Archive for februari, 2007

Wilders en zijn vrijheidsvrienden

februari 5, 2007

Vandaag dient Geert Wilders een motie van wantrouwen in tegen de bewindslieden Aboutaleb en Albayrak. De motie zal worden verworpen. Wat blijft hangen is een walm van lomp nationalisme en xenofobie.

Want het gaat Geert Wilders helemaal niet om het feit dat twee staatssecretarissen in Balkenende IV naast een Nederlands ook een buitenlands paspoort bezitten. Het simpele gegeven dat de twee uit een moslimland komen, diskwalificeert hen als bewindspersoon. Door het aantreden van Albayrak en Aboutaleb “zijn de Marokkaanse en Turkse overheden feitelijk in het hart van het Nederlandse machtscentrum geïnfiltreerd”. Hierdoor zijn ze dus per definitie onbetrouwbaar, sterker nog, ze vormen een gevaar voor de Nederlandse samenleving, want met hun komst “heeft de tsunami van islamisering ook het kabinet bereikt”. Ook al zouden Albayrak en Aboutaleb dus hun paspoort inleveren – wat niet te hopen is – dan blijft Wilders hen, en alle andere moslims die in de buurt van de uitvoerende macht in Nederland komen, beschouwen als een soort ‘vijfde colonne’.

De discussie over dubbele nationaliteit is niet nieuw. De vorige kabinetten zagen dit in het kader van de gewenste ‘inburgering’ ook al als een probleem, en Verdonk slaagde er in de laatste dagen dat ze aan de macht was niet in een motie door de Kamer te krijgen, die de praktijk van de dubbele nationaliteit flink zou inperken. De discussie over het thema is merkwaardig. Nationale identiteit is in een tijd van globalisering immers een aftandse notie geworden. Honderdduizenden Nederlanders werken met hun eigen paspoort in het buitenland, en talloze ‘expats’ werken zonder Nederlands paspoort in Nederland. In het kader van de Europese eenwording wordt al jaren gediscussieerd over het samenleven van meerdere identiteiten of juist de opkomst van een ‘Europese identiteit’. Het idee dat je enkel goed zou kunnen functioneren, of optimaal ‘ingeburgerd’ zou kunnen zijn door het exclusieve bezit van één Nederlands paspoort, is daarom eigenlijk te achterhaald om serieus te nemen.

Voor Wilders gaat de discussie echter niet in de eerste plaats over inburgering, maar over het voor hem onacceptabele gegeven dat veel mensen in Nederland uit een moslimland komen of moslim zijn. Wat voor paspoort die mensen ook hebben, ze zijn sowiezo niet welkom, en daarom moeten ze worden aangemoedigd “vrijwillig het land te verlaten”, verkondigde Wilders afgelopen weekend in het NRC. Nu nog vrijwillig, maar als Geert en zijn “vrijheids”vrienden ooit in de regering komen, wellicht gedwongen?

Een reactie van Albayrak op de hetze van Wilders heb ik niet gezien, wel die van Aboutaleb. Nadat twee weken geleden PVV-kamerlid Sietse Fritsma, met behulp van het domme optreden van de nieuwe kamervoorzitter Verbeet, de eerste rel rond de twee nieuwe bewindspersonen veroorzaakte, verscheen Aboutaleb op TV, zwaaiend met zijn Nederlandse paspoort. Wat jammer dat die man geen betere adviseurs heeft, die hem hadden moeten vertellen dat het niet zo slim is om in de verdediging te schieten als er een frontale politieke aanval op je wordt geopend. Nu reageerde Aboutaleb op een laffe manier, en verklaarde zelfs “in Nederland begraven te willen worden”, zeker in de hoop op deze manier de Wilders-aanhang met haar ‘Blut und Boden’ gedachtengoed tevreden te stellen. Dat lukt toch niet, want Wilders zal nooit rusten voordat elke islamiet de islam heeft afgezworen, de helft van de koran heeft verscheurd en met cum laude een staatsexamen Verlichtingswaarden heeft afgelegd. Aboutaleb moet zich dus niet als een laffe kwezel gaan verdedigen, maar Wilders benaderen zoals hij is: als een kleinburgerlijke, bange xenofobe zielepoot.

Overigens zou het verkeerd zijn een ‘cordon sanitiare’ rond Wilders en zijn clubje te leggen. Wilders zou niets liever willen dan dat: in die situatie kan hij ideaal het onbegrepen, Fortuyn-achtige genie uithangen, dat verstoten wordt door de Haagse elite waar Fortuyn zich ook altijd zo graag van wilde onderscheiden – de man die weet wat het volk echt wil, en die in zijn eentje de kloof tussen burger en politiek kan overbruggen. De strategie van Wilders lijkt vrij duidelijk: een combinatie van opzwepende uitspraken (“Ella Vogelaar moet verketterd worden” en dergelijke) en popie-jopie taalgebruik (“Albayrak krijgt het woord genocide niet uit de strot”), en tegelijkertijd uitvoerig jammeren dat hij bedreigd wordt door wat idioten uit Pakistan en huilebalken dat hij “wordt weggezet als een groep met een extreme boodschap”.

Die boodschap wordt in het buitenland ook al opgepikt: geïnspireerd door de gevleugelde woorden van Wilders, praat Jean-Marie Le Pen van het Front National tegenwoordig vol afschuw over de “tsunami van migranten” die zijn land moet trotseren.

Bron: Eurodusnie website, maart 2007

Advertenties

Virtueel protest

februari 5, 2007

Een paar weken geleden vonden er heftige rellen plaats tussen anti-fascisten en aanhangers van Jean-Marie Le Pen in het stadje Porcupine. De eerste groep probeerde te voorkomen dat Le Pens’ Front National er een partijkantoor zou openen. Dagenlang werd het leven in het stadje ontregeld door straatgevechten, pistoolschoten en explosies. Allemaal nep.

Bewoners van het online computerspel ‘Second Life’ kunnen op allerlei manieren belevenissen uit het ‘echte leven’ nabootsen: ze gaan naar bijeenkomsten, voeren gesprekken, kopen en verkopen spullen, hebben (virtuele) sex met elkaar, richten een huis in, en nemen deel aan politieke activiteiten. Al meer dan vier miljoen mensen zijn bewoner geworden van Second Life, en het aantal gebruikers groeit nog steeds razendsnel.

Nadat het Front National als eerste Europese politieke partij een kantoor had geopend in de ‘Second Life’ stad Porcupine, richtten enkele bewoners van de virtuele wereld de actiegroep ‘Second Life Left Unity’ op. In een persbericht gaat de groep uitvoerig in op de achtergrond van de acties tegen Front National: “Zij worden geassocieerd met racistisch geweld in Frankrijk, en pleiten voor de gedwongen uitzetting van migranten. We beschouwen hen als een onderdeel van een historisch gevaarlijke nationalistische en racistische ideologie (…)”.

Meteen na de vestiging van het Front National kantoor kocht de groep een stukje grond er pal naast. In Second Life kun je namelijk allerlei producten, maar ook huizen of zelfs eilanden, aanschaffen met het betaalmiddel de Linden Dollar. Vanuit dit stukje land begon de actiegroep met het organiseren van protesten: aanvankelijk tamelijk traditioneel, met spandoeken, protestborden en het uitdelen van pamfletten. Al snel werd het protest feller: beide kanten verschenen gewapend ten toneel en door sommige anti-fascisten werd zelfs gegooid met exploderende varkens. Na enkele dagen moest het Front National haar deuren sluiten, en trok de partij zich terug op een eiland, waar ze nu (nog) met rust wordt gelaten.

Het voorval heeft geleid tot felle debatten onder Second Life bewoners: is het wel juist om aanhangers van Le Pen weg te jagen uit Second Life? In Frankrijk is het toch een legale partij; is dat niet in strijd met de vrijheid van meningsuiting? Aan de andere kant; verschillende kopstukken van het FN zijn in het verleden veroordeeld wegens het verspreiden van racistisch gedachtengoed, en racisme is in Second Life verboden en leidt tot uitsluiting. Bovendien, in de echte wereld zijn er toch ook protestacties tegen het Front National?

De botsingen in Porcupine zijn zeker niet het enige voorbeeld van politieke acties in Second Life. In januari organiseerde de Netroots Group de protestmanifestatie “Avatars against the war”, waarbij zo’n 120 avatars (een avatar is het poppetje waarmee bewoners in Second Life rondlopen) zich uitspraken tegen de oorlog in Irak. Video’s van de acties werden gepost op Google Video. Netroots Group organiseert wekelijks bijeenkomsten waar aanhangers en geïnteresseerden met elkaar van gedachten kunnen wisselen over toekomstige acties. Vorige week werd in Second Life geprotesteerd tegen een mogelijke oorlog tegen Iran. Verschillende politieke partijen hebben al kantoren geopend in Second Life. Presidentskandidate Segolene Royal voert er intensief campagne. Amerikaanse politici (ongeveer eenderde van de Second Life bewoners zijn Amerikanen) geven er speeches en persconferenties. Belangenorganisaties doen er aan fundraising (‘Linden Dollars” zijn namelijk om te wisselen in echt geld), en actiegroepen plaatsen enorme billboards tegen Bush of tegen abortus in Second Life.

Het bedrijfsleven toont ook in toenemende mate interesse voor deze razendsnel groeiende virtuele wereld. Toyota, Adidas, IBM, Philips, de ING Bank en vele andere bedrijven hebben vestigingen in Second Life. Twaalf medewerkers van ABN Amro besteden een deel van hun tijd aan bankactiviteiten in virtuele vestigingen. Bedrijven kunnen door aanwezigheid in Second Life reclame maken voor hun producten en diensten in de ‘real world’ (afgekort RL in Second Life) en kunnen bepaalde producten testen onder de bewoners, zodat men de doelgroepen in het echte leven beter kan bedienen.

Reebok biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid je eigen schoenen te ontwerpen in Second Life. Op deze manier hoopt het bedrijf bepaalde voorkeuren van de jonge consument al in een vroeg stadium (en tegen geringe kosten) te achterhalen. Popgroepen verzorgen ‘optredens’ in Second Life, die je als bezoeker kunt bijwonen, temidden van een massa fans, en na het concert kun je dan online de cd bestellen. Voor de commercie biedt Second Life kortom interessante mogelijkheden. Veel geld wordt er nog niet verdiend, maar dat kan veranderen.

Of politiek activisme in Second Life veel zin heeft valt te betwijfelen. Demonstreren tegen Bush in een virtueel spel heeft natuurlijk wel wat lolligs, maar in de eerste plaats moet toch de absurditeit ervan geconstateerd worden. Second Life heeft nauwelijks overeenkomsten met de echte wereld: er is geen politie, geen staat, pistoolschoten leiden hooguit tot een tijdelijk onklaar poppetje, en Irak, Frankrijk of Darfur bestaan in Second Life helemaal niet, zelfs niet virtueel. Alleen de aandacht die politieke acties in Second Life in de echte wereld genereren zou je als een soort resultaat kunnen beschouwen.

Verder blijft het actievoeren op Second Life een tamelijk wezenloos gebeuren, waar poppetjes die niet aanwezig zijn op een bepaalde plek waar de ‘actie’ gevoerd wordt, geen enkele weet van hebben (terwijl je bij echte demonstraties nog interactie hebt met omstanders). Politici zijn misschien om publicitaire redenen geïnteresseerd in het internetspel, maar machthebbers zullen echt niet wakker liggen van acties in Second Life. NGO-activist Rik Panganiban (avatar ‘Rik Riel’ in Second Life) is bijzonder cynisch over het effect van politieke actie in Second Life: “Second Life ‘acties’ zijn een uitvlucht voor mensen die geen zin hebben om in de echte wereld ergens de straat voor op te gaan. Geen enkele machthebber interesseert het een reet als Second Life poppetjes protestacties voeren”. Als meer dan honderd poppetjes op een bepaalde plek bijeenkomen, loopt het systeem bovendien al snel vast.

De enige partij die tot nu toe werkelijk garen spint bij alle activiteiten op Second Life is het bedrijf dat het spel in 2003 heeft opgestart, Linden Lab uit Californië. Als je als inwoner van Second Life namelijk meer mogelijkheden wilt hebben (land kopen, of speciale kleding ontwerpen danwel aanschaffen, of virtuele sex bedrijven) dan moet je 10 dollar per maand contributie betalen. Het beheer van een stuk land of een eiland kost sowiezo geld, en als je niet genoeg ‘Linden dollars’ hebt voor aankopen, moet je eerst echte dollars omwisselen. Uiteindelijk leidt alles wat er gebeurt in Second Life – ook de politieke ‘activiteiten’ – tot meer bekendheid, en dus meer opbrengst voor de rijkaards van Linden Lab, die om deze reden alle virtuele gebeurtenissen in hun wereld van harte toejuichen, onder het prachtige motto “Your World. Your Imagination.”

Bron: Eurodusnie website, februari 2007

Aanval op Iran?

februari 2, 2007

Een aanval van de Verenigde Staten op Iran wordt door veel mensen weggelachen als zijnde een een krankzinnige en onmogelijke opgave. Neoconservatieven in Washington dringen echter aan op zo’n aanval, die mogelijk al dit voorjaar zal plaatsvinden.

De redenen waarom de VS zou kiezen voor een oorlog tegen Iran zijn bekend. In de eerste plaats de nucleaire ambities van Iran: er wordt gevreesd dat Iran binnen afzienbare tijd kan beschikken over operationele nucleaire wapens. Ten tweede het regime: Achmadinejad wordt door de VS regering, en velen daarbuiten, gezien als een dictator die aftstevent op de vernietiging van Israël. Ten derde de beschuldiging dat het regime in Teheran mogelijk rechtstreeks steun verleent aan rebellen in Irak en zo de militaire operatie van de VS daar frustreert. Hiervoor ontbreekt echter elk bewijs. Maar zoals bekend is dat voor Bush geen reden om af te zien van een oorlog.

The Economist kwam vorige week met een vierde mogelijke reden voor een oorlog tegen Iran: president Bush, in het besef dat hij nog slechts twee jaar in fuctie zal zijn en niet meer herkiesbaar is, zou ervoor kunnen kiezen zijn ambtstermijn te ‘bekronen’ met een ultieme poging zijn verkiezingsbelofte “democratie in het Midden-Oosten brengen” te realiseren: een aanval op ‘rogue state’ Iran, dus. Bush heeft bovendien beloofd nooit toe te staan dat Iran in de buurt van de productie van een nucleair wapen zal komen. The Economist geeft aan waarom een militaire konfrontatie met het regime in Teheran onverstandig en onzinnig zou zijn. Een dergelijke aanval zou ongetwijfeld de vorm hebben van vernietigingsbombardementen op de nucleaire installaties in Iran. Dit zou echter slechts een vertraging betekenen in de nucleaire ontwikkeling van Iran, terwijl nog maar moet blijken of zo’n aanval wel zou lukken: veel Iraanse nucleaire installaties liggen diep onder de grond en kunnen zelfs door “bunker busting bombs” niet bereikt worden.

De exacte stand van zaken van de ontwikkelingen in Iran op het terrein van nucleaire wapens is onduidelijk. Iran zelf blijft beweren dat het slechts aan nucleair ‘onderzoek’ doet, wat op zich volkomen legaal is. Er zijn echter veel aanzwijzingen dat Iran wel degelijk nucleaire wapens aan het ontwikkelen is. ‘Deskundigen’ verschillen nogal van mening over het stadium waar Iran zich in bevindt. Enkele “Teheran watchers” beweren dat het 1 tot 3 jaar zal duren voordat Iran voldoende uranium heeft kunnen verrijken voor de productie van één bom; de meeste anderen – waaronder de CIA – hebben het over een termijn van minimaal 10 jaar.

Een aanval op Iran zal ongetwijfeld zorgen voor een enorme populariteitsgroei van het regime onder de Iraanse bevolking, die zich massaal zal keren tegen de buitenlandse agressor. Dit terwijl het huidige regime in Iran op het ogenblik bepaald niet op handen wordt gedragen door de bevolking: bij recente lokale verkiezingen leden de bondgenoten van Achmadinajad een gevoelig verlies, en in Iraanse kranten wordt openlijk opgeroepen het nucleaire programma stil te zetten. Bovendien zal een Amerikaanse aanval leiden tot wilde wraakacties van het regime of sympathisanten ervan in Irak, tegen Israël of tegen Amerikanen wereldwijd. Behoudende, anti-westerse regimes en stromingen in het Midden-Oosten zullen door een aanval op Iran de wind in de zeilen krijgen, anti-westers terrorisme zal overal toenemen, net als na 9/11 gevolgd door repressieve maatregelen tegen arabische migranten en beperking van burgerrechten middels anti-terreurwetgeving. Bin Laden, als de man nog leeft, zal bij een aanval op Iran een gat in de lucht springen.

Een aanval op Iran zou kortom desastreuze gevolgen hebben, nog afgezien van de slachtoffers en vluchtelingen die er meteen zullen zijn. De officiële lijn van de Bush-regering is nog steeds dat niet gestreefd wordt naar een aanval op Irans’ nucleaire installaties, maar intussen wordt op allerlei manieren de druk op Iran opgevoerd, ook op militair gebied. In januari vielen Amerikaanse soldaten een Iraans kantoor binnen in de Iraakse plaats Erbil, en arresteerden vijf Iraniërs die betrokken zouden zijn bij het voorzien van sjiitische milities in Irak van wapens, explosieven, fondsen en training. Deze week beschuldigde Washington Iran ervan de radicale Iraakse sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr onderdak te bieden. Er bestaat al een lijst in Washington van nucleaire doelen in Iran die moeten worden getroffen. Het in de Perzische Golf aanwezige vliegdekschip USS Eisenhower wordt deze maand vergezeld door de USS John Stennis, en wellicht nog een derde vliegdekschip. Dit is de grootste concentratie van militair materieel van de VS in de regio sinds vier jaar. Als reactie hierop organiseren militaire hardliners in Iran legeroefeningen in hetzelfde gebied. Amerikaanse gevechtsvliegtuigen zullen dichter bij het Iraanse luchtruim patrouilleren – een incident kan dan zomaar uitgroeien tot een conflict, ook al zijn de militaire activiteiten van de VS volgens Bush niet ‘offensief bedoeld’ – zie het (overigens uitgelokte) Tonkin incident waarmee de Vietnam-oorlog begon.

Door neoconservatieven in Washington, en met name het American Enterprise Institute, wordt aangedrongen op een ‘nieuw front’ tegen Iran. Hirsi Ali, medewerkster van het AEI, verwoorde het de laatste keer dat ze een interview gaf aan NOVA als volgt: “Ik denk dat ik Bush ga beoordelen als definitief bekend is hoe hij tegenover Iran gaat staan”. In deze kringen gaat men ervan uit dat een relatief korte, intensieve operatie van de Amerikaanse luchtmacht tegen atoominstallaties in Iran het beste antwoord is op de nucleaire dreiging van dit land. Vervolgens is het een kwestie van “ons schrap zetten om de terugslag van Iran te absorberen” aldus Joshua Muravchik, Midden-Oosten specialist van het AEI. In november publiceerde deze collega van Hirsi Ali nog een artikel met de titel “We MUST bomb Iran”.

Buiten de neoconservatieven is er in de VS gelukkig weinig steun voor een aanval op Iran, maar helaas heeft deze kliek een grote invloed op de regering in Washington. Misschien moet de anti-oorlogsbeweging in de VS alvast maar de straat op om te protesteren tegen de zoveelste rampzalige onderneming van George Bush.

Bron: Eurodusnie website, februari 2007

Nieuw regeerakkoord

februari 2, 2007

Op deze website wordt altijd veel geklaagd over van alles en nog wat, en daar zal ook zeker geen einde aan komen. Als we het nieuwe regeerakkoord bekijken moet toch gezegd worden dat – in vergelijking met de vorige kabinetten – het er op een aantal punten een stuk minder grauw uitziet. Alleen de overmacht aan christelijke types in Balkenende IV, dat wordt nog even wennen.

De positieve punten: er komt eindelijk een generaal pardon – hoewel nog afgewacht moet worden welke vorm dit precies gaat krijgen. De woeste reacties van Verdonk en Wilders op dit punt stemmen tevreden: als die het niks vinden, dan moet het wel bijna een goede maatregel zijn. Ook het plan voor meer investeringen in ‘achterstandswijken’ is positief, met hier ook het voorbehoud dat nog onbekend is hoe dit in de praktijk aangepakt gaat worden, want daarover is nog niets bekend.

Tevreden stemt verder een lichte toename in het ‘autootje pesten’ en ‘vliegtuigje pesten’, wat natuurlijk nooit genoeg kan gebeuren: er komt een kilometerheffing en zowel vliegtickets als kerosine worden duurder. Ook wordt voor sommige groepen het openbaar vervoer goedkoper of gratis. Daar staat weer tegenover dat Schiphol van het nieuwe kabinet gewoon kan doorgroeien, en dat de privatisering van de luchthaven – in tegenstelling tot eerdere berichten – kan doorgaan.

Verder lijkt het nieuwe kabinet in te zetten op een wat sterker milieubeleid, een beetje meer geld voor ontwikkelingsamenwerking en lijkt men met de verharding van het sociale stelsel even pas op de plaats te maken. Nog wat kleinere positieve puntjes: voorlopig geen nieuwe kerncentrale, de pil en de tandartszorg komen terug in het ‘ziekenfondspakket’ en mensen in de WAO krijgen wat meer geld.

Waarden en normen

Er zitten een hoop christenen in dit kabinet, en dus barst het regeerakkoord (pdf) bijna uit elkaar van termen als gedeeld waardenbesef, sociale samenhang, “anderen met respect tegemoet treden in de openbare ruimte”, nieuwe vormen van gemeenschapszin, geborgenheid, gedeelde waarden en normen, respect en fatsoen, en meer van dat soort zaken. Er komt zelfs een “Handvest voor verantwoordelijk burgerschap”. Balkenende heeft hier een rare u-bocht gemaakt: in de vorige kabinetten was het nog een en al “eigen verantwoordelijkheid” en nu gaan we weer terug naar de “gemeenschapszin”. Je gaat je toch afvragen of die man er wel eigen ideeën op na houdt, of gewoon met alle winden meewaait om maar premier te kunnen blijven.

De fatsoensrakkers binnen het CDA, maar zeker die van de Christenunie, moeten natuurlijk wel in de gaten gehouden worden. In het regeerakkoord wordt aangegeven dat ambtenaren die ‘gewetensbezwaren’ hebben geen homo’s hoeven te laten trouwen (hoe zit dat met islamitische ambenaren en handen schudden?) en rond ethische kwesties als abortus, euthanasie en stamcelonderzoek heeft de Christenunie de eerste piketpaaltjes al geslagen. “De abortuspraktijk moet met positieve middelen worden teruggedrongen”, bijvoorbeeld. Uiteraard uitbundig veel aandacht voor het traditionele gezin, dat in de maatschappijvisie van het akkoord een centrale plaats heeft gekregen.

Slecht en rechts beleid, dat in een reeks vorige kabinetten is opgebouwd, wordt grotendeels voortgezet: dit geldt voor de vermarkting van het onderwijs (het regeerakkoord voorziet in meer aandacht voor ondenemerschap in het onderwijs en meer samenwerking met het bedrijfsleven), de verzelfstandiging van de NS wordt niet teruggedraaid, net als de marktwerking in de zorgsector, die wordt zelfs uitgebreid. Tevens wordt het harde immigratiebeleid dat door rechtse regeringen in de afgelopen jaren is ontwikkeld gecontinueerd.

Andere negatieve punten: het nieuwe kabinet houdt vast aan de verplichte inburgering, de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter wordt voortgezet, de positie van het religieuze onderwijs wordt ongemoeid gelaten, de subsidiëring van rijke huizenbezitters blijft bestaan, het kabinet wil een nieuwe Europese Grondwet gaan aannemen zonder nieuw referendum, en er komt geen parlementair onderzoek naar de steun voor het Amerikaanse Irak-beleid, überhaupt is er nauwelijks kritiek te vinden op de pro-Amerikaanse koers in het buitenlands beleid van de afgelopen jaren.

Geen reden dus tot gejuich, dit nieuwe regeerakkoord, maar op een paar punten lijkt het wel wat beter dan de ellende van de afgelopen Balkenende-kabinetten. Hoe het er in de praktijk precies gaat uitzien moeten we nog afwachten, want het nieuwe kabinet lijkt het poldermodel weer nieuw leven in te blazen, zodat de precieze uitwerking van alle voornemens nog onduidelijk is.

Vóórdat de nieuwe club is samengesteld kunnen we ons in ieder geval verheugen op het vertrek van een reeks naargeestige figuren: het populistische gestook van Rita Verdonk zal de komende jaren beperkt blijven tot de oppositie, Hans ‘kotsvinger’ Hoogervorst heeft zelfs geheel de politiek verlaten, en van de zurige kruidenierstronie van Gerrit Zalm zijn we voorgoed verlost (“onverstandig” wist ie er gisteren bij NOVA nog uit persen, als reactie op de financiële voornemens van Bos). Dat zijn toch pure winstpunten. Ook de furieuze reacties vanuit rechts op het regeerakkoord (Elsevier: “desastreus”, Wilders: “verschrikkelijk”, Verdonk: “heel erg slecht”, Rutte: “buitengewoon onverantwoordelijk”) duiden erop dat er toch wel wat goeds moet zitten in de plannen van het nieuwe kabinet. We wachten af.

Bron: Eurodusnie website, februari 2007

Het lijk staat op

februari 1, 2007

Het was een merkwaardige EU-bijeenkomst vorige week in Madrid: de 18 lidstaten die de Europese Grondwet inmiddels hebben geratificeerd, besloten daar dat de landen die het document niet hebben aangenomen, dit uiterlijk in 2009 moeten hebben gedaan. Het twee jaar geleden door onder meer Nederland en Frankrijk verworpen verdrag moet hiertoe als basis dienen.

De Europese Grondwet blijft de EU als een molensteen om de nek hangen. De meeste lidstaten hebben het document – overigens veelal zonder vooraf een referendum te organiseren – geratificeerd. Een aantal andere lidstaten heeft de Grondwet niet geratificeerd, en van een paar landen binnen deze groep heeft de bevolking het verdrag zelfs uitdrukkelijk afgewezen. De ‘periode van bezinning’ die toen maar werd uitgeroepen, in de hoop dat de EU op de een of andere manier uit de impasse zou geraken, heeft in het geheel niets opgeleverd.

Sterker nog, de verdeeldheid over de Grondwet lijkt groter dan ooit. Sommige voorstanders van de Grondwet – zoals Spanje – willen het verdrag uitbreiden met bijvoorbeeld afspraken over een meer uniform buitenlands- en defensiebeleid. Veel tegenstanders willen juist elementen uit de Grondwet verwijderen, zodat het voor hun eigen bevolking wellicht beter verteerbaar zal zijn. Nederland en Frankrijk horen bij deze laatste groep. Zo schijnt Nederland erop aan te dringen dat alles wat aan een ‘superstaat’ doet denken – zoals een volkslied en één vlag voor Europa – uit de Grondwet wordt geschrapt, en dat ook het woord ‘Grondwet’ niet meer wordt gebruikt. Nieuwkomer Tsjechië eist ook dat het verdrag deels wordt uitgekleed, en Engeland stuurt aan op een ‘mini-verdrag’, en wil zelfs een totale stop op verdere onderhandelingen over de Grondwet.

Het is opvallend dat de tegenstanders van de Grondwet zich voornamelijk zorgen maken over de kritiek die vanuit nationalistische en conservatieve zijde op de Grondwet bestaat. Nationale politici dekken zich in tegen de vrees voor een Europese “super-staat” die de eigen cultuur en soevereiniteit aan banden legt, en ons onderwerpt aan een ongrijpbare moloch in Brussel. Vaak wordt hierbij de indruk gewekt dat allerlei goede zaken, die op nationaal vlak zijn bereikt, vermorzeld dreigen te worden door “Europa”. Dit ligt toch wat ingewikkelder: het is waar dat vanuit Europa een neo-liberaal beleid wordt gestimuleerd waarin lidstaten onder druk worden gezet sociale stelsels af te breken, privatisering en flexibilisering van arbeid te versnellen en het onderwijs te ‘vermarkten’. Aan de andere kant wordt dit beleid op nationaal vlak door rechtse regeringen al decennia gepraktiseerd en door diezelfde politici in Europese gremia verkondigd.

Het is dus een verkeerde voorstelling van zaken ‘Brussel’ als hoofdschuldige voor alle ellende aan te wijzen, want ‘Brussel’ is niets meer dan een combinatie van nationale staten met hun eigen agenda’s, en de grootste daarvan hebben de meeste macht. Om dit enigszins democratisch controleerbaar te maken zouden de bevoegdheden van het Europees Parlement flink moeten worden uitgebreid – veel meer dan waarin de huidige Grondwet voorziet – en moet met name de macht van de Europese Raad (waarin nationale regeringen het EU-beleid bekokstoven) gebroken worden. Willem Bos, die in 2005 met het “Comite Grondwet Nee” campagne voerde tegen de Grondwet, heeft hiertoe in het boekje “Een ander Europa is mogelijk” (pdf) wat ideeën gegeven. Hij pleit voor volledige bevoegdheden voor het Europees Parlement op bepaalde terreinen en een democratisch gecontroleerde “landenkamer” van nationale fracties, die de Europese Raad vervangt.

In een recent artikel op de Konfrontatie-website geeft Willem Bos aan waar voor links het grote probleem ligt met de EU: “Waar het om gaat is democratisering van de besluitvorming zonder een ongewenste versterking van de politieke macht van Europa.” Dit is inderdaad het grote dilemma – Europa is op het ogenblik niet democratisch en met name de bevoegdheden en mogelijkheden van het Europees Parlement zouden dus sterk moeten worden uitgebreid, maar zonder dat dit leidt tot een centrale Europese staat, die vanuit Brussel over 500 miljoen mensen gaat beslissen. En dus moet scherp afgebakend worden welke bevoegdheden onder een “landenkamer” vallen, welke onder een Europees Parlement en welke bevoegdheden volledig toe blijven behoren – of terugkomen – bij de afzonderlijke lidstaten. Dit is een complexe discussie, en het is maar de vraag of een dergelijke ingewikkelde constructie van landelijke en Europese bestuursniveau’s überhaupt wel levensvatbaar is, en uiteindelijk toch geen wegbereider zal blijken te zijn voor een federaal “Verenigde Staten van” Europa.

Discussies waarin bovenstaande mogelijkheden worden verkend worden echter niet veel gevoerd. Willem Bos constateert in zijn artikel op de Konfrontatie-website dat ook in een recente nota van de SP over Europa, “Een beter Europa begint nu” (pdf), deze problematiek nauwelijks wordt genoemd. Op Europeees niveau al helemaal niet: daar gaat het vooral om een machtsstrijd tussen landen die de huidige Grondwet ondersteunen, en een groep landen die er delen uit willen schrappen, maar de wezenlijke problemen van de Grondwet – het ondemocratisch karakter van de Europese instellingen, en het neoliberale karakter van de Grondwet (die onder meer bepaalt dat de economie van de EU-lidstaten gebaseerd moet zijn op vrije, onvervalste concurrentie) – zijn geen onderwerp van debat.

Het is daarom misschien maar goed dat het “debat” over de Grondwet muurvast zit. Beter geen Grondwet, dan een slechte Grondwet. Duitsland, op het ogenblik voorzitter van de EU, heeft besloten dat het een ‘historische fout’ zou zijn de Grondwet te lang te laten rusten, en heeft eind maart een bijeenkomst in Berlijn gepland, waar flinke vooruitgang moet worden geboekt om meer lidstaten achter het huidige document te krijgen. Dit ter voorbereiding van een akkoord, dat nog dit jaar gesloten moet worden tussen alle lidstaten, waarin de ratificatie in 2009 wordt vastgelegd. Het staat nu al vast dat dit plan grandioos gaat mislukken.

Een Franse diplomaat noemde de bijeenkomst in Madrid “een plechtigheid voor rouwenden die geen afscheid kunnen nemen van het lijk”. Het punt is echter dat voor sommige lidstaten de Grondwet een lijk is, waar men graag nog stukken van af wil hakken, terwijl andere lidstaten het beschouwen als een springlevend fenomeen, dat ten onrechte ten grave is gedragen. Per saldo levert dit een zombie-achtig gedrocht op, door sommigen geliefd, door anderen gehaat, dat nog jaren doelloos door Europa zal rondzwerven.