Archive for december, 2007

Topinkomens en dalinkomens

december 20, 2007

Het lijkt op het rituele gebabbel over een mogelijke Elfstedentocht, alleen dan gebeurt het wat vaker: de om de zoveel tijd oplaaiende discussie over de topinkomens. Linksige mensen kunnen zich weer eens ouderwets kwaadmaken, en uiteindelijk gebeurt er helemaal niets. Dit in tegenstelling tot de dalinkomens: die zijn volop in beweging, naar beneden.

Vier jaar geleden ontwikkelde ex-Unilever topman Moris Tabaksblat de zgn. “Code Tabaksblat”, een gedragscode voor beursgenoteerde bedrijven die er – door afspraken over transparantie en het beperken van gouden handdrukken – uiteindelijk toe zou moeten leiden dat de ‘graaicultuur’ bij commissarissen en bestuurders van bedrijven enigszins zou worden beteugeld. Uiteraard mislukte dit falikant, want een cultuur waarbij topbestuurders tegen de tien miljoen verdienen en bij vertrek of verkoop bonussen meenemen van tientallen miljoenen, die verander je niet zomaar. Zeker niet als in het nabije buitenland de bonussen en inkomens nog vele malen hoger zijn.

En dus laait elke keer de discussie weer op, met steeds dezelfde argumenten, dezelfde gespeelde woede van goedverdienende sociaaldemocraten en vakbondsbobo’s, en steeds dezelfde uitkomst: nihil komma nul. Maar dat staat dan weer zo lullig, dus voor de vorm benoemt men dan een nieuwe commissie, die de materie weer eens moet gaan bestuderen. Deze keer was dat de Commissie Frijns. De conclusie van Jean Frijns, oud bestuurder van het ABP: de topinkomens moeten met rust worden gelaten, want anders vertrekken ze misschien naar het buitenland. Dat is dus hetzelfde argument dat al dertig jaar wordt ingebracht tegen het fiscaal aanpakken van topinkomens. En dus gebeurt er weer niets (al sputtert Wouter Bos nog wat tegen) en kunnen de topinkomens fijn blijven stijgen; op het ogenblik met zo’n tien procent per jaar.

Dit in tegenstelling tot de ‘dalinkomens’ die de laatste jaren in toenemende mate onder druk staan. Het grappige is dat de druk om de laagste inkomens verder te verlagen ondersteund wordt met hetzelfde argument dat gebruikt wordt om de topinkomens te verhogen: gebeurt het niet, dan vertrekken bedrijven naar het buitenland. De druk op de lagere inkomens is onder meer te zien in de sector van de postbezorging. Het rondbrengen van post was tot nu toe een eerbaar beroep; je verdiende er geen scheppen geld mee, maar je ontving een salaris waar je fatsoenlijk mee rond kon komen; bovendien waren er aardige secundaire arbeidsvoorwaarden.

Liberalisering

Als het aan het kabinet, TNT post en de Europese Unie ligt, verandert dit zo snel mogelijk en worden postbodes onderbetaalde stukloners. Zoals alles in de Europese Unie moet ook de postmarkt geliberaliseerd worden. Dit betekent grotere concurrentie op de postmarkt, en dus moeten de lonen naar beneden. TNT post, dat zo’n 60.000 postbodes in dienst heeft, wil er graag 10.000 van ontslaan. Hiervoor in de plaats komen flexibele krachten, die veel minder verdienen dan de oude postbodes. Dit moet, want de concurrenten van TNT (zoals Sandd en Selekt Mail) betalen stukloon aan hun postbezorgers, en daar moet TNT tegenop kunnen concurreren. Stukloon is lekker makkelijk: je betaalt als bedrijf mensen uiteindelijk zo’n 5 euro per uur, je hoeft geen arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ze af te sluiten en vakantiedagen hoef je niet aan te bieden. Ziedaar de zegeningen van de marktliberalisering.

Toch is er een tijdelijke kink in de kabel: in Duitsland is men namelijk op het vreselijke idee gekomen om een minimuminkomen van maar liefst 8 euro in te voeren voor de postbodes. De reacties uit het bedrijfsleven waren furieus: hoe durft men zulke gigantische salarissen voor te stellen? Dat kunnen we toch niet betalen?? Ook TNT-topman Peter Bakker (die dit jaar voor zichzelf een salarisstijging van 42 procent heeft geregeld) sprak er schande van, en kondigde aan dat TNT op die manier onmogelijk kan gaan concurreren op de Duitse markt.

En dus blijft Deutsche Post voorlopig heer en meester op de Duitse postmarkt, zodat de aandelen van dit oude – inmiddels ook geprivatiseerde – staatsbedrijf flink stegen, iets waar Deutsche Post bestuursvoorzitter Klaus Zumwinkel fijn van kon profiteren, door meteen een persoonlijke optie op 200.000 aandelen van zijn eigen bedrijf uit te oefenen.

Pulpbaantjes

Ook in Nederland moet de afronding van de liberalisering van de postmarkt (middels de Postwet) even pas op de plaats maken, vanwege de situatie in Duitsland, maar ook omdat er nog een conflict is over de arbeidsvoorwaarden van Nederlandse postbezorgers. TNT vind dit niet zo erg – nu kunnen zij namelijk nog een tijdje alleenheerser op de Nederlandse markt blijven. Nieuwkomers als Sannd en Selekt Mail zijn echter woedend door het uitstel van de Postwet. Sandd-directeur Bart Stomphorst begrijpt niet waarom mensen iets tegen het stukloon hebben: “Honderdduizenden werken zo in Nederland, bijvoorbeeld als krantenbezorgers, garnalenpellers of aspergestekers” (Volkskrant, 15 december). Dat stukloon ertoe leidt dat mensen minder dan het minimumloon verdienen, en dat het dan toch wat lastig wordt om nog je huur te betalen, dat interesseert deze man natuurlijk geen fluit.

En binnen de logica van het kapitalisme heeft hij ook wel gelijk. Economisch journalist Olav Velthuis legt het uit in de Volkskrant van 8 december: de strijd van vakbonden tegen stukloon is een achterhoedegevecht. Stukloon is namelijk “onvermijdelijk na privatisering”: “de markt raakt daardoor zo gefragmenteerd dat nieuwe toetreders het zich eenvoudig niet kunnen permitteren om een leger postbodes in dienst te nemen. Dat is veel te duur”. En dus worden postbodes een soort pizzakoeriers.

Jammer dat die mensen voor het bezorgen van post slechts 5 euro per uur krijgen. Dat hoort nu eenmaal bij een geliberaliseerde markt.

Er is echter één enorm voordeel: door de postliberalisering kunnen Nederlanders zelf gaan kiezen door wie en door welk bedrijf zij hun brieven laten bezorgen. Is dat vooruitgang of niet?

Gepubliceerd op de Eurodusnie website, december 2007

De kiezers van TON

december 18, 2007

De wegen van de Nederlandse kiezer zijn soms ondoorgrondelijk, en dat geldt in het bijzonder voor de aanhang van Rita Verdonk. Het programma NOVA probeerde afgelopen zaterdag iets concreets boven water te krijgen over de beweegredenen van de ‘Verdonkianen’. Dat mislukte jammerlijk. Verdonk is een politica met een vrijwel leeg programma, gesteund door mensen die niet weten wat ze willen.

Flink wat mensen maken de overstap van de SP naar de beweging van Rita Verdonk, werd dit weekend gemeld door het programma NOVA. Dat is natuurlijk fascinerend. De redactie van het programma selecteerde een ‘representatieve’ groep kiezers die een politieke sprong van de SP van Marijnissen naar TON van Verdonk had gemaakt, en probeerde de motieven van deze mensen te achterhalen. Dat resulteerde in een pijnlijke uitzending.

Daar kwamen ze dan één voor één in beeld, de gewone man en de gewone vrouw, die eerst hun vertrouwen hadden geschonken aan Marijnissen, maar nu gevallen waren voor de “recht door zee” uitstraling van de voormalige Minister van Vreemdelingenzaken. Hier spraken de Nederlandse kiesgerechtigden; de mensen voor wie het stelsel van parlementaire democratie met evenredige vertegenwoordiging ontworpen is, mensen die in dit ontwikkelde land, product van de Verlichting, een opleiding hebben genoten.

NOVA: “Op wie heeft u de laatste keer gestemd? ”

man (hobby: “Ik maak zelf heel veel web-pagina’s”): “Marijnissen. Hij staat wat dichter bij de burgers, dan de rest van de partij, denk ik.” Later meldt deze man: “Een gewone burger die ons land gaat besturen. Dat was mijn gedachte over Jan Marijnissen”.

vrouw: “Op Agnes Kant. Een vrouw, dat vond ik wel leuk”.

andere man: “Ik heb gestemd op Jan Marijnissen. Ik wilde die gewoon een kans geven… de politiek in Nederland vond ik heel slecht voor de bevolking geworden. Er wordt niet meer naar de mensen geluisterd…daarom heb ik Jan Marijnissen een kans gegeven… omdat die man eerlijk overkwam.”

een oudere vrouw (favoriete tv-programma: “Sie-es-Aai”) weet te melden: “Ik denk nou, ik denk die man hep zulke grote plannen, als we die in de regering hebben, dan krijgen we misschien éindelijk, éindelijk es een keer een regering. Want wat we nou hebben, da’s een hoop lege zakken.”

Waarom vinden deze mensen Verdonk nu ineens zo interessant? Luister naar de analyses van de voormalige SP-stemmers.

“Rita Verdonk is toen bij mij in beeld gekomen, omdat zij als minister dingen zei, en daar ook voor stond”.

“Verdonk. Ze heeft wel haar op de tanden. Ze durft tenminste de mond open te doen”.

“Omdat ze eerlijk is en recht voor haar mening uitkomt”.

“Je ziet, ze staat voor haar ding, wat ze doet”.

Een peinzende NOVA-medewerker probeert wanhopig enige inhoud in het programma te krijgen: “Waar ziet u dat aan? ”

“De hele uitstraling van die vrouw. Ja.”

NOVA: “Kunt u een moment noemen…. iets wat gezegd is… of…”

“Niet echt, nee”

“De mensen in het land”

Werkelijk niemand slaagt er in ook maar één concreet punt op te noemen waardoor men ertoe gekomen is voor Verdonk te gaan kiezen. Het gaat enkel om een soort uitstraling, een idee dat Verdonk “dichter bij de mensen staat” en werkelijk gaat doen wat “de mensen in het land willen”. Maar wat willen deze mensen dan? Dat is niet helemaal duidelijk. Het krantje De Pers wist het volgende prachtige citaat van een Verdonk-fan van de hyves-pagina van de ex-minister te plukken: “Weet nog niet waarom, want ik moet nog afwachten, maar toch straalt u bij mij uit dat u gaat waar u voor staat en wat u belooft. Ik stem op u in de toekomst”.

Dat hebben we in Nederland toch maar mooi bereikt: iemand weet vijftien zetels in de peilingen binnen te slepen zonder programma, gesteund door mensen die niet eens kunnen aangeven waarom ze op iemand gaan stemmen. Zelfs Fortuyn wist dit niet te presteren. De toekomstige Verdonk-stemmers leven met het waanidee dat er kennelijk zoiets bestaat als “de mening van de man en vrouw in de straat” die vertegenwoordigt kan worden door “mensen die de mening van de man in de straat kennen”. Het is een verlangen naar een paradijselijke wereld met alleen maar gewone mensen met dezelfde gewone mening; een wereld die nooit heeft bestaan en nooit zal bestaan. In het zelfde artikeltje in De Pers wordt gesproken van een “heimwee naar een onschuldiger Nederland, een land om trots op te zijn, waar de kerstballen nog van glas waren”.

Vreemd is eng

In zo’n nostalgische droomwereld is afkeer van alles wat vreemd en onbekend is nooit ver weg. Trots op Nederland staat voor veel Rita-stemmers voor ‘behoud van Nederland’, zo leren we uit de NOVA-uitzending: “Trots op Nederland. Maar het moet wel òns Nederland blijven”. Want er gebeuren rare dingen in het land. De maker van web-pagina’s: “Dat wat hier gebeurt, dat dragen van boerka’s, dat kan absoluut niet wat mij betreft”, gevolgd door: “Het wordt dadelijk wel heel erg makkelijk om bedrijven te overvallen, omdat je een boerka draagt”.

Die criminele buitenlanders moeten dan maar over de grens worden gezet, meent de oudere vrouw die graag naar “Sie-es-Aai” kijkt. Het wordt immers al minder knus in Nederland met al die vreemde gasten: “Ik vind buitenlanders eten best wel lekker. Maar als ik dan in de stad loop, dan is het de ene swarma tent na de andere (…) ik mis gewoon de Hollandse gezelligheid op de markten”. Die markten zijn er nog genoeg natuurlijk, maar ze zijn niet blank genoeg meer, dat wil mevrouw zeggen. “Alle grenzen gaan maar open, alle buitenlanders die naar binnen komen, je krijgt hoe langer hoe meer ellende, dat vind ik eigenlijk niet zo goed”.

Nog een stukje Rita Verdonk dan, om deze prachtige analytische uitzending van NOVA af te sluiten. Ze legt uit hoe ze aan de naam “Trots op Nederland” is gekomen:

“En wróm noem ik die beweging zo? omdat ik eh… nou wat ik hoor in het land is dat héél veel mensen gewoon genoeg hebben van de huidige politiek. Heel veel mensen zijn niet meer geïnteresseerd in wat er in Den Haag gebeurt. Dáár wil ik wat aan doen.”

De zelfingenomen proleet zonder standpunten positioneert zich graag buiten “de huidige politiek”. Daar zitten namelijk de gewone mensen, van wie we de treurige meningen en het wanhopige verlangen naar een Anton Pieck-achtig Nederland dat nooit bestaan heeft een hele uitzending krijgen voorgeschoteld. Nog één keer de oude Rita fan: “Ze doet me echt aan me oma denken. Daar was de hele familie bang van”.

Aan het einde van de uitzending mag Jan Marijnissen zijn woordje nog doen. Hij vindt het spijtig dat al deze geweldige mensen zijn partij de rug hebben toegekeerd: “Ontzettend leuke, aardige mensen, die toch een beetje van buitenaf naar de politiek kijken. (…) Ik wil die mensen niet kwijt”.

Wees maar blij dat je ze kwijt bent, Jan.

Doris Lessing

december 17, 2007

Doris Lessing ontving dit jaar de Nobelprijs voor literatuur. In haar toespraak bij het aanvaarden van deze prijs liet ze weten verontrust te zijn over het gebrek aan algemene kennis bij mensen tegenwoordig, met name het gebrek aan kennis over literatuur. Lessing koppelt deze ontwikkeling aan de opmars van internet:

We are in a fragmenting culture, where our certainties of even a few decades ago are questioned and where it is common for young men and women who have had years of education, to know nothing about the world, to have read nothing, knowing only some speciality or other, for instance, computers.

What has happened to us is an amazing invention, computers and the internet and TV, a revolution. This is not the first revolution we, the human race, has dealt with. The printing revolution, which did not take place in a matter of a few decades, but took much longer, changed our minds and ways of thinking. A foolhardy lot, we accepted it all, as we always do, never asked “What is going to happen to us now, with this invention of print?” And just as we never once stopped to ask, How are we, our minds, going to change with the new internet, which has seduced a whole generation into its inanities so that even quite reasonable people will confess that once they are hooked, it is hard to cut free, and they may find a whole day has passed in blogging and blugging etc.

Heeft Lessing gelijk? Ik denk het wel. Mensen besteden enorm veel tijd aan het rondkijken op internet, en hebben minder tijd voor literatuur, en voor het rustig opnemen van informatie. Het paraat hebben van kennis wordt door veel mensen niet meer als relevant gezien – er is immers toch wikipedia?

Toch is er ook een soort tegenbeweging aan de gang. Ik hoor steeds vaker dat mensen zich ergeren aan het belang dat aan internet wordt gehecht, en dat mensen kritischer worden over het gebruik van internet – ook hun eigen gebruik.

Laten we niet vergeten dat internet een betrekkelijk nieuw verschijnsel is. Vijftien jaar geleden bestond internet nog nauwelijks. Het duurt even voordat mensen het op haar waarde kunnen inschatten en er op een nuchtere manier mee om kunnen gaan. Als dat gebeurt, hoeft internet geen bedreiging te zijn voor de cultuur.

Want laten we niet vergeten dat internet best wel handig kan zijn- zo is de toespraak van Lessing online in vier talen beschikbaar, en wie te lui is om te lezen, kan met Windows Media Player naar de toespraak van Lessing kijken. Dat kon vijftien jaar geleden nog niet.