Archive for augustus, 2006

Paspoort en privacy

augustus 31, 2006

De toonplicht in het kader van de identificatie-wetgeving kan binnenkort worden afgeschaft: de informatie op een paspoort of identiteitskaart is vanaf nu op afstand leesbaar door een ingebouwde RFID chip. Dit is goed voor de veiligheid van ons allemaal, en een wapen in de strijd tegen fraude, wordt gezegd. De gelaatsscan die in de chip is vastgelegd bevat nog meer interessante mogelijkheden voor justitie.

Als het gaat om het nieuwe paspoort, maken de media zich de laatste dagen vooral vrolijk over de praktische problemen rond de eisen van “Fotomatrix Model 2006“. De criteria voor de foto die nodig is voor het nieuwe paspoort zijn zo streng dat veel foto’s worden afgekeurd. Een glimlach of bakkebaard, of een spiegeling in een bril, is voor gemeente-ambtenaren al voldoende om aanvragers van een nieuw pasooort terug te sturen naar de fotograaf. Vandaag besteedde de Volkskrant uitgebreid aandacht aan een man die een te bol hoofd heeft voor een paspoort-foto: dat is lachen!

Het lachen vergaat je toch een beetje als je de toekomstige mogelijkheden verkent die de overheid heeft voor het gebruik van de informatie op de chip in het paspoort. In de chip, die rechtsboven in het nieuwe paspoort is verwerkt, staan de gegevens opgeslagen die ook afgedrukt staan op het paspoort, plus een digitale versie van de foto van de paspoorthouder, een zogenaamde gelaatsscan. Dat is handig, want zo kan met behulp van gelaatsherkenningssoftware meteen worden gecontroleerd of de persoon die het paspoort bij zich heeft inderdaad degene is die hij of zij zegt te zijn. Omdat deze techniek nog niet optimaal werkt, worden over drie jaar ook vingerafdrukken in de chip opgenomen.

De RFID-chip waarvan de opgeslagen gegevens op korte afstand – het signaal reikt niet verder dan een paar meter – gelezen kunnen worden, bevat een uniek serienummer. Weliswaar is de informatie op de chip versleuteld en beweert de overheid dat het meldsignaal van de chip steeds verandert; in theorie bestaat de mogelijkheid om iemand die een paspoort draagt op afstand te volgen. Bovendien beweren computerdeskundologen dat de versleuteling van de beveiliging van de chip vrij eenvoudig te kraken is.

Daarnaast wil de regering een landelijke databank inrichten waarin de paspoort-gegevens van alle burgers opgeslagen staan, zodat biometrische gegevens online gecontroleerd kunnen worden. De politie heeft dan in principe enkel een digitale foto van iemand nodig om de identiteit vast te stellen. In de toekomst zal het zelfs mogelijk zijn om beelden die van iemand zijn gemaakt met een beveiligingscamera effectief te vergelijken met de verzameling gelaatsscans van alle burgers in een centrale databank. Op die manier kan de identiteit van elke burger zelfs op afstand direct worden vastgesteld, zonder dat daar nog een paspoort bij komt kijken.

Nu is er niet meteen reden tot paniek. Met een foutmarge van 25 procent staat de gelaatsherkenningstechniek nog in de kinderschoenen, en de mogelijkheid om mensen met een chip in hun paspoort op afstand te volgen bestaat nog slechts theoretisch. Bovendien schijnt de RFID-technologie een arsenaal een nieuwe fraude-mogelijkheden te bieden, en is een beetje zilverfolie in je portemonnee misschien al voldoende om het signaal van de chip te blokkeren.

Maar toch, stap voor stap wordt een einde gemaakt aan de mogelijkheid van mensen om zich anoniem over straat te begeven, en voert de overheid de controle over haar burgers op. Van enig substantieel verzet tegen dergelijke ontwikkelingen is al lang geen sprake meer. De meeste mensen lijken tegenwoordig te denken als CDA-kamerlid Haersma Buma, die maandag in NRC next verklaarde: “We komen uit een samenleving waarin privacy teveel op een voetstuk werd geplaatst. Dat kan niet zo blijven”.

Eén van de weinige onafhankelijke clubs in Nederland die de vaak complexe ontwikkelingen op het terrein van (digitale) burgerrechten en privacy kritisch in de gaten hield, Bits of Freedom, stopt er vanaf morgen officieel mee. Dat is slecht nieuws, want in tijden waarin onder het mom van terrorismebestrijding het recht op privacy als een archaïsche notie wordt gezien, zijn dergelijke organisaties meer dan ooit nodig.

Eerder verschenen op de Eurodusnie website

Advertenties

Lachen om de Holocaust

augustus 24, 2006

Nog tot 13 september is in Teheran een tentoonstelling te bewonderen van cartoons waarin de spot wordt gedreven met de Holocaust, en waarin joden worden afgebeeld als haaien, vleermuizen of honden. Op 2 september wordt de winnaar bekend gemaakt van de ‘artiest’ die de beste spotprent over de Holocaust heeft gemaakt.

Niet lang na de weken durende rel over de Mohammed-cartoons, besloot de regeringsgetrouwe Iraanse krant Hamshahri tot het uitroepen van een wedstrijd: wie kan de beste cartoon maken over de Holocaust? En dus is er nu een tentoonstelling in het “Palestijns Museum voor Hedendaagse Kunst” in Teheran van ruim 200 cartoons waarin de spot wordt gedreven met de moord op 6 miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog . De inzendingen kwamen vooral uit Iran zelf, maar ook uit westerse landen als België, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De Palestijnse regering toonde haar instemming met de tentoonstelling door haar ambassadeur in Teheran, Salah al-Zawawi, de tentoonstelling te laten openen.

De verzameling van veelal antisemitische cartoons sluit naadloos aan bij de ideeën van de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad, die naast het bespotten en ontkennen van de Holocaust regelmatig verklaart de ‘tumor’ Israël van de kaart te willen vegen. Het openlijke antisemitisme van de prenten komt onder andere tot uiting in een cartoon waarbij een joods uitziende man met pijpekrullen uit een emmer drinkt, waarop geschreven staat “Palestijns bloed”. Het beeld van joden als vampieren die het bloed van kinderen drinken, is een antisemitisch beeld dat al eeuwenlang bestaat.

Populair is ook het uitbeelden van joden als nazi’s: zo wordt Ariel Sharon geportretteerd in een SS-uniform. De Iraanse organisator van de cartoon-tentoonstelling bestempelt het lot van de Palestijnen zelfs als ‘de werkelijke holocaust’. Ook in links-activistische kringen is het populair om joden, of toch in ieder geval Israël, te vergelijken met nazi’s (vaak wordt dan de term ‘zionazi’s’ gebruikt), en het lot van de Palestijnen te vergelijken met de holocaust. Dit blijkt onder andere uit de antisemitische cartoons van de Braziliaanse ‘kunstenaar’ Latuff, die regelmatig gepubliceerd worden op Indymedia en andere linkse websites. Latuff’s cartoons zijn ook te bewonderen in Teheran.

De redenering waarmee de tentoonstelling wordt gerechtvaardigd is simpel: als men in het westen de spot mag drijven met Mohammed (een gevoelig punt voor moslims), dan mogen moslims ook de spot drijven met de Holocaust – dit laatste is immers een taboe in ‘het westen’. Massoud Shojai Tabatabai, coördinator van de tentoonstelling, bevestigt dat het doel is om de selectieve verontwaardiging van het westen aan de kaak te stellen. Ook Abu Jahjah, oprichter van de Arabisch Europese Liga, kan zich uitstekend vinden in deze redenering, en plaatste ten tijde van de Mohammed-cartoonrellen antisemitische cartoons op de AEL-website.

Dat er een essentieel verschil is tussen religieuze satire – hoe smakeloos ook – en de spot drijven met de massamoord op 6 miljoen mensen, lijkt de aanhangers van deze redenering te ontgaan. In de beruchte ‘Mohammed cartoons’ werd de spot gedreven met de islam, en werd op een zogenaamd humoristische wijze een link gelegd tussen de islam en het terrorisme van Al Qaida. Religie – uiteindelijk niet meer dan een verzameling ideeën – was het doelwit van deze cartoons. In Teheran wordt de spot gedreven met een van de zwartste gebeurtenissen uit de menselijke geschiedenis. Dit nogal wezenlijke verschil tussen het bespotten van ideeën en van concrete historische feiten ontgaat de organisatoren van de tentoonstelling kennelijk.

De tentoonstelling werd uiteraard veroordeeld door Israëlische en joodse organisaties, maar leidde niet tot massale rellen van beledigde joden of ‘westerlingen’ wereldwijd, zoals ten tijde van de ‘Mohammed-cartoons‘. Iraanse mensen moesten niet overal vrezen voor hun leven, en nergens werden Iraanse vlaggen in de fik gestoken of ambassades met de grond gelijk gemaakt uit woede over de Holocaust-cartoons. Dit moet wel een enorme teleurstelling zijn geweest voor Ahmadinejad, die dacht ‘het westen’ en Israël – voor hem zo’n beetje hetzelfde – eens flink op de tenen te trappen. Westerse kranten zouden deze cartoons nooit durven afdrukken! Dat bleek niet waar: in veel kranten werden voorbeelden van de cartoons afgedrukt, zonder dat dit tot enorme ophef leidde. De tentoonstelling schijnt trouwens bijzonder slecht bezocht te worden: een Duitse journalist die deze week een bezoekje bracht, telde slechts 6 bezoekers: 3 westerse journalisten en hun tolken.

President Ahmadinejad van Iran bestempelt de Holocaust graag als een mythe. Maar waarom met veel bombarie een tentoonstelling organiseren over een gebeurtenis die toch niets meer is dan een mythe? Of zoals een Iraanse kunstacademie-student die de tentoonstelling bezocht, opmerkte: “aangezien zoveel kunstenaars hebben besloten deel te nemen aan deze tentoonstelling, moet de holocaust wel gebeurd zijn.”

Eerder verschenen op de Eurodusnie website

De arbeidskracht is een waar

augustus 4, 2006

Poolse werknemers zijn graag gezien in West-Europa, want ze werken hard voor weinig geld, en klagen niet. Werknemers uit de Oekraïne zijn graag gezien in Polen, want ze werken hard voor weinig geld, en klagen niet. Jan Marijnissen sprak deze week stakende Unilever-boekhouders toe: “Arbeiders over de hele wereld worden tegen elkaar uitgespeeld en alleen de bazen plukken de revenuen”. Inderdaad Jan, dat is nu kapitalisme.

Hoeveel Polen er voor korte of langere tijd naar West-Europa trekken om hier te werken is niet precies bekend; de meeste schattingen gaan uit van ruim een miljoen mensen. De reden dat ze hierheen komen om te werken is simpel: ze kunnen hier veel meer verdienen dan in Polen. Veel Poolse werknemers sturen het geld dat ze overhouden naar hun familieleden in Polen, of sparen het op om later een bedrijfje in Polen te kunnen beginnen. Poolse werknemers zijn populair bij werkgevers. Ze zijn bereid tegen relatief weinig beloning hard te werken, klagen nauwelijks en nemen genoegen met minimale huisvesting. Dit in tegenstelling tot autochtone Nederlanders, die teveel kapsones hebben.

Interessant is dat hetzelfde fenomeen zich voordoet in Polen, waar per jaar een miljoen werknemers uit de Oekraïne veelal illegaal aan de slag gaan. Ze werken vooral in de landbouw, en verder in de schoonmaakbranche, als kinderoppasser of als klusser. Een artikel in de Volkskrant van vorige week, “Vijftien uur werken per dag, zonder te klagen”, gaat geheel over de arbeidsmigratie vanuit de Oekraïne naar Polen. Werkgevers in Polen zijn enthousiast over de Oekraïners: ze werken zich, zonder te mopperen, tegen een geringe beloning uit de naad. Poolse werknemers zijn volgens de Poolse bazen te lui. Een Poolse werkgever verklaart in het Volkskrant-artikel het volgende over zijn landgenoten: “Op Polen kun je niet rekenen. Elk kwartier moeten ze een sigaret roken en ze beginnen meteen over hun rug te klagen. De kans is groot dat ze het na een dag laten afweten. Met Oekraïners heb je veel minder last. Zelfs als die dagen van vijftien uur moeten maken, mopperen ze niet.”

Werkgevers zijn altijd op zoek naar arbeiders die zo hard mogelijk werken voor zo min mogelijk geld. Dat is altijd al zo geweest; het is de logica van het kapitalisme. Wettelijke normen voor loon of arbeidsomstandigheden zijn voor werkgevers slechts vervelende obstakels, waar men zich als het even kan weinig van aantrekt. De media hebben de laatste jaren al vaak bericht over Polen die zwaar onderbetaald worden of onder beroerde arbeidsomstandigheden werken in West-Europa. Soms is er zelfs letterlijk sprake van slavenarbeid: onlangs werden meer dan honderd Polen bevrijd uit werkkampen in Italië, waar ze vijftien uur per dag moesten zwoegen voor 5 euro per uur. Protesteerden ze, dan werden ze verkracht, geslagen met metalen pijpen, of aangevallen door honden.

Als de goedkope werknemers niet naar de bazen toekomen, dan komen die wel naar hen toe. En het gaat al lang niet meer alleen om eenvoudige arbeid. Unilever Nederland ‘schrapt’ de banen van 280 boekhouders. Het werk wordt uitbesteed aan IBM, die de werkzaamheden zal verplaatsen naar Polen en India: goedkoper. De boekhouders zijn gaan staken. Een actiebijeenkomst in Vlaardingen trok maar weinig mensen. De krant meldt erover: “Alleen het personeel uit de nabijgelegen margarinefabriek komt met een man of veertig steun betuigen, waardoor het totaal uitkomt op een kleine honderd mensen.” SP-leider Jan Marijnissen was ook gekomen, om de getroffen boekhouders een hart onder de riem te steken. “De Polen komen hiernaartoe en het werk gaat daarnaartoe”, brieste hij verontwaardigd. “Dit is slechts het begin van de wereldwijde strijd tegen de nadelen van globalisering.”

Jan Marijnissen kent vast wel zijn klassieken, en weet best dat niet de ‘nadelen van de globalisering’ tot dit soort toestanden leiden, maar dat het hier gaat om de logische consequenties zijn van een kapitalistisch systeem. Maar dit gaat er misschien niet zo goed in bij de Vlaardingse boekhouders, die rondliepen met t-shirts met teksten als ‘Wij hebben hart voor Unilever, maar Unilever is keihard voor ons’.

De arbeidskracht is een waar, wist Marx al. Arbeiders bieden deze aan, maar als de prijs ervan te hoog is, zoeken werkgevers naar arbeiders die deze waar goedkoper kunnen leveren, waar ook ter wereld. En dan kun je wel heel hard blijven roepen “gelijk loon voor gelijk werk“, maar daar lachen die werkgevers alleen maar om, en sturen je een ansichtkaartje vanuit Polen of India. Natuurlijk heeft Marijnissen gelijk dat er actie gevoerd moet worden, maar zolang het kapitalisme bestaat, bestaat er ook uitbuiting. De oplossing kan alleen maar liggen in een systeem met wezenlijk andere spelregels dan de huidige. Ben ik nu communist?

Eerder verschenen op de Eurodusnie website