Archive for juni, 2007

Exit Talpa

juni 10, 2007

De ongeorganiseerde, geheel spontane Talpa-boycot die de afgelopen twee jaar door miljoenen Nederlanders, waaronder ondergetekende, stug is volgehouden, is gisteren geculmineerd in een doorslaand succes. Voor de tweede maal in John de Mol’s carriere is het opzetten van een eigen televisiezender-imperium uitgelopen op een geweldig fiasco.

Het is maar zelden een genot om de voorpagina van de Telegraaf te bekijken, maar vandaag vormde een uitzondering: “Sterren op straat, miljoenen in rook op” kopt de krant in enorme letters. Daarboven is een rijtje met foto’s afgedrukt van de grootste sterren uit de ‘stal’ van De Mol. Over hun gezichten is een groot rood kruis getekend: die zien we nooit meer terug! Gesjeesde Talpa-werknemers als Jack Spijkerman, Bridget Maasland en Caroline Tensen zullen een nieuwe baan moeten gaan zoeken (gaat Jack “ik ben en blijf socialist” Spijkerman weer aankloppen bij de VARA?). Linksboven een foto van John de Mol zelf, onderschrift: “Dit doet pijn.”

Het is de glorieuze uitkomst van een volledig ongeorganiseerde, maar uiterst succesvolle publieksboycot: Talpa, enige tijd geleden nog omgedoopt in “Tien”, is definitief ten onder gegaan. Een handvol goedlopende programma’s (inclusief de ‘sterren’) , waaronder het betaald voetbal, wordt overgenomen door RTL Nederland, evenals de radiozender 538. In ruil krijgt De Mol’s bedrijf Talpa een minderheidsaandeel van 26 procent in RTL Nederland. Niet gering natuurlijk, maar na twee roemloos mislukte pogingen een eigen televisiezender-imperium op te bouwen – de eerste mislukking stamt nog uit 1996, met Sport 7 (verlies: 100 miljoen) – gaat De Mol weer gewoon televisieprogramma’s verzinnen. Het Talpa-debacle heeft hem een hoop geld gekost, volgens De Mol gaat het om “tientallen miljoenen”. Dit is volgens NRC Handelsblad echter aan de lage kant: “Uit de jaarcijfers over 2005 alleen al blijkt dat de Talpa Media Holding 104 miljoen euro aan aanloopverliezen leed.” Een totaalverlies van zo’n 200 miljoen euro lijkt dus een realistische schatting.

Geen medelijden natuurlijk met John de Mol, wiens vermogen wordt geschat op 1,8 miljard euro. Met opgeheven hoofd zat De Mol gisteren bij NOVA te verkondigen dat Talpa “in zijn beleving” toch geen flop is, en dat hij nu een ‘opportunity’ heeft gepakt. Ook met de verliezen viel het volgens De Mol wel mee: in twee jaar “enkele tientallen miljoenen guldens (??), waarbij hij noteerde: “dan heb je in Nederland nog het voordeel van compensabele verliezen, dat is het voordeel van onze belasting-systematiek”.

Maar natuurlijk was het wel een flop. Typerend was dat De Mol niet kon nalaten de schuld deels in de schoenen te schuiven van de media: “de schrijvende pers” zou hem een “poenerig imago” hebben toegeschreven, en hij zou in de publiciteit “neergesabeld” zijn. De werkelijkheid is natuurlijk heel simpel: de meeste kijkers zaten helemaal niet te wachten op de zoveelste zender met vertierprogramma’s voor het hele gezin, en namen dus niet de moeite, ondanks een uitputtend reclame-offensief van De Mol, om naar Talpa te gaan kijken.

Nu zult u als lezer wellicht denken: waarom al die heisa over Talpa? Zijn andere commerciële zenders niet net zo erg? Jazeker, maar Talpa was nog net wat erger, en dat heeft alles te maken met de persoon van John de Mol. Om verschillende redenen valt het toe te juichen dat De Mol’s ambitie om een eigen televisiezender-imperium op te bouwen, voorlopig in de kiem zijn gesmoord.

In de eerste plaats heeft De Mol de wereld opgezadeld met het angstaanjagende programma-concept “Big Brother”; een idee waar hij miljarden aan verdiend heeft, en dat de toch al jammerlijke inhoud van een gemiddelde televisie-avond naar een nog droeviger niveau wist terug te schroeven. “Big Brother” ontketende in haar hoogtijdagen een ware terreur in de gehele media – zelfs de argeloze Volksrant-lezer werd op de binnenland-pagina’s op de hoogte gehouden van de laatste zinloze perikelen in het “Big Brother huis” – en heeft een niet te onderschatten aandeel gehad in de infantilisering van de televisiecultuur. Iemand die hoogspersoonlijk verantwoordelijk is voor de wereldwijde doorbraak van een dergelijk stompzinnig product van smakeloosheid, verdient het niet te regeren over een eigen televisie-imperium.

In de tweede plaats is het de onuitstaanbare bravoure van een miljardair, die dacht met een fractie van zijn vermogen wel even het hele tv-landschap in Nederland over te nemen. Hij kocht voor de tweede keer het voetbal op, zodat de liefhebber dit nog enkel kon bekijken door zich urenlang door geestdodende reclameblokken en oeverloos geleuter heen te worstelen; hij plunderde kijkcijferkanonnen weg bij andere zenders, en maakte er geen geheim van de leider te willen worden van de nieuwe digitale revolutie in media-land, waardoor hij als een keizer zou kunnen regeren over een imperium bestaande uit radio, televisie internet en telefonie.

In de derde plaats zijn er de politieke ambities van De Mol, die wellicht nooit erg duidelijk zijn geworden, maar latent wel degelijk aanwezig waren. Twee jaar geleden sympathiseerde hij nog openlijk met de ‘law and order’ ideeën van Peter R. de Vries, waarover hij destijds meldde: “De manier waarop hij communiceert, rechtlijnig, straight, zeggend waar het op staat, daar is behoefte aan in Den Haag.” Gecombineerd met de beschikking over een batterij aan zenders, en door Balkenende geprezen om zijn “VOC-mentaliteit”, is de stap naar een Berlusoni-achtige career-move dan zo gemaakt. Dit angstbeeld blijft ons voorlopig bespaard.

Helaas is er geen reden om uitbundig te gaan juichen over het mislukken van Talpa-tv. De Mol is natuurlijk niet dom, en zal zijn nieuwe machtsbasis bij RTL-Nederland ongetwijfeld gebruiken om nieuwe nachtmerrie-achtige programma’s “de markt in te rollen”, zoals dat tegenwoordig heet. “We kunnen vernieuwende (!) televisie blijven maken”, meldt De Mol vandaag in het Financieel Dagblad. Aan de andere kant bestaat ook de mogelijkheid dat het door de De Mol zelf geconstateerde “poenerige imago” zich als een virus zal invreten in het RTL-imperium, en hier hetzelfde slopende werk zal doen dat bij Talpa is aangericht. De toekomst zal het uitwijzen.

Intussen kunnen de miljoenen Talpa-boycotters zich verheugen op de laatste uitzenddag van Talpa-tv, ergens in september van dit jaar. Ook ondergetekende zal dan, onder het genot van een koud biertje, genieten van de laatste doodsreutels van het Talpa-avontuur, waarna de zender slechts nog slechts een “voetnoot in de televisiegeschiedenis” zal zijn, zoals communicatiewetenschapper Maarten Reesink vandaag in NRC Handelsblad fijntjes opmerkt. Een geslaagde boycot!

Bron: Eurodusnie website, juni 2007

Een steen in de vijver

juni 1, 2007

Koen Vink, eindredacteur van milieudefensie.nl, publiceerde in het laatste nummer van het tijdschrift van deze organisatie een opmerkelijk artikel over de andersglobaliseringsbeweging. Hij pleit er onder meer voor de Internationale Socialisten uit het Nederlands Sociaal Forum te zetten.

Het komt niet erg vaak voor dat er binnen de Nederlandse anders (of anti-)globaliseringsbeweging – voor zover je in Nederland van zo’n beweging kunt spreken – kritische artikelen verschijnen over de richting of de ideeën van deze beweging, laat staan dat er flink uitgehaald wordt naar bepaalde organisaties die in deze beweging actief zijn. Koen Vink gooit met zijn artikel “andersglobalisten moeten schoon schip maken” een steen in de vijver. Het is een lezenswaardig opiniestuk, dat hopelijk tot meer reacties zal leiden.

Vinks organisatie, Milieudefensie, is aangesloten bij het Nederlands Sociaal Forum, een platform van andersglobalisten dat jaarlijks een gelijknamige bijeenkomst organiseert. Dit jaar vond deze “Top van Onderop” plaats in Amsterdam, op 20 mei, en trok 1200 bezoekers. Vink heeft zo zijn bedenkingen bij bepaalde organisaties die bij het NSF zijn aangesloten, omdat zij geweld niet zouden afwijzen. Organisaties die geweld niet verwerpen horen volgens Vink niet thuis in het NSF, en in de andersglobaliseringsbeweging in het algemeen. Hij pleit er voor het principe van geweldloos verzet in de beginselverklaring van het NSF op te nemen.

Deze beginselverklaring is een uiterst summiere tekst, waarvan het politieke gedeelte in feite slechts uit twee zinnen bestaat: “Samen willen we ons inzetten voor een andere globalisering zodat mens en milieu boven winst gaan. We zijn voor de globalisering van solidariteit, sociale rechtvaardigheid, gelijke rechten en vrede en we komen op voor werkelijke democratisering.” Twee mooie zinnen, met een boodschap die zo algemeen is dat het in feite nietszeggend is. Het had zomaar een passage kunnen zijn uit het kabinetsakkoord. Vandaar ook dat zoveel organisaties de beginselverklaring ondertekend hebben: ruim 250. Zo vinden we de Evert Vermeer Stichting van de PvdA op de lijst, en de vakbond CNV, maar ook allerlei opmerkelijke of schimmige clubjes als familie4justice, de vereniging van vrije wandelaars en de new-age organisatie International Institute for Inclusive Science. Buitengewoon geestig is het feit dat de beginselverklaring van het platform ook ondertekend is door een paar andere platforms, die grotendeels uit dezelfde organisaties bestaan: het Platform tegen de Nieuwe Oorlog en het Platform Keer het Tij. Bij dit laatste platform zijn 500 organisaties aangesloten, dus dat vult lekker op!

En verdomd, tot mijn verrassing zie ik Eurodusnie er ook onder staan. Dat komt zo: Eurodusnie heeft een tijdje meegedraaid in het “Samenwerkingsverband Ander Europa”, dat een seminar op het NSF organiseerde. Voor het NSF kennelijk reden om Eurodusnie bij de ondertekenaars te zetten. Maar dit terzijde.

Er zitten volgens Vink echter wat rotte appels tussen de ondertekenaars van de verklaring: in het NSF, schrijft hij, “werken onder meer Oxfam Novib, vakbonden en Milieudefensie samen met extreemlinkse clubs. Opmerkelijk, want in de hoek van ‘ons soort organisaties’ is de verontwaardiging groot als anderen zich met extreemrechts inlaten.” Een merkwaardige redenering: extreemlinks is volgens Vink kennelijk net zo erg als extreemrechts. Als er ‘extreem’ voor staat, is het per definitie fout. Dit lijkt veel op de bekende borreltafel-mening dat extreemlinks en extreemrechts in feite één pot nat zijn. Dat kan Koen Vink toch niet serieus menen?

Verderop in zijn artikel laat Vink weten dat hij graag ziet dat de andersglobaliseringsbeweging bestaat uit ‘gematigde organisaties’ die ‘de extremisten buiten spel zetten’. Vink heeft kennelijk het idee dat de ‘goeden’ in de politiek de gematigden zijn, die zich moeten verweren tegen de ‘extremisten’. Maar wie bepaalt wat extreem is? Organisaties kunnen goed doordachte en volstrekt legitieme politieke ideeën hebben die door veel mensen beschouwd worden als extreem of radicaal, omdat ze nogal afwijken van de gangbare opvattingen over politiek en economie. Ongetwijfeld zijn er veel mensen die Milieudefensie zien als een extremistische groepering, omdat deze wel eens landingsbaan op Schiphol heeft bezet, en actie voert tegen Shell.

Het is vooral het niet-afwijzen van geweld dat Vink ziet als extremistisch. Groepen en individuen die geweld niet afwijzen moeten buiten de organisatie van andersglobalistische protesten worden gehouden, meent Vink, want die verpesten het voor de anderen. Hij onderbouwt deze stelling door te wijzen op de “bloederige botsingen” tijdens de G8 top, en de “aan beide kanten honderden gewonden” die bij de demonstratie van 2 juni zouden zijn gevallen. Inmiddels is bekend dat deze voorstelling van zaken – vooral als het gaat om het aantal politiegewonden – zwaar overdreven is. Slechts twee mensen moesten in het ziekenhuis opgenomen worden. De zwaarste verwonding bij een agent was een gebroken been, veroorzaakt doordat een andere agent over hem heen struikelde. De spookverhalen over het ‘barbaarse geweld’ van de demonstranten zijn uitvoerig weerlegd door een artikel van Kees Stad op de website globalinfo.nl.

Uit bovengenoemd artikel blijkt verder dat in de loop van de G8-top veruit de meeste verwondingen zijn opgelopen door demonstranten als gevolg van politiegeweld. Er is ongetwijfeld ook sprake geweest van ‘zinloos geweld’ afkomstig van sommige activisten, maar niet elke vorm van geweld van de kant van demonstranten kan worden afgewezen. Als een demonstratie wordt aangevallen door politie, activisten worden afgetuigd door agenten in burger of als demonstranten worden opgefokt door provocateurs van de politie – en dat zijn zaken die jammer genoeg voorkomen, ook bij de laatste G8-top – dan hebben mensen alle recht om zich te verweren, en dat kan nu eenmaal moeilijk op een pacifistische manier. Vink geeft trouwens zelf aan: “De staatsrepressie bij grote manifestaties van andersglobalisten sinds 1999 provoceert gewelddadigheden.”

Maar nu terug naar de Internationale Socialisten, de organisatie waar Vink met name zijn pijlen op richt. Vink beweert niet dat deze trotskistische beweging zèlf gewelddadig is – dat zou ook onzin zijn, want de IS houdt zich, naast het uitgeven van een blad – “De Socialist” – en het organiseren van bijeenkomsten, voornamelijk bezig met colporteren en het meelopen in demonstraties met borden waarop behalve een korte leuze altijd de woorden “Internationale Socialisten.org” staat. Vinks belangrijkste bezwaar tegen de IS is dat deze vrijwel kritiekloos staat tegenover bewegingen als Hamas en Hezbollah. En deze kritiek is niet nieuw, maar zeker terecht.

Drie jaar geleden organiseerde de IS samen met de AEL een herdenkingsbijeenkomst voor de door Israël vermoorde sjeik Yassin, destijds de geestelijk leider van Hamas. Deze openbare ‘wake’ voor de leider van een door en door antisemitische en reactionaire organisatie was helaas geen eenmalige misstap van de IS. Volgens de IS is er ook weinig mis met de oerconservatieve en antisemitische beweging Hezbollah: op uitnodiging van deze militante sjiitische organisatie bezocht IS-kopstuk Bart Griffioen vorig jaar een conferentie in Libanon – een “samenkomst van islamisten en seculier links”. Dat Hezbollah een fundamentalistische organisatie zou zijn is volgens de IS “heersende propaganda”. Dezelfde Griffioen bezocht vorige maand de Cairo Conferentie, een “toonaangevend anti-oorlogscongres”, samen met onder meer Hamas, Hezbollah en de Moslimbroederschap (“sterven voor Allah is het hoogste doel”). In de slotverklaring van vorig jaar wordt Israël niet genoemd; wel de ‘zionistische staat’ die in geen geval erkend mag worden. De conferentie sloot af met een hartelijke solidariteitsverklaring aan de regimes van Syrië en Iran.

De Internationale Socialisten – en hun zusterpartijen in andere landen – streven naar “een zo groot mogelijke eenheid in de strijd” tegen het kapitalisme en imperialisme, en vinden het om deze reden niet problematisch om strategisch op te trekken met reactionaire organisaties als Hamas en Hezbollah. Het is dit schaamteloze opportunisme waar Koen Vink in zijn artikel terecht felle kritiek op levert.

Dat deze kritiek door de IS niet echt gewaardeerd wordt, bleek uit een wat treurige reactie van IS-voorman Pepijn Brandon: “Dit lijkt me niet bevorderlijk voor de samenwerking binnen de beweging. Ik denk dat de meerderheid van de medewerkers van Milieudefensie hier ook niet achter staat”. Kritiek is niet welkom, want dat staat het welzijn van ‘de beweging’ in de weg. Maar elke sociale beweging, ook de andersglobaliseringsbeweging, heeft juist altijd behoefte aan discussie en kan best wat zelfkritiek gebruiken.

Bron: Eurodusnie website, juni 2007