Archive for november, 2006

Chaos en anarchie in Den Haag

november 23, 2006

“Het land is onbestuurbaar geworden!” is een veel gehoorde opvatting na de verkiezingsavond van gisteren. Dat is natuurlijk onzin, met een beetje onderhandelen en combineren verschijnt er uiteindelijk wel weer een clubje ministers op het bekende bordes. Maar voor hoe lang?

Als je enkel kijkt naar de verdeling van de stemmen tussen ‘links’ en ‘rechts’ dan verandert er in Nederland eigenlijk al decennia zeer weinig: de verhouding is altijd zo’n beetje fifty-fifty, met steeds een kleine meerderheid voor rechts. Wel is deze keer de verdeling van de zetels binnen beide kampen flink door elkaar geschud. Het aardige van de uitslag is dat de ‘grote drie’ stuk voor stuk verloren hebben, waarmee niet alleen de bodem onder het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren is weggeslagen, maar ook de grootste oppositiepartij een harde afstraffing heeft gekregen.

Laten we even wat partijen langsgaan.

Balkenende probeerde gisteren met zijn CDA de glorieuze overwinnaar uit te hangen, maar het enige positieve wat hij in feite kon melden was dat hij – ondanks drie zetels verlies – de grootste was gebleven. Zijn bijbelse ‘tocht door de woestijn’ waar hij gisteren aan refereerde is volkomen vastgelopen, maar één ding is zeker: welke coalitie er ook komt, de christenen zitten er weer bij. En zo gaat het al negentig jaar in Nederland.

De VVD is teruggeduikeld naar het Voorhoeve-niveau van 1989, en gaat zich ongetwijfeld – al dan niet onder leiding van Rita Verdonk – voorbereiden op een keiharde rechtse oppositie, met als doel de door Geert Wilders afgesnoepte zetels terug te winnen. Gewoon veel brullen over profiterende buitenlanders en de dreiging van de islam, dan gaat dat best lukken.

De PvdA heeft haar zoveelste historische verkiezingsramp meegemaakt, en zou nu toch eindelijk moeten gaan beseffen dat het weinig zin heeft om zich te profileren als een soort CDA met een sociaal randje. Toen Bos erachter kwam dat deze strategie op een totale mislukking uitdraaide, was het al te laat. Nu moet hij met het CDA een kabinet gaan vormen, wat natuurlijk een regeringsakkoord oplevert waar de honden geen brood van lusten.

De SP (“Partij van de anarchisten” aldus Gerrit Zalm) heeft gezegevierd, en de traditionele sociaaldemocratische positie van de PvdA overgenomen. Vorige maand verklaarde Marijnissen nog in NRC Handelsblad het “sociale” Rijnlandse model van het kapitalisme te willen gaan verdedigen tegen het ‘hardvochtige’ Angelsaksische model. Dit is een schijntegenstelling, maar het praatje verkoopt goed, zeker als je steeds blijft roepen “alles moet socialer en menselijker”. Als Marijnissen slim is blijft hij voorlopig in de oppositie, en wacht hij af tot het nieuwe kabinet CDA-PvdA-? valt, om vervolgens premier te worden.

Geert Wilders smeekte de grote partijen gisteren tijdens het verkiezingsdebat om een ‘cordon sanitaire’ over hem uit te spreken, maar tot zijn grote teleurstelling gebeurde dit niet. Evengoed is er geen schijn van kans dat hij in een regering terechtkomt. De komende jaren zal hij fanatiek hoofdoekjes moeten gaan vreten en meer onzin over islam-tsunamis moeten uitkramen, anders keren zijn zetels weer terug naar de VVD.

Er is ook nog goed nieuws. We zijn eindelijk af van de malloten van de LPF (tip: bekijk de uitzending van Andere Tijden over de LPF tijdens Balkenende I. Puur genieten!), Joost Eerdmans en de zurige Marco Pastors zijn voorgoed verdwenen, evenals Hilbrand ‘van Oldenbarneveldt’ Nawijn.

Toch overheerst de somberheid: we blijven voorlopig opgescheept zitten met Balkenende. “Four more years”, klonk het gisteren. Nog vier jaar normen en waarden en VOC-mentaliteit. Mag het wat korter?

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Advertenties

Weg met de Partij voor de Dieren

november 21, 2006

Een politieke partij die bij mij in toenemende mate weerzin oproept, is de Partij voor de Dieren. Ik beschouwde ze aanvankelijk als een soort grap, maar tot mijn verbijstering staan ze in de ‘politieke aandelenmarkt’ nu al op drie zetels. Ook de massale steun van bekende Nederlanders en ‘intellectuelen’ voor de dierenvrienden is verdacht.

In zijn verkiezingsboekje met brieven aan bekende mensen deed premier Balkenende een oproep aan intellectuelen om zich meer te bemoeien met het politieke debat in Nederland. Ik vond dat op zich niet eens zo’n gekke oproep van Balkenende. In landen als Engeland en Frankrijk is het vrij normaal als schrijvers en filmmakers ‘geëngageerd’ zijn (en dat is niet per definitie links) en zich uitgebreid tegen politieke discussies aan bemoeien. In Nederland blijft dit vrij beperkt, en kijken de ‘intellectuelen’ vanuit een soort hooghartigheid neer op de politiek, om zich vervolgens weer te storten op het schrijven van boekjes over hun moeizame relatie met hun vader of moeder of over hoe erg de oorlog wel niet was.

Vooral tijdens de Fortuyn-revolte was de afwezigheid van intellectuelen (laat ik hier voor het gemak onder verstaan: de wat bekendere schrijvers, filmmakers en wetenschappers) in het Nederlandse politieke debat bijzonder pijnlijk. Vrijwel allemaal bleven ze toen trillend met de staart tussen de benen thuis zitten, uit angst voor bedreigingen of harde woorden. Na de moord op Van Gogh waren er nog wel wat intellectuelen die hun nek uitstaken, maar ook tijdens dit drama bleven ze grotendeels in hun schulp zitten. De bekende club rechtse opiniemakers (Paul Cliteur, Leon de Winter, Bart Jan Spruyt, Sylvain Ephimenco, Afshin Ellian en dergelijke) hield zich niet gedeisd, en kreeg hierdoor een onevenredig grote invloed, met als gevolg dat de debatten over integratie, migratie, ‘vrijheid van meningsuiting’ en de islam worden gekenmerkt door scherpslijperij, platte ressentimentsgevoelens en schreeuwerige onverdraagzaamheid.

Afgezien van bovengenoemde kliek van rechtse stukjesschrijvers laten “BN’ers” en intellectuelen het grotendeels afweten. En dit terwijl het holle geblaat over normen en waarden, de totale afwezigheid van debat over buitenlandse politiek of lange-termijn milieubeleid, het ontbreken van enige visie op de toekomst van de EU en het zinloze geruzie over incidenten (boerka’s!) juist schreeuwt om discussies met meer inhoud, visie en engagement.

Er is echter één thema, één partij waar de intellectuelen en bekende Nederlanders zich massaal op hebben gestort, en dat is de Partij voor de Dieren. Wie wel eens de radio heeft aanstaan, hoort om het kwartier schrijvers als Kees van Kooten, Maarten ’t Hart of Rudy Kousbroek liefdevolle boodschappen over varkentjes en kippen verkondigen, steevast gevolgd door een dringende oproep om toch vooral op de Dierenpartij te stemmen. Er gebeurt namelijk van alles in de wereld: het klimaat verandert, miljoenen mensen leven in honger en ellende of zijn op de vlucht, religieuze waanideeën zorgen voor burgeroorlogen en terrorisme, maar dit alles valt uiteraard geheel in het niet bij een veel gewichtiger zaak, de DIEREN en hun problemen.

Ik heb nooit veel opgehad met activisten die zich exclusief richten op dierenbelangen of mensen die van mening zijn dat dieren gelijkgesteld moeten worden aan mensen. Dieren moeten fatsoenlijk behandeld worden, en daar mogen politici zich best voor inzetten. Maar dieren zij geen mensen, en mensenrechten zijn belangrijker dan dierenrechten. Het getuigt van een wereldvreemde vorm van decadentie om actief te zijn in een politieke partij die niet in de eerste plaats de belangen van mensen, maar die van dieren behartigt. Mensje van Keulen ziet de strijd van de Dierenpartij zelfs als “het verlengde van de vrouwenbeweging, de strijd tegen slavernij en kinderarbeid”. Werkelijk te ziek voor woorden. De Partij voor de Dieren beweert dan wel zich ook om andere zaken druk te maken, maar dit is het enige thema waar je ze over hoort en waarmee ze in de publiciteit komen en stemmen mee trachten te trekken.

En de partij heeft dus een hele kudde bekende Nederlanders en ‘intellectuelen’, die zich anders nooit ergens druk om maakt, maar nu ineens enorm politiek bewust is geraakt, aan zich weten te binden: naast bovengenoemde Kousbroek, ’t Hart en Van Kooten zijn dat onder andere Wim T. Schippers, Ivo de Wijs, Charlotte Mutsaers, Jan Wolkers, Bob Smalhout en Georgina Verbaan. De rechtse columnist Paul Cliteur staat trouwens ook op de lijst. Er is namelijk niks ‘links’ aan opkomen voor dierenbelangen; Geert Wilders en Joost Eerdmans zetten zich ook fanatiek in voor dit thema.

De druppel die bij mij de emmer deed overlopen was de bekering van Harry Mulisch tot de Dierenpartij. Ruim een week na de oproep van Balkenende aan intellectuelen om zich meer te mengen in het politieke debat, had de would-be nobelprijswinnaar, schrijver van onbegrijpelijke romans met twaalf dubbele lagen en voormalig aanhanger van Fidel Castro zijn antwoord klaar: dieren zijn “heilig”, het zijn “de zwaksten in de samenleving”, dus er moet onmiddellijk een einde komen aan dierenmishandeling! In de periode na de moord op Fortuyn was Harry nog zo bang dat hij naar Duitsland wilde verhuizen, wat helaas niet gebeurde. Al zeer lang is de schrijver met de pijp op geen enkele politieke uitspraak te betrappen. Nu heeft hij echter zijn ware roeping gevonden: Harry stemt op de Partij voor de Dieren!

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat aanhangers van de Partij voor de Dieren in werkelijkheid halve mensenhaters zijn, die afgezien van dierenrechten geen enkele interesse in politieke strijd of discussie hebben. Of zoals Gerrit Komrij vandaag in de krant zegt: “Op de mens ben je natuurlijk snel uitgekeken. Dus komt het dier naar voren. Het is algemene moedeloosheid, die dierenliefde.”

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Ons eigen Abu Ghraib

november 17, 2006

Tientallen Iraakse gevangenen zijn in 2003 gemarteld door Nederlandse officieren. Nederland vindt hiermee aansluiting bij de martelpraktijken van de VS en Engeland, met als verschil dat het hier allemaal wat later bekend wordt.

Iraakse gevangenen, verhoord door medewerkers van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, kregen tijdens verhoren een stofbril opgezet zodat ze niets konden zien, werden op andere tijden verblind met felle lampen, natgespoten met water en getreiterd met felle geluidstonen. De martelpraktijken deden zich drie jaar geleden voor in As Samawah, in de Zuid-Iraakse provincie al-Muthanna.

Het klinkt mischien cynisch, maar het met dikke letters aangekondigde bericht op de voorkant van de Volkskrant van vandaag is op geen enkele manier verrassend te noemen. Militairen op buitenlandse missies, uit welk land ze ook komen, en onder welke fopnaam die missies ook plaatsvinden (“stabilisatiemissie”, “vredesmissie”, “opbouwoperatie” en dergelijke), maken zich vroeg of laat schuldig aan martelpraktijken, mishandeling van de lokale bevolking of andere ziekelijke uitspattingen; dat is eerder regel dan uitzondering. De wantoestanden variëren van Dutchbat-militairen die barbecue-aanmaakblokjes uitdeelden aan Bosnische kinderen, tot blauwhelmen die verkrachten en mishandelen in Afrikaanse landen, lijkschennis, nepexecuties en grootschalige folteroperaties zoals in Abu Ghraib.

Interessanter is het om na te gaan hoe Defensie erin is geslaagd deze verhalen drie jaar lang in de doofpot te houden, en hoe vanaf nu alles in het werk zal worden gesteld om de berichtgeving te relativeren, zodat uiteindelijk iedereen er goed vanaf zal komen. Joop Veen, “directeur voorlichting” (lees: doofpot-beheerder) van het Ministerie van Defensie was op de hoogte van de martelpraktijken, maar weet niet of het destijds aan de minister is gerapporteerd, wegens ernstige problemen met zijn geheugen: “Het is al lang geleden en je kunt niet alles onthouden”. Ook Luuk Kroon, de toenmalige Chef Defensiestaf, kan zich niets meer van de folterpraktijken herinneren, hoewel die slechts drie jaar geleden plaatsvonden, en meldt bovendien aan de Volkskrant: “Ik ben met pensioen, heb overal een dikke streep onder gezet”.

Wist Kroon er wèl van, dan waren de praktijken bekend bij de top van het ministerie, en heeft het, zoals de voorzitter van de Marechaussee Vereniging stelt, “alle ingrediënten van een doofpot.” Dat verbaast niets. Een paar weken geleden heeft defensie met alle macht nog geprobeerd het incident van de schietende journalist Vic Franke “onder de pet” te houden. Enkel omdat Franke er zelf over begon op te scheppen, kwam het in de publiciteit. Over het algemeen zijn de kansen erg klein dat er nare berichten over onze Nederlandse vredeshelden in Afghanistan nu, of in Irak destijds naar buiten komen, omdat bijna de gehele media zich schikt in het keurslijf van wat bekend staat als “embedded journalism“.

Wat er nu gaat gebeuren is tamelijk voorspelbaar. De media zullen met veel moeite wat meer details over deze martelpraktijken boven water krijgen, verontwaardigde politici en bewindslieden zullen verkondigen dat deze toestanden ontoelaatbaar zijn, maar slechts incidenten, die door een onderzoekscommissie bestudeerd moeten worden, en die voor de rest absoluut niet representatief zijn voor het gedrag van onze jongens en meisjes in Irak en Afghanistan, die voortreffelijk werk leveren in de strijd tegen het terrorisme en voor de democratie. Een of andere onderknuppel krijgt dan over twee jaar een standje en de rest krijgt een lintje, net als onlangs de heldhaftige dutchbatters.

Veel invloed op de verkiezingscampagne zal het niet hebben, want de steun van Nederland aan de Amerikaanse buitenlandse politiek, of de hopeloze vechtmissie van de Nederlanders in Afghanistan, spelen geen enkele rol in de politieke discussie in Nederland. Men bazelt hier liever over de naschoolse kinderopvang, of over “de Armeense kwestie”. Commentatoren als Maarten van Rossem, die twee weken geleden in Buitenhof volkomen terecht stelde “Wij steunen een buitenlands beleid dat ten diepste volkomen immoreel is”, zijn roependen in de woestijn.

Bij een immoreel beleid horen immorele praktijken. Het is nu slechts wachten op de eerste berichten over martelpraktijken door Nederlandse militairen in Afghanistan. Maar gezien de ‘openheid’ bij defensie, zal het nog wel een jaartje of drie duren voordat we daarover in de kranten lezen.

Eerder verschenen op de Eurodusnie website

Bezwaar tegen nieuwe APV

november 14, 2006

aan: College van B & W Leiden
Postbus 9100
2300 PC Leiden

Leiden, 10 november 2006.

betreft: bezwaar tegen enkele punten van de nieuwe APV van Leiden

Geacht College,

Op dit moment ligt de Algemene Plaatselijke Verordening in de inspraak die op 1 januari 2007 in werking zal treden. Hierbij dien ik namens het Eurodusnie collectief op een aantal punten een bezwaar in tegen deze nieuwe APV.

Ik zal deze bezwaren per punt aangeven hieronder.

hoofdstuk 2 (openbare orde)

par. 1 art. 2.1.1.1 lid 1:
Naar onze mening is niet afdoende geformuleerd wat een “samenscholing” precies is.
Daarnaast maken wij bezwaar tegen het feit dat een samenscholing an sich – dus ook zonder dat er sprake is van verstoring van de openbare orde- verboden kan worden. Een verbod zou slechts van toepassing mogen zijn op samenscholingen waarbij ook daadwerkelijk sprake is van verstoring van de openbare orde.

par. 2 art 2.1.2.2 lid 1:
Hier staat dat betogingen minimaal 48 uur van tevoren aangemeld moeten worden bij de Burgemeester. Als een betoging niet aangemeld is, kan deze ontbonden worden. Maar volgens de Wet Openbare Manifestaties (WOM) is de Burgemeester bij niet-aangemelde demonstraties verplicht te onderzoeken of de demonstratie toch doorgang kan vinden. Zolang de gezondheid niet in gevaar gebracht wordt, het verkeer niet gehinderd wordt en er geen wanordelijkheden dreigen, moet de Burgemeester zo’n niet aangemelde betoging wettelijk gezien toestaan, zie ook http://www.gebladerte.nl/11214f76.htm. Er zou daarom in de nieuwe APV een toevoeging moet komen over niet aangemelde betogingen. In die toevoeging zou dan moeten komen te staan dat deze niet direct verboden of ontbonden worden, maar dat de Burgemeester eerst moet onderzoeken of de gezondheid in gevaar gebracht wordt, het verkeer gehinderd wordt of er wanordelijkheden dreigen. Wij maken er kortom bezwaar tegen dat geen vermelding plaatsvindt van bovengenoemde verplichting.

In de tweede plaats maken wij er met betrekking tot dit lid bezwaar tegen dat de term “betoging” onvoldoende is geformuleerd. Wij vinden dat uitdrukkelijk moet worden vermeld dat een protestactie van één persoon geen demonstratie of betoging is, en alle in dit artikel vermelde regels dus niet van toepassing zijn op protestacties van één persoon.

par. 3 art. 2.1.3.1 lid 1:
Wij maken bezwaar tegen het feit dat niet gespecificeerd is hoe het “aanwijzen van wegen of gedeelten daarvan” door het College voor een verbod voor het verspreiden van geschreven stukken e.d. in zijn werk gaat. Het moet duidelijk zijn hoe deze “aanwijzing” plaatsvindt, waar deze bekend wordt gemaakt  en op welke termijn deze van kracht kan worden.
par. 3 art. 2.4.2 (“plakken en kladden”) lid 2b Wij maken er bezwaar tegen dat het gebruik van krijt voor het aanbrengen van tekens/letters en dergelijke op de weg of dat gedeelte van een
onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is, verboden is volgens de APV. Krijt is immers makkelijk afwasbaar, verdwijnt snel in de regen, is over het algemeen een onschuldig middel en wordt vaak door kinderen gebruikt in het kader van spelletjes en dergelijke, en zou dus uit deze lijst geschrapt moeten worden.

idem, lid 3:
Wij maken er bezwaar tegen dat dit lid onvolledig is: naar onze mening zou dit lid als volgt moeten worden uitgebreid: “Het is verboden op of aan de weg, tenzij daartoe bevoegd, aangeplakte stukken af te scheuren, onleesbaar te maken of te beschadigen, tenzij deze stukken een boodschap bevatten met een openlijk discriminerend, racistisch of beledigend
karakter.”

idem, lid 6
Wij merken op dat naleving van dit verbod nauwelijks plaatsvindt. Tevens zijn wij van mening dat er te weinig openbare aanplakborden zijn, wat illegaal plakken stimuleert. Dit is geen bezwaar, maar wel een dringende aanbeveling.

(veiligheidsrisicogebieden)
par. 3 art. 2.9.1
In dit artikel wordt vermeld dat de Burgemeester, ook bij “ernstige vrees voor het ontstaan” (van verstoring van de openbare orde) een gebied kan aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. Wij maken bezwaar tegen het feit dat niet vermeld wordt dat deze vrees gebaseerd moet zijn op duidelijke, goed omschreven aanwijzingen dat de openbare orde verstoord kan en zal
worden. Op de huidige manier geformuleerd geeft dit artikel de Burgemeester te veel ruimte om een veiligheidsrisicogebied aan te wijzen. Wij maken overigens ook bezwaar tegen de mogelijkheid van preventief fouilleren, in alle situaties, met uitzondering van extreme gevallen, waarvoor dan altijd toestemming door de Gemeenteraad dient te worden verleend.

idem, art. 2.10.1
Wij maken bezwaar tegen de plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. Wij vinden dit in strijd met de privacy en elementaire burgerrechten. Wij maken bezwaar tegen elke vorm van cameratoezicht in de publieke ruimte, met uitzondering van extreme gevallen, waarvoor dan altijd toestemming door de Gemeenteraad dient te worden verleend.

Tot zover. Graag ontvangen wij een bevestiging van dit bezwaar en wij willen graag op de hoogte gehouden worden van het verdere verloop van de behandeling van deze APV.

Hoogachtend,

Het Eurodusnie collectief

Verkiezingsruis

november 9, 2006

Minister van Defensie Henk Kamp gaf gisteren in het programma ‘Pauw en Witteman’ zijn geheel eigen wending aan een debat over normen en waarden. Over buitenlandse rotzooimakers, en hoe mensen het aan zichzelf te wijten hebben als ze “allochtoon” zijn.

Woensdagavond. De altijd glimlachende Kamp zit aan tafel met Binnert de Beaufort, jonkheer en auteur van het boek “De lompe leeuw”; en Bavaria-baas Peter Swinkels.

Binnert de Beaufort windt zich op over onbeschoftheid in Nederland. Hij heeft net een dramatisch voorbeeld gegeven van een meisje dat voor zijn ogen een lege milkshake-beker op straat gooide. Er wordt gezocht naar verklaringen. We vallen in, midden in het debat.

Binnert de Beaufort: De Nederlandse onbeschoftheid is niet genetisch bepaald, het is niet zo dat wij van nature onbeschofter zijn dan Belgen en Duitsers. Dat is zo gegroeid.

Jeroen Pauw: Maar feitelijk wel, zeg je.

De Beaufort: Ja, ik denk dat Nederlanders onbeschofter zijn dan Duitsers en Belgen.

Pauw: meneer Kamp, denkt u dat ook?

Minister Henk Kamp: Ik denk dat het er toch mee te maken heeft dat, er zijn veel landen in de wereld waar het erg vies is, waar veel op straat gegooid wordt. Als je daar door de natuur loopt, word je overal met plastic zakken geconfronteerd, en we hebben op dit moment niet een evenwicht in Nederland. Er zijn nogal wat mensen die zich niet echt onderdeel van de samenleving voelen, die niet zich echt op hun plek voelen in de samenleving, en ik denk dat het daar ook mee te maken heeft.

Pauw: Maar vindt u Nederland een onbeschoft land? Op wie doelt u nu?

Kamp: Ik vind Nederland geen onbeschoft land. Ik vind wel dat er nogal wat onbeschoft gedrag is.

De Beaufort: maar op welke groep doelt u nu?

Kamp: Wij hebben in een snel tempo veel mensen uit allerlei landen in de wereld gekregen, ook uit landen waar het echt een rotzooi is. Als je in Afrika, in Azië, in het Midden Oosten rondloopt, dan schrik je soms van de rotzooi die daar is. En dan komen mensen allemaal naar Nederland toe, en we hebben hier nog geen nieuw evenwicht gevonden in ons land.

Pauw: maar zegt u dan, want het zijn dus buitenlanders in uw voorbeeld, die zijn gewend om in hun land waar het een puinhoop is de rotzooi op straat te gooien, dus daarom doen we het nu allemaal?

Kamp: Ja, het zijn natuurlijk niet de buitenlanders die de rotzooi veroorzaken. Wij doen het met elkaar. Maar ik denk, hoe komt het nu dat wij steeds ruwer met onze publieke ruimte omgaan, en dat we steeds onvoorzichtiger zijn met wat van ons allemaal is …..

De Beaufort (onderbreekt hem): wat ik heel typisch vind van deze reactie, dat vind ik nu het gekke; die Nederlandse onbeschoftheid wordt door Nederlanders zelf gebagatelliseerd, je zag het ook in de tijd van het ‘gidsland’. Wij Nederlanders zagen ons als een voorbeeld voor andere landen: wij zijn tolerant, anti-autoritair en anti-nationalistisch, terwijl dat eigenlijk behoorde tot onze nationalistische manier van denken, het gidsland.

…. de discussie verzandt weer richting normen en waarden. Kamp wordt helaas niet verder doorgevraagd over zijn “rotzooi uit het buitenland” theorie. Even later komt hij met een nieuwe boeiende theorie: of iemand van buitenlandse origine ‘allochtoon’ is of niet, hangt af van zijn of haar gedrag. Wie zich goed gedraagt, is allochtoon-af. Lees maar:

Bavaria-brouwer Peter Swinkels: We maken een hele grote fout vind ik, dat wij continu praten over allochtonen. Mijn over-over-overgrootvader heette ook Peter, en weet u hoe Mohammed over 200 jaar heet? Die heet weer Mohammed. En daar hebben ze ook recht op. En die derde en vierde generatie mensen, dat zijn gewoon Nederlanders. Die wonen hier niet zo lang, en we moeten af van het stigma dat als iemand Samir heet, of Mohammed heet, dan is het een allochtoon. Dat is een etiket opplakken, en dat is helemaal fout.

De Beaufort: Hoeveel generaties duurt het voordat je allochtoon-af bent in Nederland? Is dat zes generaties, is dat tien generaties…?

Pauw: Meneer Kamp, heeft u een idee, hoe lang dat duurt?

Kamp: Dat hangt af van je eigen gedrag. Je kunt eerste, of tweede of derde generatie allochtoon zijn, en gewoon normaal meedoen in de samenleving, werken voor je inkomen, en de Nederlandse taal spreken, dan heb je geen probleem, dan ben je voor mijn gevoel geen allochtoon. Als je vijfde generatie bent, en je spreekt nog steeds geen goed Nederlands, en je hebt geen werk, en je voelt je niet medeverantwoordelijk voor wat we in dit land met elkaar hebben, ja dan ben je er nog niet tussengekomen en dan wordt je ook nog als een buitenstaander beschouwd. Het hangt dus denk ik vooral van je eigen gedrag af.

….en daar gaan we weer naar een ander onderwerp. Er wordt helaas niet doorgevraagd.

Eerder verschenen op de Eurodusnie website

Toekomstscenario’s

november 1, 2006

Bijna alle programma’s van de politieke partijen worden tegenwoordig ‘doorgerekend’ door het Centraal Planbureau. Naast dit doorrekenen van partijprogramma’s puzzelt het CPB “toekomstscenario’s” in elkaar. Binnen de kaders van de bestaande politieke speelruimte zijn er vier scenario’s opgesteld, die proberen aan te geven hoe Nederland er in 2040 kan uitzien.

De vier scenario’s zijn berekend door het Centraal Planbureau, het Ruimtelijk Planbureau en het Milieu- en Natuurplanbureau. Vooral die laatste twee zijn bij het publiek niet zo bekend. De adviezen en rapporten van deze bureau’s spelen echter een belangrijke rol bij de ontwikkeling van politiek beleid in Nederland. “Partijprogramma’s slingeren over een door planbureaus uitgezet pad”, kopte de Volkskrant gisteren in een opiniestuk over de nieuwe toekomstscenario’s. De scenario’s dienen (volgens de makers van het rapport) “als een gezamenlijke basis voor het beoordelen van beleidsvoorstellen en grote infrastructurele projecten”. Daarom is het toch wel de moeite waard eens een kijkje te nemen naar deze modellen, opgesteld in het rapport “Welvaart en Leefomgeving, scenariostudies voor Nederland in 2040”.

Links/rechts

Twee van de scenario’s zijn links, en twee zijn er rechts. Onder “links” wordt door de opstellers van het rapport verstaan een actief milieubeleid door de overheid en het instandhouden van de collectieve sector. Onder dit laatste wordt verstaan een overheid die relatief veel geld blijft uitgeven en incasseren, en daarmee o.a. de sociale zekerheid in stand houdt. Met “rechts” wordt bedoeld een beperkt milieubeleid en een grondige herziening van de collectieve sector. Onder dit laatste valt te verstaan belastingverlaging, een terugtrekkende overheid en het grotendeels afschaffen van de sociale zekerheid.

Eerst de linkse scenario’s. De eerste variant, “Regional Communities” is nationaal van karakter. Nederland blijft relatief soeverein binnen de EU en de wereldeconomie. De sociale zekerheid blijft overeind, en er is een effectief nationaal milieubeleid. De tweede variant, “Strong Europe”, is internationaal van karakter. De Europese instituties worden effectief hervormd (lees: de EU wordt politiek een eenheid); er is internationale vrijhandel gecombineerd met een effectief mondiaal milieubeleid, en de hervormingen in de collectieve sector blijven beperkt.

Dan de rechtse scenario’s. De eerste variant, “Transatlantic Market” is weer nationaal van karakter. De soevereiniteit van Nederland wordt gehandhaafd; er komt dus geen Europese politieke Unie. De collectieve sector wordt volledig hervormd en het milieubeleid blijft beperkt. De arbeidsmarkt wordt nog flexibeler, en er is een sterke nadruk op economische groei. De tweede rechtse variant, “Global Economy”, is internationaal van karakter. Volledige internationale vrijhandel komt tot stand, terwijl er nauwelijks een milieubeleid wordt gevoerd, want de internationale samenwerking blijft beperkt tot de economie. De collectieve sector wordt volledig herzien.

Gevolgen

De scenario’s hebben een aantal interessante gevolgen op verschillende terreinen. Allereerst de terugdringing van de CO2 uitstoot. Deze is in de linkse modellen respectievelijk 10 en 20 procent, maar in de rechtse modellen mislukt deze compleet: onder de “Transatlantic Market” stijgen de emissies tot 2040 met 30 procent, en in de “Global Economy” zelfs met 65 procent. De hoeveelheid bedrijventerreinen: die groeit het hardst in de rechtse scenario’s (resp. 43 en 23 procent), en blijft bij de linkse scenario’s beperkt (resp. -3 en 18 procent). In de rechtse scenario’s wordt ook meer afval geproduceerd. Daarentegen is de welvaartsstijging (het Bruto Binnenlands product) onder de rechtse scenario’s het grootst, die verdubbelt namelijk in beide gevallen. Bij de linkse scenario’s is de welvaartsstijging ‘slechts’ resp. 33 en 56 procent. De internationale varianten van links en rechts leiden tot meer migratie (en dus ook een grotere bevolking met meer huizen) en meer mobiliteit.

Uit ‘draagvlakmetingen’ blijkt dat de steun voor de ‘linkse’ modellen groter is dan de steun voor de rechtse modellen. 67 procent van de mensen steunt de linkse modellen, 33 procent de rechtse. Opvallend is echter ook dat de meerderheid van de bevolking de ‘nationale’ modellen steunt, met “Regional Communities” als het populairste model (45 procent steun). Sibolt Mulder van TNS/NIPO concludeert hieruit dat Nederlanders een actief sociaal- en milieubeleid belangrijker vinden dan grote economische groei, en dat de globalisering wordt gewantrouwd.

Uitstoot

Een belangrijke conclusie van dit gegoochel met modellen: of we nu ‘linksom’ of ‘rechtsom’ gaan (in de definitie van de planbureaus), er is altijd welvaartsstijging en economische groei. In de ‘linkse’ modellen wordt die welvaartsstijging wat meer gespreid over de bevolking, in de ‘rechtse’ scenario’s groeien de verschillen tussen arm en rijk. Met het milieu gaat het in feite in alle scenario’s slecht. De rechtse scenario’s leiden tot een rampzalige verdere groei van CO2 uitstoot (tot + 65 %); maar ook in de linkse scenario’s wordt die uitstoot niet afdoende teruggebracht. Om de gevolgen van de klimaatverandering – o.a. een flinke zeespiegelstijging – nog enigszins in bedwang te houden moet er in 2050 mondiaal een vermindering van zeker 60 procent in CO2 uitstoot worden bereikt, meent onder meer het International Panel on Climate Change. Het “Strong Europe” model – dat nota bene alleen geldt voor Nederland – bereikt slechts 20 procent. De meeste economische modellen gaan er van uit dat rond 2050 de uitstoot van CO2 internationaal met de helft zal zijn toegenomen.

De scenario’s in het rapport “Welvaart en Leefomgeving 2040” zijn gebaseerd op de veronderstelling dat Nederland binnen de kaders van de politieke verhoudingen “globaal doorgaat met het huidige nationale beleid.” Nog afgezien van mogelijke andere argumenten om voor afwijkende scenario’s te kiezen betekent de huidige koers, of het nu linksom of rechtsom gaat, een kaarsrechte lijn richting een milieucatastrofe. Of de huidige lichting politici daar wakker van ligt valt te betwijfelen. Er moet internationaal een scenario op tafel komen, dat ècht zoden aan de dijk zet. Misschien moeten we eerst eens hard met onze neus op de feiten worden gedrukt. Bijvoorbeeld als de warme golfstroom tot stilstand komt. Twee jaar geleden gebeurde het al een keer – voor slechts tien dagen lang.