het internet te gaan surveilleren. Gekeken wordt op welke wijze pro-actieve inzet van de politie op het net kan worden gerealiseerd. Wij zijn geïnteresseerd in uw ervaringen als ‘moderator’, en zouden graag met u van gedachten wisselen over de aanpak van internetsurveillance”.

Of we als burgers zelf maar even willen meewerken met het in de gaten houden van elkaar. In de DDR hadden ze dat vroeger efficiënt geregeld. Zoals een beroemd politicus het zo fraai kan uitdrukken: veel gekker moet het in Nederland niet worden!

Nog een fijn nieuwjaar allemaal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: