Archive for juli, 2006

Embedded journalism in Uruzgan

juli 26, 2006

Over een paar dagen beginnen de Nederlandse militairen van ‘Task Force Uruzgan’ aan hun vechtmissie in Afghanistan. Defensie heeft gezorgd voor een vrijwel onbeperkte schietinstructie voor haar militairen, en voor een fraai ‘communicatieplan’ voor de toestromende journalisten.

Bij het Ministerie van Defensie maakt men zich grote zorgen over hoe er bericht zal worden over de Afghanistan missie. Volgens goed gebruik bij Defensie is het complete communicatieplan inmiddels bij de pers terecht gekomen. ‘Openheid’, dat vindt Defensie erg belangrijk als het gaat om de berichtgeving over de missie in Uruzgan. De analyse is dat het draagvlak voor de missie bij publiek en politiek snel zal verdwijnen als die openheid er niet is. Ook hecht men aan een “waarheidsgetrouw beeld van de missie”: de bevolking in Nederland moet niet voor de gek worden gehouden, want alleen dan kunnen “ernstige incidenten en tegenslagen” door die bevolking geaccepteerd worden.

De openheid mag echter niet te ver gaan. Zo heeft Defensie niet graag dat militairen in Uruzgan, of de familie in Nederland, weblogs over de gebeurtenissen in de Afghaanse provincie gaan bijhouden. Dit kan namelijk leiden tot “ongewenste en wellicht gevaarlijke situaties”. Maar geen nood: enkele militairen zullen worden uitgenodigd om op de website van het Ministerie van Defensie een eigen weblog bij te houden. “Hierdoor kan op gecontroleerde wijze ruimte worden geboden voor persoonlijke verhalen”, aldus het Communicatieplan.

Een ander interessant punt in dit Communicatieplan betreft de mogelijkheid voor ‘embedded journalism’: “journalisten worden opgenomen in de eigen gelederen en ze krijgen de mogelijkheid tussen de militairen te leven en te werken.” Op zich is het niet vreemd dat Defensie deze mogelijkhied biedt: Uruzgan is dermate onherbergzaam en gevaarlijk, dat maar weinig journalisten er onafhankelijk zullen gaan rondtoeren. In het belang van de ‘operationele veiligheid’ moeten deze journalisten hun materiaal wel laten ‘screenen’ voordat ze het naar Nederland sturen. Wat die operationele veiligheid precies inhoudt, bepaalt Defensie zelf.

Oorlogsverslaggever Arnold Karskens is in ieder geval niet van plan een ‘embedded journalist’ te worden. Zo kom je niet te weten wat er werkelijk gebeurt, meent hij. Defensie kan journalisten niet tegenhouden als ze op eigen houtje naar Uruzgan willen gaan en daar on-embedded op onderzoek gaan. Op Radio 1 vertelde Karskens vanochtend wat er dan gebeurt: je wordt als onafhankelijk journalist constant lastiggevallen en geïntimideerd door Defensie. GPD-correspondent Harald Doornbos bevestigde dit beeld in een artikel eerder dit jaar in de Groene Amsterdammer, en ook enkele journalisten van NOVA werden flink tegengewerkt toen ze een reportage wilden maken over Nederlandse ‘special forces’ in Afghanistan. “Als wij eerder hadden geweten dat jullie daar naartoe zouden gaan, waren jullie er niet gekomen” kreeg de NOVA reporter Tom Kleijn persoonlijk van Henk Kamp te horen. Ik ben benieuwd hoeveel er over blijft van het beloofde ‘open beleid’ ten aanzien van journalisten, als de boel in Uruzgan voor de Nederlandse militairen echt uit de klauwen gaat lopen.

Toestanden zoals met de militair Eric O., die vervolgd werd na een schietincident in Irak, wil Defensie nu uit alle macht voorkomen. Henk Kamp maakte voor de IKON-radio bekend wat de schietinstructie is voor de Nederlandse militairen in Uruzgan: “We hebben nog eens goed met elkaar afgesproken dat bij een schietincident de uitgangspositie ALTIJD IS dat de militair zijn recht heeft en juist gehandeld heeft en dat er niets te verwijten valt”. Dat is inderdaad erg duidelijk: prijsschieten is toegestaan. Vorige week werden in de buurt van Camp Holland in Uruzgan 18 ‘strijders’ gedood door Nederlandse commando’s, in het kader van de anti-terreurcampagne ‘Enduring Freedom’. Het was volgens opperbevelhebber Dick Berlijn noodzakelijk pro-actief en offensief te handelen. “We waren bang dat we anders niet eens uit de startblokken konden komen in Uruzgan.”

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Webloggen

juli 16, 2006

Het verschijnsel ‘weblog’ bestaat in Nederland nu zo’n jaar of tien. Veel mensen zijn erg enthousiast over de weblogscene: op weblogs zouden verrassende nieuwe gezichtspunten worden geopenbaard, er zouden nieuwsfeiten worden onthuld die nergens anders te lezen zijn, en er vinden originele discussies plaats. Ook zou het ‘webloggen’ hebben geleid tot een democratisering van de media in het algemeen. Maar is dit nu allemaal wel zo?

Michiel Maas, die regelmatig schrijft voor het weblog Sargasso en daarnaast verslaggever is voor het blad Cobouw, publiceerde vrijdag een kritisch stuk in de Volkskrant over het ‘webloggen’. Onder de titel “Zonder traditionele journalisten is de blogger nergens” relativeert hij op enkele punten de waarde van weblogs. De meeste weblogs zijn weinig origineel, schrijft hij: ze bestaan uit oninteressante, moeizaam geschreven en vaak erg persoonlijke stukjes, die kwalitatief niet kunnen tippen aan publicaties in de traditionele media.

Ook met de nieuwswaarde van het gemiddelde weblog valt het nogal tegen, beweert hij: bijna alle ‘informatie’ die te vinden is op weblogs, is afkomstig van de traditionele media en uiteindelijk dus van vakjournalisten. De nieuwswaarde bestaat dan voornamelijk uit het herkauwen van feiten die al lang gepubliceerd zijn. Ook de tegenwerping dat op weblogs boeiende en originele discussies plaatsvinden relativeert hij: weblogs bestaan erg vaak uit korte, provocerende stukjes, voornamelijk bedoeld om zoveel mogelijk reacties te genereren. En op het punt van ‘democratisering’ merkt hij op dat weblogs vaak net zo elitair zijn als de traditionele media, aangezien weblog-discussies doorgaans gevoerd worden door een kleine, vaste groep mensen, en bovendien het deel van de bevolking dat weblogs überhaupt leest, vrij klein is.

Ik denk dat Michiel Maas gelijk heeft: het webloggen is een zwaar overschat fenomeen. De nieuwswaarde is maar beperkt: ook bij de winnaar van de ‘dutch bloggies’ van dit jaar, Sargasso, zijn de bijdrages bijna altijd gebaseerd op informatie van de traditionele media. Sargasso publiceert – zeker in vergelijking met andere weblogs – vaak wat langere en lezenswaardige stukjes, maar ook bij dit weblog zijn het meestal korte, pakkende stukjes van pakweg 100 tot 150 woorden, waarvan de enige functie lijkt te zijn reacties uit te lokken. Weblogs willen namelijk erg graag zoveel mogelijk lezers en lezeressen, en proberen elkaar daarom te overtreffen in het provocatieve karakter van hun publicaties.

Nu zijn op Sargasso nog wel eens aardige discussies te lezen, wat niet gezegd kan worden van een andere dutch-bloggies winnaar (“best geschreven weblog”), ‘Geen Stijl’, waarvan de bijdrages zijn gebaseerd op rariteiten uit de media, populistische Telegraaf-meningen en allerhande ongein. De reacties bestaan doorgaans uit enkele woorden, “pleur op met die kerncentrale hier”, of iets dergelijks. Jan Marijnissen valt met z’n weblog ook in de bloggies-prijzen, maar die komt meestal ook niet verder dan het aanhalen van een nieuwsfeitje en daar z’n eigen mening ondertypen. De reacties overstijgen de gemiddelde borreltafel-mening ook al niet.

Uiteraard zijn er ook prachtige weblogs met mooi geschreven columns en artikelen, maar ik kom ze eerlijk gezegd maar zelden tegen. Op de traditionele media valt ook van alles aan te merken, maar de opiniebijdrages in kranten en tijdschriften zijn doorgaans interessanter en beter geschreven dan die op weblogs. En als het om ‘nieuwswaarde’ gaat blijf je toch doorgaans aangewezen op de traditionele media.

Hoe zit het dan met de Eurodusnie website, zullen lezers nu denken. Op het ogenblik is die een kruising tussen een ‘traditionele’ website van een politiek collectief en een weblog, maar de artikelen zijn meestal langer dan die van het gemiddelde weblog. De website is geen doel op zich, maar één van de activiteiten van Eurodusnie. Naast gastschrijvers komen de bijdrages van mensen die eerder het blad ‘Geen Paniek’, en daarvoor ‘Dusnieuws’ maakten. De bijdrages op de Eurodusnie-website zijn bijna altijd opiniërend van karakter vanuit een niet-parlementair-links perspectief, en de ‘doelgroep’ – hoewel we ons zeker niet exclusief richten op de ‘activistenscene’ – zit toch ook wel doorgaans in die hoek. We zijn er niet op uit om zoveel mogelijk mensen te bereiken, maar proberen vanuit een links en niet-partijgebonden visie discussies los te wrikken, wat af en toe lukt, en af en toe niet.

Dat we meer mensen bereiken via internet dan met eerdere papieren uitgaves is een feit, maar het is te vroeg om al te spreken van een doorslaand succes. Het weblog c.q. internet-magazine van Eurodusnie zal altijd wel een vreemde eend in de bijt blijven, en dat is maar goed ook, want bij de eerder al door Kees Stad op de konfrontatie-site gesignaleerde trend in bloggersland van “steeds sneller en hipper” zullen we ons niet aansluiten. Bovendien zal – gezien de weersverwachtingen – zijn door Hans Achterhuis aangehaalde pleidooi voor ‘selectieve vertraging‘ in de komende tijd ook wel op deze website van toepassing zijn.

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Populisme

juli 10, 2006

Populisten zijn er in Nederland altijd al geweest, maar vooral sinds de korte politieke carrière van Pim Fortuyn is dit type politicus stevig in opkomst. Voor de komende verkiezingscampagne staat al een hele reeks populisten in de startblokken, en het ziet er naar uit dat ze deze keer de campagne kunnen gaan overheersen.

Hans Dijkstal, die al een aardige reputatie heeft opgebouwd als nestbevuiler van de VVD, trok een paar dagen geleden van leer tegen de inmiddels opnieuw geïnstalleerde minister van Vreemdelingenzaken Rita Verdonk. Hij vergeleek haar populisme met dat van buitenlandse politici als Ross Perot, Filip Dewinter en Jean-Marie Le Pen, maar ook met dat van Pim Fortuyn. Veel medestanders van Verdonk, waaronder Mark Rutte, begonnen meteen te kermen en vonden de vergelijking schandalig. Ze hadden het niet begrepen: Dijkstal maakte geen inhoudelijke politieke vergelijking tussen Verdonk en de genoemde politici, maar zag een overeenkomst in hun populistische manier van politiek bedrijven. Zo verwees Dijkstal met name naar de manier van campagnevoeren van Verdonk tijdens de lijsttrekkersrace binnen de VVD, dit voorjaar.

De kritiek van Dijkstal heeft eigenlijk niet eens zoveel weerwoord ontvangen. Dit kan zijn omdat Dijkstal niet zo serieus meer genomen wordt; het kan ook zijn dat het populisme inmiddels aardig ingeburgerd begint te raken in de Nederlandse politiek, en dat daarom de stellingname van Dijkstal helemaal niet zo schokkend was.

Wie de wikipedia-pagina over ‘populisme’ raadpleegt komt geen sluitende definitie van de term tegen; wel de belangrijkste kenmerken:
1. afkeer van het partijestablishment;
2. het volk staat op een voetstuk en naar haar wil wordt constant gerefereerd;
3. charismatisch leiderschap;
4. er wordt een beroep gedaan op eenheid en vaderlandsliefde.

Wie de campagne van Verdonk gevolgd heeft, kan niet anders dan concluderen dat Verdonk op alle vier de punten stevig scoort. Verdonk benadrukte voortdurend de mening ‘buiten Den Haag’ veel belangrijker te vinden dan die van haar partijgenoten, en zette zich steeds af tegen ‘de overheid’ – alsof zij daar zelf niet bijhoort. Er moet geluisterd worden naar ‘de man in de straat’. Haar hele presentatie – denk terug aan de start van haar campagne tijdens de BouwRAI – was erop gericht haar persoon te profileren als een sterk en charismatisch partijaanvoerder. Ook op het laatste punt scoort Verdonk, onder meer met een uitspraak als “het is belangrijk dat we met z’n allen weer trots kunnen zijn op Nederland’.

Een populist in de politiek is iemand die kijkt naar wat de populaire meningen zijn, en stemt daar zijn of haar opvattingen op af. Doorgaans gaat het dan om kleinburgerlijke ressentiments-opvattingen over migranten (altijd te veel), belastingen en regels (altijd te veel), straffen (altijd te laag) en politie-inzet (altijd te weinig). Meningen die minder populair zijn, en waar de populist een hekel aan heeft, zijn ‘politiek correct’. Dit is het lievelingswoord van de Nederlandse populist. Jan Tromp beschrijft in de Volkskrant van afgelopen zaterdag de populistische methode als volgt: “populistische politici stimuleren de lage driften; de lage driften voeden het populisme van politici. Wie doorbreekt de cirkel?”

In Nederland voorlopig niemand. Integendeel, populisten verdringen zich om bij de komende verkiezingen zetels te gaan scoren. Rijzende ster in dit politieke genre is Marco Pastors. De man is zeer bedreven in wat het vijfde kenmerk van populisme genoemd kan worden , en wat ook genoteerd wordt door Jan Tromp: het tegelijk aanwakkeren van de angst van de natie en het chagrijn van de natie. De verbeten frustratie over alles wat er mis is in Nederland lijkt zich voortdurend uit alle poriën van het gezicht van deze klassieke kankerpit naar buiten te persen. En alles draait om het winnen van stemmen, hoe dan ook. In een interview met NRC Handelsblad tekenen we de volgende uitspraken van de Rotterdamse politcus op. Over integratie: “Het is een thema waar wij ons mee onderscheiden van de rest, waar we stemmen mee gaan trekken.” Over Verdonk: “Natuurlijk zou ik haar er graag bij hebben, ze is een enorme stemmentrekker.” En over de onvrede met de ‘oude politiek’ (lees: politiek correct): “Daar kunnen wij van profiteren.” Natuurlijk zijn alle politici op veel stemmen uit, maar de manier waarop Pastors dit als doel op zich benadert is werkelijk schaamteloos.

Of hij er in november ook in gaat slagen om veel stemmen te trekken is nog maar de vraag, want het is dringen op de rechts-populistische markt: naast Verdonk moet hij concurreren met Eerdmans (of mogelijk samenwerken), Wilders, Nawijn en niet te vergeten LPF-fractieleider Van As (recente uitspraak: “We gaan toch niet voor Pietje Paardelul het kabinet steunen”). Veel politici drijven mee in deze trend, uit overtuiging of uit noodzaak. Na het tijdperk Fortuyn dachten veel mensen dat de populistische wind wel zou gaan liggen. Niets is minder waar. Zoals de opgestapte Volkskrant-columnist Jan Blokker schreef in april: “We moeten ons geen illusies maken. Het Nederlandse populisme staat nog pas in de kinderschoenen”.

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Geen rellen

juli 6, 2006

Afgezien van wat kleine schermutselingen is het wereldkampioenschap voetbal vrijwel zonder rellen verlopen. De Duitse politie is dik tevreden over het verloop van het voetbalfestijn. Iedereen blij?

Traditie is traditie, dus de Engelsen zorgden nog hier en daar voor wat opstootjes in verschillende Duitse steden. Zelfs op het kanaaleiland Jersey werd even de boel op stelten gezet. En na afloop van het vroege duel Polen-Duitsland waren er wat ongeregeldheden. Maar verder bleef het tijdens dit WK opmerkelijk rustig. Het intensief screenen van bezoekende voetbalfans en de aanwezigheid van een enorme politiemacht ter plaatse heeft haar vruchten afgeworpen.

Al vorig jaar begon het overleg tussen deelnemende Europese landen over de veiligheid tijdens het WK. Dit leidde onder meer tot een uitreisverbod voor honderden Britten, die wel eens veroordeeld waren voor voetbalgeweld. Toch reisden nog meer dan 300.000 Britten naar Duitsland. Vooral door hun stevige bierconsumptie – alleen tijdens Engeland-Trinidad 1,2 miljoen glazen – werden problemen verwacht. Maar in tegenstelling tot het WK van 1998 (forse rellen in Marseille) en Euro-2000 wist de Duitse politie de Engelsen onder controle te houden.

Simon Clements, werkzaam voor het Openbaar Ministerie in Engeland, stond tijdens het hele WK de Duitse justitie bij in haar strijd tegen het Engelse hooligan-probleem. Hij was met name onder de indruk van de resultaten van preventieve arrestaties in Duitsland. Voorafgaand aan de wedstrijd tegen Portugal werden honderden Engelse fans, waarvan gevreesd werd dat ze moeilijkheden zouden kunnen veroorzaken, uit voorzorg opgepakt en tijdens de wedstrijd vastgehouden. En inderdaad, de wedstrijd zelf verliep zonder problemen. Ook voorafgaand aan de wedstrijd Polen-Duitsland werden al 150 mensen uit voorzorg opgepakt en geïsoleerd. Clements in The Guardian: “I would love to make preventative arrests on a Friday or Saturday night in Manchester, taking away hundreds of people to an area where they can be calmed down before being released.”

Die praktijk van het oppakken van mensen nog voordat er problemen zijn ontstaan, lijkt in Nederland ook aan te slaan. In april werden er bijna 800 mensen bij de Kuip in Rotterdam gearresteerd rond de beladen klassieker Feyenoord-Ajax. De meerderheid van deze mensen had geen vlieg kwaad gedaan en probeerde terug naar hun auto’s te komen. Advocaat Van Ardenne, die namens honderden gearresteerden aan het procederen is, vergelijkt de zaak met de massa-arrestaties bij de Amsterdamse Eurotop in 1997. Hier werden 350 mensen aangehouden, waarvan justitie vreesde dat ze problemen konden veroorzaken.

Naast het instrument van de preventieve arrestaties werd tijdens elke wedstrijd gebruik gemaakt van honderden agenten in burger op de tribunes, die elke wanklank meteen de kop indrukten. Zij werden bijgestaan door stewards, die om de paar meter onder de tribunes stonden opgesteld, met als enige taak voortdurend in het publiek turen. Daarnaast werden er door de meeste landen ‘spotters’ ingezet, agenten in burger die zich buiten de stadions mengden in supportersgroepen. Ook de Oranje-fans werden door Nederlandse agenten in burger constant geschaduwd. Jack van Gelder beweerde op tv dat het in Gelsenkirchen toch nog flink uit de hand was gelopen tussen Duitse en Nederlandse fans, maar dat dit feit angstvallig buiten de publiciteit is gehouden.

Het is natuurlijk mooi: fans van verschillende landen die gebroederlijk gemengd op de tribunes zitten. Ex-voetballer Richard Witschge was hierdoor enorm ontroerd, en zag het als een voorbeeld van ‘waarden en normen’ op Europees niveau. Het is ook een voorbeeld van opgelegde controle op Europees niveau. Die controle is dusdanig geperfectioneerd dat ongeregeldheden vrijwel geheel geëlimineerd zijn. Een beetje griezelig is dat wel.

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie