De media en de Franse protesten

Dinsdag 28 maart lijkt het voorlopige hoogtepunt te worden van het massale Franse verzet tegen de arbeidswet voor jongeren, het CPE. Het is opvallend hoe negatief, en soms zelfs verbitterd, er in een deel van de Nederlandse media over de Franse protesten wordt geschreven. In veel berichtgeving wordt het ‘conservatieve karakter’ van de protesten benadrukt, en krijgt met name de Franse jeugd allerlei negatieve eigenschappen in de schoenen geschoven. Wat zit hier achter?

Met name De Volkskrant doet haar best geen spaan heel te laten van de Franse protesten. Maandag publiceerde de krant een groot artikel van Fokke Obbema, waarin verschillende buitenlandse studenten aan het woord komen, die bijna stuk voor stuk bijzonder negatief zijn over het politieke verzet tegen de arbeidswet. Onder de kop “Franse studenten? Ambtenaren in spe” krijgen de zuurpruimen alle kans hun kritiek te spuien over wat er de afgelopen weken aan verzet te zien is in Frankrijk. De demonstraties zijn gewelddadig, de jongeren hebben een “egoïstische instelling” en zijn “vervuld van angst voor de toekomst”. Hoewel enkele van de geciteerde studenten het politiek bewustzijn van de Franse jongeren waarderen, heeft dit volgens hen toch een negatief karakter: de studenten zouden enkel uit zijn op “zekerheid die niet meer bestaat”, hebben een ‘mentaliteitsprobleem’, etcetera.

Op zaterdag pakte dezelfde krant ook flink uit over de protesten in Frankrijk. In een nieuwsartikel over het vastgelopen overleg tussen de bonden en de Franse regering krijgt de visie van de Franse politie alle ruimte: “De relschoppers bestaan volgens de politie behalve uit banlieu-jongeren (synoniem voor gewelddadige chaoten, het ergste van het ergste – dv) ook uit extreemlinkse en extreemrechtse lieden, ‘die met elkaar gemeen hebben dat ze de openbare orde willen verstoren’ ” Elders, op de Forumpagina, openen twee Volkskrant-commentatoren, Nausicaa Marbe en Oscar van den Boogaard, frontaal de aanval op de jongerenprotesten. Voor Marbe is het duidelijk: de studenten “ogen niet sympathiek”, “de haat druipt uit hun ogen”, sterker nog, “ze stralen agressie en machtsbelustheid uit”. Uiteraard getuigen de protesten van “conservatief gedrag”; de jongeren die voor hun belangen opkomen “willen betutteld worden”. En zo gaat het nog een tijdje door. Oscar van den Boogaard denkt er al niet veel beter over; ook hij vindt de protesten “conservatief van aard” en kenmerkt ze als weliswaar begrijpelijk, maar vooral toch als een “pathetische strijd om behoud van vermeende (! -dv) rechten”. “Ze verlangen naar een beschermde wereld”.

NRC Handelsblad laat zich ook niet onbetuigd. Vorige week liet de krant de student Brieuc Benezet aan het woord, die de protesten ook allemaal maar niets vindt. Bijna een pagina lang klaagt hij over de “door en door verwende Franse jeugd”, die “weigert de werkelijkheid onder ogen te zien”. De studenten zijn volgens hem behoudend, hij spreekt over “vroeggepensioneerde jongeren”, egoïstisch, ‘verwende kinderen’. Het behoudende karkter van de protesten werd die week ook in het programma NOVA benadrukt, waarin gegrapt werd over jongeren ‘die op hun 24e al een hypotheek willen’. Het conservatieve karakter van de protesten werd in de uitzending zelfs in een breder kader getrokken: “mensen zijn tegenwoordig van alles bang” werd gesteld, en een deskundige legde uit dat het leek op het ‘nee’ tegen de Europese grondwet: ook al een teken van bangigheid om de toekomst tegemoet te zien. Verschillende actualiteitenrubrieken voerden oud- ‘achtenzestigers’ op, zoals Daniel Cohn-Bendit, die meewarig filosofeerden over de ‘angst voor verandering en onzekerheid bij jongeren’, dit uiteraard in tegenstelling tot mei 1968, toen alles veel beter was.

Natuurlijk is niet alle berichtgeving in de Nederlandse media negatief over de protesten in Frankrijk, en niemand zal natuurlijk verwachten dat de media deze protesten enkel met gejuich ontvangen. Toch valt het op in hoeveel opiniërende artikelen het politieke verzet een conservatief etiket krijgt opgedrukt. Wat zou hier de achtergrond van zijn? Het lijkt er op alsof veel journalisten de logica van rechtse politici hebben overgenomen, waarbij de strijd voor eerlijke arbeidsvoorwaarden vooral als een soort achterhoedegevecht wordt gezien; een conservatieve reactie van mensen die nog niet doorhebben dat flexibilisering, sanering van sociale regelingen en soepelere ontslagwetgeving vanzelfsprekend zijn geworden in het ‘tijdperk van globalisering’.

Het is in feite dezelfde redenering waarbij het protest tegen de Europese Dienstenrichtlijn en de ‘nee’ stem tegen de Europese Grondwet als een reactionaire stuiptrekking werd beschouwd. De ‘globalisering’ wordt hierbij aangevoerd als een natuurlijk en onvermijdelijk fenomeen waardoor sociale strijd als vanzelf in een conservatieve hoek wordt gedrukt. Al die miljoenen mensen die strijden voor fatsoenlijke arbeidsrechten en die niets moesten hebben van de Europese Grondwet en de Dienstenrichtlijn, hebben in feite nog niet door dat ze een hopeloos achterhoedegevecht voeren; ze leven in het verleden en begrijpen de eisen en omstandigheden van de moderne tijd nog niet. Dit is de logica waarmee rechtse politici al vele jaren hun saneringsprogramma’s proberen door te drukken.

Wat daarnaast meespeelt is de tot vervelens toe gemaakte vergelijking met het historische eikpunt ‘mei 1968’, toen het verzet zoveel puurder, idealistischer en positiever was, volgens velen. Daar, zo lees je tegenwoordig vaak letterlijk of tussen de regels door, kunnen de huidige activisten natuurlijk niet tegenop boksen. De vergelijking met deze periode gaat echter grotendeels mank; de maatschappelijke omstandigheden en krachtsverhoudingen zijn tegenwoordig wezenlijk anders dan in die tijd. Het geeft daarom geen pas de huidige protesten tegenover die van mei ’68 te positioneren als negatief en behoudend.

De strijd voor rechtvaardige arbeidsomstandigheden en een solidair sociaal beleid is, weliswaar op een hele andere manier, net zo relevant als de protesten van mei ’68. De huidige protesten neerzetten als een door de globalisering achterhaalde conservatieve reflex is een politieke keuze, en geen vanzelfsprekende logica.

Eerder verschenen op de website van Eurodusnie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: