Het lijk staat op

Het was een merkwaardige EU-bijeenkomst vorige week in Madrid: de 18 lidstaten die de Europese Grondwet inmiddels hebben geratificeerd, besloten daar dat de landen die het document niet hebben aangenomen, dit uiterlijk in 2009 moeten hebben gedaan. Het twee jaar geleden door onder meer Nederland en Frankrijk verworpen verdrag moet hiertoe als basis dienen.

De Europese Grondwet blijft de EU als een molensteen om de nek hangen. De meeste lidstaten hebben het document – overigens veelal zonder vooraf een referendum te organiseren – geratificeerd. Een aantal andere lidstaten heeft de Grondwet niet geratificeerd, en van een paar landen binnen deze groep heeft de bevolking het verdrag zelfs uitdrukkelijk afgewezen. De ‘periode van bezinning’ die toen maar werd uitgeroepen, in de hoop dat de EU op de een of andere manier uit de impasse zou geraken, heeft in het geheel niets opgeleverd.

Sterker nog, de verdeeldheid over de Grondwet lijkt groter dan ooit. Sommige voorstanders van de Grondwet – zoals Spanje – willen het verdrag uitbreiden met bijvoorbeeld afspraken over een meer uniform buitenlands- en defensiebeleid. Veel tegenstanders willen juist elementen uit de Grondwet verwijderen, zodat het voor hun eigen bevolking wellicht beter verteerbaar zal zijn. Nederland en Frankrijk horen bij deze laatste groep. Zo schijnt Nederland erop aan te dringen dat alles wat aan een ‘superstaat’ doet denken – zoals een volkslied en één vlag voor Europa – uit de Grondwet wordt geschrapt, en dat ook het woord ‘Grondwet’ niet meer wordt gebruikt. Nieuwkomer Tsjechië eist ook dat het verdrag deels wordt uitgekleed, en Engeland stuurt aan op een ‘mini-verdrag’, en wil zelfs een totale stop op verdere onderhandelingen over de Grondwet.

Het is opvallend dat de tegenstanders van de Grondwet zich voornamelijk zorgen maken over de kritiek die vanuit nationalistische en conservatieve zijde op de Grondwet bestaat. Nationale politici dekken zich in tegen de vrees voor een Europese “super-staat” die de eigen cultuur en soevereiniteit aan banden legt, en ons onderwerpt aan een ongrijpbare moloch in Brussel. Vaak wordt hierbij de indruk gewekt dat allerlei goede zaken, die op nationaal vlak zijn bereikt, vermorzeld dreigen te worden door “Europa”. Dit ligt toch wat ingewikkelder: het is waar dat vanuit Europa een neo-liberaal beleid wordt gestimuleerd waarin lidstaten onder druk worden gezet sociale stelsels af te breken, privatisering en flexibilisering van arbeid te versnellen en het onderwijs te ‘vermarkten’. Aan de andere kant wordt dit beleid op nationaal vlak door rechtse regeringen al decennia gepraktiseerd en door diezelfde politici in Europese gremia verkondigd.

Het is dus een verkeerde voorstelling van zaken ‘Brussel’ als hoofdschuldige voor alle ellende aan te wijzen, want ‘Brussel’ is niets meer dan een combinatie van nationale staten met hun eigen agenda’s, en de grootste daarvan hebben de meeste macht. Om dit enigszins democratisch controleerbaar te maken zouden de bevoegdheden van het Europees Parlement flink moeten worden uitgebreid – veel meer dan waarin de huidige Grondwet voorziet – en moet met name de macht van de Europese Raad (waarin nationale regeringen het EU-beleid bekokstoven) gebroken worden. Willem Bos, die in 2005 met het “Comite Grondwet Nee” campagne voerde tegen de Grondwet, heeft hiertoe in het boekje “Een ander Europa is mogelijk” (pdf) wat ideeën gegeven. Hij pleit voor volledige bevoegdheden voor het Europees Parlement op bepaalde terreinen en een democratisch gecontroleerde “landenkamer” van nationale fracties, die de Europese Raad vervangt.

In een recent artikel op de Konfrontatie-website geeft Willem Bos aan waar voor links het grote probleem ligt met de EU: “Waar het om gaat is democratisering van de besluitvorming zonder een ongewenste versterking van de politieke macht van Europa.” Dit is inderdaad het grote dilemma – Europa is op het ogenblik niet democratisch en met name de bevoegdheden en mogelijkheden van het Europees Parlement zouden dus sterk moeten worden uitgebreid, maar zonder dat dit leidt tot een centrale Europese staat, die vanuit Brussel over 500 miljoen mensen gaat beslissen. En dus moet scherp afgebakend worden welke bevoegdheden onder een “landenkamer” vallen, welke onder een Europees Parlement en welke bevoegdheden volledig toe blijven behoren – of terugkomen – bij de afzonderlijke lidstaten. Dit is een complexe discussie, en het is maar de vraag of een dergelijke ingewikkelde constructie van landelijke en Europese bestuursniveau’s überhaupt wel levensvatbaar is, en uiteindelijk toch geen wegbereider zal blijken te zijn voor een federaal “Verenigde Staten van” Europa.

Discussies waarin bovenstaande mogelijkheden worden verkend worden echter niet veel gevoerd. Willem Bos constateert in zijn artikel op de Konfrontatie-website dat ook in een recente nota van de SP over Europa, “Een beter Europa begint nu” (pdf), deze problematiek nauwelijks wordt genoemd. Op Europeees niveau al helemaal niet: daar gaat het vooral om een machtsstrijd tussen landen die de huidige Grondwet ondersteunen, en een groep landen die er delen uit willen schrappen, maar de wezenlijke problemen van de Grondwet – het ondemocratisch karakter van de Europese instellingen, en het neoliberale karakter van de Grondwet (die onder meer bepaalt dat de economie van de EU-lidstaten gebaseerd moet zijn op vrije, onvervalste concurrentie) – zijn geen onderwerp van debat.

Het is daarom misschien maar goed dat het “debat” over de Grondwet muurvast zit. Beter geen Grondwet, dan een slechte Grondwet. Duitsland, op het ogenblik voorzitter van de EU, heeft besloten dat het een ‘historische fout’ zou zijn de Grondwet te lang te laten rusten, en heeft eind maart een bijeenkomst in Berlijn gepland, waar flinke vooruitgang moet worden geboekt om meer lidstaten achter het huidige document te krijgen. Dit ter voorbereiding van een akkoord, dat nog dit jaar gesloten moet worden tussen alle lidstaten, waarin de ratificatie in 2009 wordt vastgelegd. Het staat nu al vast dat dit plan grandioos gaat mislukken.

Een Franse diplomaat noemde de bijeenkomst in Madrid “een plechtigheid voor rouwenden die geen afscheid kunnen nemen van het lijk”. Het punt is echter dat voor sommige lidstaten de Grondwet een lijk is, waar men graag nog stukken van af wil hakken, terwijl andere lidstaten het beschouwen als een springlevend fenomeen, dat ten onrechte ten grave is gedragen. Per saldo levert dit een zombie-achtig gedrocht op, door sommigen geliefd, door anderen gehaat, dat nog jaren doelloos door Europa zal rondzwerven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: