Archive for april, 2006

Talpa-radio

april 27, 2006

Toch aardig van onze premier, dat hij John de Mol dinsdag wat extra publiciteit bezorgde door samen met hem het nieuwe radioplatform “Radio Digitaal” te lanceren. Balkenende noemde het nieuwe internetradioproject van De Mol ‘fascinerend’ en ‘grensverleggend’. Onze premier roemde tevens de ‘VOC-mentaliteit’ van De Mol, daarmee doelend op “de wil om vooruit te komen en de eerste te willen zijn”. Je moet het maar durven zeggen.

John de Mol’s loopbaan als media-tycoon kon niet meer kapot toen hij in de jaren negentig het grensverlagende programma ‘Big Brother’ verzon. Het programmaconcept brak wereldwijd door, en met name de verkoop van de rechten aan de Verenigde Staten leverde De Mol bakken met geld op. Zijn status als miljardair was gevestigd toen hij in 2000 het door hem met Joop van den Ende opgezette mediabedrijf Endemol verkocht aan het Spaanse bedrijf Telefonica voor 5,5 miljard euro. Met dit geld bouwde De Mol zijn media-imperium stukje bij beetje uit. Hij kocht flinke paketten aandelen van andere mediabedrijven (bv. Versatel) en verkocht deze weer als het goed uitkwam. Het bekendst werd hij natuurlijk door het opzetten van de tv-zender Talpa, en het opkopen van de eerste uitzendrechten voor de Eredivisie voetbal. Vrij recent is De Mol’s veroveringstocht in de radiomarkt. Vorig jaar kocht De Mol de radiozenders Radio 538, Radio 10 Gold en JuizeFM.

Waarom Balkenende het nieuwe project van De Mol ‘grensverleggend’ noemt is onduidelijk. Internetradiozenders zijn al lang geen nieuwe fenomeen meer, en inhoudelijk is het project van De Mol allesbehalve grensverleggend. Laten we eens kijken wat voor aanbod mister Talpa voor ons in petto heeft.

Flashback radio biedt de grote meestampers uit de jaren tachtig: “ervaar de flashback, verwerkt in één gevarieerde hitmix”. Real Rock radio is “hét alternatief voor de rocker van nu”, met baanbrekende bands als U2 en Green Day. Love Radio brengt “de meest romantische lite hits en soft pop uit heden en verleden”. Met Power FM gaat het er steviger aan toe: flink rocken “met roemruchte (?) artiesten als Bruce Springsteen, U2, Aerosmith en Guns ’n Roses”. Voor de kleintjes is er Hits 4 Kids, met veel K3 en Kabouter Plop. JFK (‘Jazzy, Funky, Kool’) biedt toegankelijke jazz, funk en soul, dat wordt dus veel Joss Stone en Jamie Cullum. 24/7 Dance brengt ons.. u raadt het al, nonstop dansmuziek. En last but not least is daar Non Stop 40: onafgebroken luisteren naar hoogtepunten uit ‘De lijst der lijsten’. Inderdaad, allemaal reuze fascinerend en grensverleggend. Luisteren met Microsoft wordt trouwens aanbevolen.

De internetstations van De Mol draaien uiteraard geheel op reclame. De Mol is niet gebonden aan de reclameregels voor traditionele radiozenders, want die gelden niet voor internet. Slim van De Mol is ook dat hij de zenders non-stop muziek laat draaien: DJ’s zijn tegenwoordig nauwelijks te betalen, maar een cd-computercaroussel gevuld met de grootste hits uit een bepaald genre kan dagenlang op zeer weinig kosten doordraaien.

John de Mol weet dat zijn nieuwe project niet meteen veel geld zal opbrengen. De mediatycoon ziet zijn digitale radioproject in de eerste plaats als proeftuin voor een veel groter project: digitale televisie. De Mol heeft al verschillende malen verklaard dat hij de grote leider wil worden in deze nieuwe en potentieel enorm lucratieve markt. Laten we ons dus geen illusies maken: de talpaficatie van de samenleving is nog maar net begonnen.

Eerder verschenen op de Eurodusnie pagina

Advertenties

Twintig jaar na de ramp

april 23, 2006

“De zon scheen erg helder en alles was prachtig wit. Maar er was geen leven in het dorp. Nergens in de sneeuw was een voetspoor te zien, nergens rookte een schoorsteen. Dat is de menselijke betekenis van Tsjernobyl” *

In de nacht van 25 op 26 april 1986, bijna twintig jaar geleden, vond in reactor vier van het Tsjernobyl-complex een ‘prompt neutron power burst’ plaats: binnen enkele seconden schoot het vermogen van de reactor omhoog naar honderd maal de gewone waarde. De reactor zelf explodeerde niet, maar enkele splijtstofstaven vielen uiteen. Hierdoor verdampte het koelwater. De stoomexplosie die hierop volgde blies het loodzware deksel van de reactor weg. Er brak brand uit, en er volgde nog een explosie. De helft van de radioactieve deeltjes die in de lucht werd geblazen kwam in de omgeving terecht. De andere helft daalde neer in twintig omliggende landen. Negen ton aan radioactieve deeltjes daalde neer over Europa.

Over het aantal slachtoffers van de ramp bestaat nog steeds onduidelijkheid. Greenpeace becijfert op basis van nationale kankerstatistieken van Wit-Rusland dat het uiteindelijke dodental in de Oekraïne en Wit Rusland tot 93.000 zal oplopen. In Rusland bedraagt het aantal dodelijke kankerslachtoffers als gevolg van Tsjernobyl 60.000. De ramp heeft ook geleid tot schade aan het afweersysteem van mensen, hart- en vaatziektes en chromosoomafwijkingen. Dit laatste heeft geleid tot duizenden misvormde baby’s, die nog steeds geboren worden. Naast mensen werden talloze dieren slachtoffer van de ramp en raakte de wijde omgeving van het complex extreem zwaar besmet. Tsjernobyl is nog steeds één van de giftigste plekken op aarde. Aan de sarcofaag van lood en beton die over de reactorresten is geplaatst wordt nu nog gewerkt. De sarcofaag lekt aan alle kanten.

Moderne kernreactors zijn een stuk veiliger dan de vier reactors van Tsjernobyl. De kans dat met een moderne reactor een ongeluk zoals in Tsjernobyl gebeurt is zeer klein. Bovendien was de Tsjernobyl-ramp het gevolg van een onverantwoorde test van de operateurs van de reactor, die verschillende essentiële veiligheidsvoorschriften negeerden. Toch blijft ook bij moderne reactors de kans op een ongeluk van dezelfde orde bestaan, en menselijk falen zal nooit tot het verleden behoren. Naast het risico van rampzalige ongelukken blijven we met kernenergie opgescheept zitten met een aantal problemen waarvan de oplossing niet in zicht is. Het afvalprobleem is nog steeds niet opgelost en zadelt de samenleving voor eeuwen op met besmettingsrisico’s. Bij het opwekken van kernenergie wordt materiaal geproduceerd waarmee kernwapens kunnen worden gefabriceerd, zodat er altijd een ‘proliferatieprobleem’ zal zijn. Het voor de opwekking van kernenergie benodigde uranium raakt snel op, en de winning ervan is zeer milieuvervuilend. Daarnaast is de bouw van kerncentrales, de beveiliging ervan en de opslag van afval extreem duur: zo duur dat kernenergie onbetaalbaar is zonder staatssubsidie.

Ten tijde van de Tsjernobyl-ramp stevende het toenmalige kabinet Lubbers af op de bouw van drie nieuwe kerncentrales in Nederland. Toen de omvang van de ramp eenmaal duidelijk werd – de gevolgen waren tot in Nederland te merken – was deze discussie meteen beëindigd. De Tsjernobyl ramp ligt nu twintig jaar achter ons. Steeds meer politici zien kernenergie als de noodzakelijke oplossing voor het energieprobleem en wijzen op de positieve effecten van kernenergie-opwekking voor het broeikaseffect. Het kabinet Balkenende heeft al besloten de door Essent en Delka geëxploiteerde centrale in Borssele tot 2033 open te houden, en denkt hardop na over meer centrales.

Afgelopen zaterdag werd in Almelo en in het Duitse Gronau door zo’n honderd mensen de Tsjernobyl-ramp herdacht. In deze plaatsen bevinden zich vestigingen van het bedrijf Urenco, waar uranium wordt verrijkt ten bate van de nucleaire industrie. Naast het herdenken van Tsjernobyl protesteerden de uit Duitsland en Nederland afkomstige demonstranten tegen de bouw van nieuwe centrales in Europa en de plannen hiertoe. Je kunt dit protest steunen door een Europese petitie tegen kernenergie in te vullen. Daarnaast vindt er aanstaande woensdagavond in Den Haag, bij de ambassades van de Oekraïne en Wit Rusland, een wake plaats om de Tsjernobyl ramp te herdenken.

* het citaat bovenaan is een uitspraak van de Russische filmmaker Vladimir Gubaryev, na een vlucht over een verlaten dorp nabij Tsjernobyl, vlak na de ramp. (overgenomen uit ‘Zwartboek over het nucleaire tijdperk’ van Greenpeace)

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

De opmars van de burgerbuddy

april 20, 2006

Alleen minister Pechtold wil er niet aan, maar voor de rest zijn politici er gek op: de burgerbuddy. Een burgerbuddy is een ‘gewoon iemand’ uit het volk, die een politicus of een hoge ambtenaar tips geeft hoe ze beter over kunnen komen bij het publiek. Ook legt de burgerbuddy aan een politicus uit waar de burger zich zorgen over maakt en wat deze allemaal belangrijk vindt. Zodat de politicus leert wat er leeft onder de mensen, en daarna de burger beter kan dienen.

Sommige mensen herinneren zich wellicht een tv-uitzending van zo’n vier jaar geleden, waarbij Minister Zalm een hoeveelheid groente moest afwegen in de supermarkt. Hij bleek geen flauw idee te hebben hoe dit in zijn werk ging, en uit alles werd duidelijk dat hij nooit in een supermarkt zijn inkopen doet. Dat was natuurlijk slecht voor zijn imago en dat van zijn partij, want van politici wordt tegenwoordig verwacht dat ze midden tussen ‘het volk’ staan. Even rampzalig zijn de incidentele enquetes onder kamerleden of ministers, waarbij ze moeten aangeven hoeveel een pak melk kost, of een half gesneden volkorenbrood. De paniekerige antwoorden variëren dan doorgaans van 50 cent tot 3 euro, waarmee politici bepaald geen goede beurt maken. Welnu, het burgerbuddy-project moet aan dit soort uitglijers aan eind maken.

De 28-jarige Elena Simons is de drijvende kracht achter het onder politici enorm populaire burgerbuddy project. Simons, die “plezier wil maken met de samenleving”, is auteur van het boekje “Pret met moslims” en oprichtster van de Stichting Wonder. Vanuit deze stichting worden leuke dingen ondernomen, gewoon, omdat dat leuk is. Vrijwilligers van Stichting Wonder stopten tijdens sinterklaastijd snoepjes in de schoenen van moskeegangers. Ook hebben ze een keer aan de straat gevonden gebruiksvoorwerpen van een prijskaartje voorzien, en in de Bijenkorf gezet. Best leuk. En het nieuwste initiatief van Stichting Wonder is dus de burgerbuddy, een project dat gefinancierd wordt door het Forum voor Democratische Ontwikkeling.

In principe kan iedereen een burgerbuddy worden. Alleen politici en ambtenaren zijn uitgesloten. Als je je aanmeldt als burgerbuddy op de website die hiervoor is opgericht, kom je in een bestand terecht. Een politicus die op zoek is naar een burgerbuddy, krijgt van de stichting drie mogelijke ‘matches’ aangeboden, op basis van de antwoorden die de potentiële buddy op een vragenformulier heeft ingevuld. Er volgt dan een ontmoeting, en als het klikt, dan kan het buddywerk beginnen. Dit kan van alles zijn: een partijtje badmintonnen, samen uit eten gaan, een strandwandeling maken, etcetera.

De bekendste burgerbuddy is Elena Simons zelf, zij is de buddy van staatssecretaris Van Geel. Een andere bekende burgerbuddy is Lotfi Haddi, hij is de buddy van Minister Verdonk. Bij NOVA vertelde hij twee weken geleden dat hij graag de spreekwoordelijke kloof tussen de burger en de politiek wil overbruggen. Harry van Bommel, SP-kamerlid, heeft fotografe Merel Maissan als burgerbuddy: “ik zie mezelf meer als een soort coach, die hem af en toe tips geeft”. Tientallen minder bekende raadsleden en ambtenaren hebben tegenwoordig ook buddy’s.

Het fenomeen burgerbuddy kan niet losgezien worden van de Fortuyn-revolte van enkele jaren geleden. Fortuyn beriep zich er altijd op dat hij, in tegenstelling tot de Haagse kaasstolp-politici, wist wat de burger werkelijk wilde, en wat er moest gebeuren om de burger weer een stem te geven in de ‘wereldvreemde’ Haagse politiek. Het probleem is dat ‘de burger’ helemaal niet bestaat. Er bestaat ook helemaal geen beleid waarmee ‘de burger’ een stem krijgt, en politici die zich hierop beroepen moeten te allen tijde gewantrouwd worden. Kamerleden, ministers en raadsleden hebben daarom helemaal niets aan de wijze raad van de eerste de beste boerenlul m/v die zich aandient als ‘burgerbuddy’, die hen wel eens zal leren hoe ‘de burger’ denkt en leeft. Om dezelfde reden heeft het geen enkel nut om ‘de man in de straat’ op TV zijn of haar mening te laten geven over de oorlog in Irak, het financieringstekort of de uitbreiding van de Europese Unie. ‘De man in de straat’ is net als ‘de burger’ een fantoom, en vertegenwoordigt niemand. De bevolking bestaat uit allerlei soorten mensen die allemaal verschillende opvattingen, belangen en voorkeuren hebben. Dat is vervelend voor politici, maar met dat gegeven zullen ze moeten zien te werken.

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Een Europese avant-garde

april 17, 2006

Zes jaar geleden hield de Duitse politicus Joschka Fischer een pleidooi voor een Europese ‘kern-federatie’: een soort voorhoede binnen de EU van lidstaten die gezamenlijk besluiten tot versnelde integratie. Romano Prodi deed in het afgelopen weekeinde hetzelfde voorstel, met één verschil: Nederland mag van hem niet bij deze ‘avant garde’ horen.

Romano Prodi is niet de eerste de beste: naar alle waarschijnlijkheid zal hij Silvio Berlusconi opvolgen als premier van Italië, en nog niet zo lang geleden was hij jarenlang voorzitter van de Europese Commissie. Binnen Europese kringen heeft hij nog steeds een aanzienlijke status. Als hij wat zegt, pikken kranten het op. Eind vorige week reisde hij per trein richting zijn woonplaats Bologna, en gaf tijdens de reis interviews aan een reeks kranten. Prodi heeft zijn wens voor vèrgaande Europese integratie nooit onder stoelen of banken gestoken.

Tegenover de Sunday Times hield hij een pleidooi voor verdergaande politieke integratie. De Grondwet – maar dan in een afgeslankte vorm – moet volgens hem opnieuw per referendum aan de bevolkingen van de Europese lidstaten worden voorgelegd, en wel tegelijk met de Europese Parlementsverkiezingen van 2009. Er moet wat hem betreft per direct een Europese minister van Buitenlandse Zaken komen, en beslissingen over buitenlandse politiek moeten zo snel mogelijk per meerderheidsbeslissing genomen kunnen worden. Meteen na de verkiezingen in Frankrijk van volgend jaar kunnen besprekingen over een nieuwe Grondwet van start gaan.

Net als Joschka Fischer, die destijds pleitte voor een ‘avant garde‘ van lidstaten die voor versnelde integratie moet gaan zorgen, ziet Prodi graag de formering van een kerngroep die onderling afspraken gaat maken over nadere integratie. Landen die niet bij deze kerngroep horen kunnen zich dan later eventueel aansluiten bij deze ‘voorhoede’. Fischers kerngroep bestond zes jaar geleden uit Duitsland, Italië, Frankrijk en de Benelux landen. Prodi’s rijtje is bijna hetzelfde, alleen mag Nederland niet meedoen, en Spanje wel. De reden lijkt wel duidelijk: Nederland verwierp vorig jaar met een grote meerderheid de Europese Grondwet, en heeft zich aldus ‘buitenspel’ geplaatst. Ook de houding van enkele Nederlandse politici – Zalm die met alle macht in de EU-contributie van Nederland wilde snoeien, Nicolaï’s uitspraken dat het welletjes is geweest met de uitbreiding, en Ben Bots opmerkingen over de ‘dode Grondwet’ – zijn in Europese kringen, en ook bij Prodi, niet onopgemerkt gebleven.

Vreemd is wel dat Frankrijk, dat toch ook in meerderheid de Grondwet verwierp, dan wel bij de Prodi-kerngroep mag aanschuiven. Nog vreemder is de reden dat Engeland niet mag meedoen: volgens Prodi omdat dit land er voor gekozen had geen referendum te houden over de Europese Grondwet. Dit terwijl de Europese Grondwet in Italië, België en Duitsland ook niet per referendum is voorgelegd aan de bevolking, maar die landen zitten weer wèl bij Prodi’s kerngroep. Het ziet er naar uit dat Prodi de landen bij elkaar geharkt heeft die in zijn ogen het snelst de integratie-motor weer kunnen opstarten. Hij beseft dat Frankrijk hierbij een land is dat niet gemist kan worden.

Het is echter maar de vraag of de door hem voorgestelde kerngroep ook werkelijk “een gemeenschappelijke Europese politiek” zal kunnen formuleren, iets wat Prodi graag ziet. Van Prodi is bekend dat hij streeft naar een Europese buitenlandse politiek die zich duidelijk onderscheidt van de Amerikaanse lijn. Hij heeft aangekondigd zo snel mogelijk de Italiaanse troepen uit Irak te zullen terugtrekken. Beoogd kerngroep-lid Duitsland is sinds de komst van Merckel echter niet zo anti-Amerikaans meer als onder Schröder. Binnen de EU als geheel wordt nog steeds zeer verschillend gedacht over Europees buitenlands beleid, en de oude tegenstelling tussen ‘atlantici’ en ‘europeanen’ hef je niet op door te werken met een kopgroep: die heeft toch niet de bevoegdheid onafhankelijk beleid te ontwikkelen.

Ook de gedachte van Prodi dat een ‘kopgroep’ de Grondwet, in een wat verbeterde vorm, wel even uit het moeras zal trekken is weinig realistisch. Het getuigt van een autocratische visie die nu juist voor een groot deel de weerzin tegen de Grondwet in Europa heeft gevoed, namelijk het idee dat de verenigde elite van een beperkt clubje landen wel even zal bepalen wat de toekomst van Europa wordt. De burger mag, als ie geluk heeft, vervolgens ja of nee knikken. Romano Prodi is het type politicus waar Europa geen behoefte meer aan heeft. Kan hij niet gewoon met pensioen gaan?

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Moderne keuzevrijheid

april 14, 2006

De moderne burger kan tegenwoordig uit van alles en nog wat kiezen. Uren kunnen we besteden aan vergelijkende onderzoeken om te bepalen welke school de beste kwaliteit biedt voor de kinderen, of welk verzorgingstehuis de beste kwaliteit biedt voor als we oud zijn. De telefoon- en internetmarkt biedt een woud aan mogelijkheden waar we onze keuze uit kunnen maken. Ook kunnen we kiezen bij welk bedrijf we water kopen, bij welke maatschappij we ons voor ziekte laten verzekeren en welke ziektes, aandoeningen en protheses we dan wel of niet in het verzekeringspakket willen hebben. Tevens kunnen we natuurlijk kiezen bij welke stroomboer we onze electriciteit kopen. Wat dit laatste betreft wil ik het hier eens hebben over het bedrijf NUON.

Stroom is stroom en gas is gas, zou je denken, maar dat ligt al lang niet zo simpel meer. De overheid heeft voor ons geregeld dat we voor onze stroom- en gasvoorziening kunnen kiezen uit verschillende bedrijven, die met elkaar concurreren op de vrije markt. De gedachte hierachter is dat bedrijven op de vrije markt enorm met elkaar gaan knokken om zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor de consument, op het gebied van prijs en kwaliteit. Dit, zo is de gedachte, komt de kwaliteit van het aanbod ten goede, en de consument krijgt van de concurrerende partijen de scherpste prijs aangeboden.

Vorige week viel bij mij, en waarschijnlijk bij veel andere kiezende burgers, een brief van het stroombedrijf NUON op de mat die als volgt begint. “Zet nu uw electriciteitsprijs vast en krijg 2,6 procent korting. U heeft het vast gemerkt dat de prijs van electriciteit het afgelopen jaar met 23 procent is gestegen. Of die stijging de komende jaren doorzet, kan niemand met zekerheid zeggen.” Ja, die prijsstijging is naar, dacht ik, maar wat heb ik daar verder mee te maken? Zorg gewoon dat ik stroom krijg, want daar betaal ik voor!

Maar zo eenvoudig ligt het dus niet. Ik kan, nee ik moet nu ook gaan kiezen voor een vaste stroomprijs of een variable stroomprijs. Bij een variabele stroomprijs betaal ik per jaar de stroom volgens de marktprijs. Als ik geluk heb, daalt de stroomprijs, en betaal ik minder; als ik pech heb, gaat de stroomprijs weer eens 23 procent omhoog, en betaal ik volgend jaar opnieuw een kwart meer. Ik kan er nu voor kiezen om me in te dekken tegen dit risico, door ‘Vasteprijsstroom’ te nemen, maar daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan. Afhankelijk van het stroomtype en het moment van de dag waarop ik mijn stroom gebruik (ja, ik kan ook kiezen tussen gewone stroom, groene stroom, natuurstroom en dan weer avond, nacht- of ‘actie’-tarief), kan ik mijn stroomprijs vastleggen voor een, twee, drie, of vijf jaar, afhankelijk van mijn keuze. Ik betaal dan elk jaar gemiddeld ongeveer vijftien procent meer per kilowatt-uur, om mij te beschermen tegen de grillen van de stroommarkt, en dus van de olieprijs.

Een hele ochtend heb ik zitten zwoegen op deze zware materie. Wat moet ik nu doen? Als modern burger kan ik er voor kiezen risico te lopen door te kiezen voor een variabele marktprijs. Maar stel dat de oorlog tegen Iran uitbreekt, en de olieprijs ineens explodeert? Dan kan ik beter kiezen voor een vaste stroomprijs. Dan maar jaarlijks wat meer betalen. Of zal een oorlog tegen Iran juist een goed effect hebben op de stroomprijs? De prijs van een olievat, zo las ik in de krant, staat nu al op een hoog niveau, dus misschien moet ik het risico maar nemen. Aan de andere kant zijn de Chinezen enorm aan het inkopen op de oliemarkt: dit zal de prijs van de olie, en dus van mijn variabele NUON-rekening, zeker flink omhoogdrijven in de komende jaren! Maar ik zag ook Brinkhorst op bezoek in Libië, die zegt dat we binnenkort spotgoedkoop Libisch gas kunnen gaan importeren. En wat voor effect zal de splitsing van energiebedrijven op de stroomrekening hebben?

Ik bekijk dagelijks de koers van een vat olie op de wereldmarkt.  Als een beurshandelaar moet ik de effecten van de geopolitieke economische en politieke ontwikkelingen op mijn stroomprijs afwegen. Stel dat de olie, en dus de stroomprijs, ineens jaren gaat dalen, en ik heb me voor vijf jaar vastgelegd voor een hogere stroomprijs. Dan kan ik me wel voor mijn kop slaan! Maar als er een nieuwe oliecrisis komt, en ik kies voor de marktprijs, dan ben ik een dief van mijn eigen portemonnee.

Ik ben er nog niet uit. De hele week heb ik slecht geslapen en heb ik nachtmerries over de beurskoersen van vaten olie en welke ontwikkelingen de komende jaren van invloed zullen zijn op de olieprijs. Zijn er eigenlijk geen adviesbureaus die de burger hulp kunnen bieden in het maken van dit soort moeilijke keuzes? En zo ja, welk bureau biedt mij dan de beste prijs en kwaliteit?

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

De koopman en de dominee

april 11, 2006

Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, is ernstig bezorgd over de verlinksing van het Zuidamerikaanse continent. “In deze regio doen zich opvallende politieke veranderingen voor”, aldus de bewindsman. “De linkse wind blaast er krachtig. Als we niet beter de vinger aan de pols houden, zul je zien dat zich allerlei nieuwe Fidel Castro’s ontwikkelen”. Zijn collega Brinkhorst bezocht deze week het Libië van Kolonel Gadaffi, al decennia een goede kameraad van Castro. Volgens het ministerie van Economische Zaken was het een “succesvol bezoek”.

Zaken doen met, of bezoekjes afleggen aan landen waar mensenrechten geschonden worden, is voor de afgevaardigden van het Nederlandse kabinet geen enkel probleem. Pas als de betreffende landen in de ogen van de bewindslieden wat te links worden, wordt het een punt. Minister Kamp veroorzaakte onlangs een diplomatiek relletje met Venezuela, door president Hugo Chavez een “onverdraagzame populist” te noemen, die van plan zou zijn de Koninklijke Antilliaanse eilanden nabij de Venezolaanse kust aan te vallen. Hugo Chavez – die, eerlijk is eerlijk, bepaald niet geheel vrij is van een zekere mate van populisme – sloeg terug, en noemde Kamp een “pion van Washington”, en “een man van de extreem rechtervleugel”, twee constateringen die aardig dicht in de buurt van de waarheid liggen.

Ben Bot vond de invasie-angst van zijn collega van Defensie wat overdreven, maar heeft, net als wel meer vertegenwoordigers van het vrije westen, een verontrust gevoel over de opkomst van linkse regeringen in Zuid- en Latijns Amerika. Het moet voor rechtse pro-Amerikaanse politici inderdaad geen pretje zijn wat er gebeurt in de ‘achtertuin van de VS’: Chavez in Venezuela, de socialiste Michelle Bachelet in Chili, Tabare Vazquez in Uruguay, Lula in Brazilië, Evo Morales in Bolivia, en in Peru lijkt de linkse nationalist Ollanta Humala volgende maand de verkiezingen te gaan winnen. Bot, schrijft NRCnext vorige week, “is bang dat de nieuwe leiders de democratie veronachtzamen”. Hij vreest dat dit proces ontaardt in “dictatoriaal communisme”. “En dan zal het continent democratisch en economisch nog verder wegzakken”. Veel Zuid-Amerikanen zijn inderdaad de verpaupering en de groeiende sociale tweedeling zat. Maar die zijn ontstaan onder regeringen die een ultraliberale koers hebben gevaren. Dat er nu – volledig democratisch – partijen aan de macht komen die het eens anders willen aanpakken, zint onze minister niet.

Minister Brinkhorst van de Democraten ’66 verspilde zijn tijd niet aan mooie woorden over democratie tijdens zijn bezoek aan het autoritaire Libië deze week. Er moest namelijk geld verdiend worden. “Het land is weer aantrekkelijk om zaken mee te doen”, valt te lezen op de RTL’s economische site, en Brinkhorst meldt monter: “over vijf jaar koken we hier in Nederland op Libisch gas” (hee, hadden we daar zelf niet zoveel van?). Brinkhorst is trouwens geen uitzondering. Er zijn in Libië interessante gas- en oliedeals te sluiten, dus bijna alle westerse regeringen gingen hem al voor. In tegenstelling tot Bolivia of Venezuela moet je in Libië geen politieke partij oprichten of de grote leider bekritiseren. Libië loopt echter de laatste jaren aardig met het westen in de pas in de ‘strijd tegen het terrorisme’, dus waarom daar dan woorden aan vuil maken?

Aan de andere kant van de wereld is premier Balkenende (mist iemand die man eigenlijk?) bezig aan een bezoek aan Indonesië. “Beide landen besloten hun betrekkingen te intensiveren op een groot aantal terreinen: van handel tot wetenschap, van veiligheid tot politieke samenwerking”, valt te lezen in de krant. Ook op militair terrein is er samenwerking, Nederland levert binnenkort militaire korvetten aan Indonesië. Schepen die door het Indonesische leger in het verleden zijn ingezet tegen de burgerbevolking, onder andere de opstandige beweging op Atjeh. Over West-Papua, een ‘provincie’ van Indonesië, schrijft Human Rights Watch: “Since 2005, there has been a visible build-up of troops in the province with reports of widespread displacement of civilians, arson, and arbitrary detention in the central highlands region.” Zolang er geen enge communisten aan de macht dreigen te komen, trekken we ons er niets van aan.

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie