Archive for april, 2005

BOMSPOTTING XL

april 20, 2005

Op drie plaatsen in België werden op zaterdag 16 april ‘bomspotting’ acties georganiseerd door de organisaties Forum voor Vredesactie en Bomspotting vzw. Duizend mensen uit heel Europa deden er aan mee. Hier een korte rapportage van een Nederlandse inspecteur.

De bus vol Nederlanders stopt ergens bij een oud gemaal in de landerig omgeving van Kleine Brogel. Aangezien volgens een verordening meer dan drie mensen als een ‘samenscholing’ kan worden gezien, gaan de busreizigers in kleine groepjes richting de vliegbasis. Onderweg probeert een boer ons wijs te maken dat de kernwapens die wij willen inspecteren niet op de basis zelf liggen, maar op een geheim deel net ten noorden daarvan. We besluiten zijn suggestie te negeren, maar stuiten al snel op door de politie afgegrendelde landwegen richting de basis. En dus vervolgen we onze weg, door soppige weides en struikgewas, manoevrerend over slootjes en laag prikkeldraad. Met een verrekijkertje houden we de politiebewegingen rondom ons in de gaten

Aanbeland bij de weg die parallel aan de basis loopt, besluiten we het hek te bestormen in een poging eroverheen te klimmen. Eén van ons loopt vast bij een grote rol navo-prikkeldraad net achter het hek, maar samen met een andere inspecteur kan ik de speurtocht naar de kernwapens beginnen. We krijgen hierbij echter al snel gezelschap van bewakers, die bij navraag niet bereid zijn om ons de locatie van de aanwezige wapens (20 B61 thermonucleaire bommen) te tonen. In plaats daarvan houden zij ons aan. De militair die me begeleid is weinig spraakzaam, en reageert nogal knorrig op mijn verzoeken om meer informatie die me kan helpen bij de inspectie. Ik word in een militaire bus gezet, met uitzicht op de imposante 2,5 kilometer lange landingsbaan. Even later stapt mijn collega-spotter ook binnen. Het schiet nog niet erg op met de aanhoudingen op dit deel van de basis; de bus is voor de rest geheel leeg. De drie militairen die ons nu bewaken zijn gelukkig wel bereid tot enige discussie. Er is altijd al oorlog geweest, beweert een van hen. Er zijn ook altijd al wapens geweest, valt een collega hem bij. Heel lang geleden, zo betoogt hij, in de oertijd, hadden mensen knotsen om elkaar te bestrijden. Tegenwoordig zijn dat nucleaire wapens. Eigenlijk is er dus niets veranderd. Onze tegenwerping dat een knots toch wel heel iets anders is dan een nucleaire bom maakt weinig indruk. Deze bommen zouden namelijk nodig zijn om ons te beschermen tegen de vijand, die ons juist daardoor niet aanvalt. We vragen welk land ons dan bedreigt. Nou, Noord Korea bijvoorbeeld, zegt een van hen, en er schijnen ook kofferbommen kwijt te zijn in Rusland. Volgens ons zijn dit geen reeële bedreigingen voor België. Toch is het beter om deze wapens te hebben volgens onze bewakers, want je weet maar nooit. We moeten maar eens gaan inspecteren in Noord Korea zeggen ze, daar zullen ze je niet zo coulant behandelen.

Dit schiet dus allemaal niet op. De chauffeur besluit nu toch maar te gaan rijden, hoewel er nog steeds geen nieuwe inspecteurs zijn bijgekomen.

We worden afgezet bij een grote loods waar wat legertenten voor zijn gezet. In deze tenten bevinden zich al meer inspecteurs, voornamelijk Belgen. Eén voor een worden we er uit gehaald, om gefouilleerd te worden. Een balpen in mijn tas wordt zorgvuldig bestudeerd, net als de inhoud van een pakje sjek. Uiteindelijk wordt slechts een aansteker in beslag genomen en wordt er een copietje gemaakt van mijn identiteitsbewijs. Daarna word ik een loods binnengebracht. Een groot vierkant deel van de loods is afgezet met ijzeren stellingen met prikkeldraad; hier bevinden zich de tot nu toe aangehouden inspecteurs, een stuk of vijftig. Iedere nieuwe inspecteur die wordt binnengebracht wordt met een luid applaus onthaald. Na een paar uur is de groep aangegroeid tot zo’n 300 mensen, voornamelijk Belgen, maar ook Nederlanders, Fransen, Duitsers en Finnen. Mensen praten wat met elkaar, lezen een boekje, maken lawaai met lege petflessen of proberen door middel van papieren vliegtuigjes te communiceren met inspecteurs in een ander deel van de loods, die slechts ‘bestuurlijk’ zijn aangehouden (buiten de basis). Sommigen van ons klagen dat er geen koffie is, maar zonder resultaat.

Om zeven uur ’s avonds, na vier uur nutteloos rondhangen in de loods, mogen we dan vertrekken. Met bussen rijden we naar het ontmoetingscentrum in Kleine Brogel, een soort gezellig buurthuis waar soep en bier aanwezig is. Een woordvoerster van de organisatie Forum voor Vredesactie vertelt op het podium dat er in totaal duizend inspecteurs zijn aangehouden die dag: 250 bij het NAVO-hoofdkwartier in Brussel, 250 bij het militaire hoofdkwartier SHAPE bij Mons, en 500 op en bij de vliegbasis in Kleine Brogel. Misschien wordt het tijd om ook Volkel weer eens te inspecteren.

Davidoff

meer informatie: http://www.vredesactie.be, http://www.bomspotting.be

 

gepubliceerd in Ravage, 20 april 2005

Strijd om de Europese grondwet

april 8, 2005

Strijd om de Europese grondwet

In tien lidstaten van de Europese Unie zullen mensen zich de komende maanden in referenda kunnen uitspreken over de Europese Grondwet. Vrijwel alle politieke partijen en maatschappelijke organisaties binnen de EU zijn voorstander. Het verzet komt vanuit kleine partijen en organisaties die zich ter linker zijde van de ‘sociaal-democratie’ bevinden, en vanuit rechtse hoek.

De argumenten die door linkse organisaties worden ingebracht tegen de EU Grondwet-tekst zijn voor mensen die de discussie een beetje volgen inmiddels wel bekend. Linkse tegenstanders wijzen op het neoliberale karakter van de grondwet, waardoor het kapitalisme als het ware in de uitgangspunten van de Europese Unie wordt ‘gegraveerd’. Belangrijkste tweede tegenargument vormen de controversiële grondwetonderdelen over de Europese defensie. Met name het artikel I-40, waarin lidstaten zich verplichten ‘hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren’ (lees: defensiekracht uit te breiden), wekt bij links forse kritiek op.

Democratisch tekort

De Fransman Raoul Marc Jennar, werkzaam bij Oxfam (Novib-partner), wijst er terecht op dat er teveel beleidsonderdelen in de grondwet zijn opgenomen die eigenlijk thuishoren in gewone wetten en regelgeving, maar zeker niet in een constitutie.

Hij levert ook kritiek op het ‘democratisch tekort’ van de grondwet. Deze zou te weinig macht verlenen aan het Europees Parlement. Tevens zou de Europese Commissie niet ‘neutraal’ genoeg zijn, omdat deze teveel banden heeft met organisaties als de Trans Atlantic Business Dialogue (Europese zakenlobby).

Jennar levert stevige kritiek op het ‘neoliberale karakter’ van de grondwettekst: ‘We worden niet beschermd tegen de economische en financiële globalisering, maar eraan onderworpen’. Tevens stelt hij vast dat de economische en monetaire regelgeving met veel detail is vastgelegd in de grondwettekst, terwijl sociale rechten onvoldoende of onduidelijk worden geformuleerd.

Wat betreft de militaire paragrafen is het opvallend dat Jennar vooral kritiek levert op het feit dat de Europese militaire macht juist niet onafhankelijk genoeg is: teveel gebonden aan de VS en de NAVO, terwijl een militaire EU-macht volgens hem juist dient om ‘het internationaal recht te bewaken’.

Verder stelt hij vast dat de scheiding tussen kerk en staat niet hard genoeg wordt vastgelegd in de Europese Grondwet, en wijst hij op het feit dat het Europees burgerschap volgens de grondwet slechts geldt voor hen die een paspoort hebben van één van de lidstaten, niet voor andere hier verblijvende mensen.

Jennar levert harde en grotendeels terechte kritiek op de grondwet, maar is geen tegenstander van een grondwet an sich: hij hoopt dat na de verwerping van de grondwet er een betere tekst zal worden opgesteld ‘die een evenwicht zoekt tussen vrijheid en solidariteit’ en waarmee we worden beschermd ‘tegen de economische en financiële globalisering’.

SP argumenten

In Nederland timmert het Comité Grondwet Nee aan de weg, waarvan het bestuur is samengesteld uit academici en activisten. Het korte manifest van dit comité vermeldt een aantal van bovenstaande bezwaren, die verder zijn uitgewerkt in een fraaie brochure.

Het Comité Grondwet Nee maakt onderdeel uit van de ‘European No Campaign’ (ENC). Het ENC is voornamelijk een progressief gelegenheidsplatform, waar echter ook politici bij zijn aangesloten van het rechtse ‘Mouvement pour La France’ (verzet zich net als extreem-rechts in Nederland tegen de wens van Turkije om toegelaten te worden tot de EU en is voorstander van een hard immigratiebeleid), en een aantal Tories uit het Verenigd Koninkrijk.

De Europese Unie zelf staat voor de ENC niet ter discussie: ‘The supporters of the network are committed to EU membership’. ‘Ondersteuners van het netwerk kunnen verschillende redenen hebben waarom dit project (de grondwet) moet worden gestopt’, meldt het platform ENC op hun website.

Bij de SP, stevig vertegenwoordigd in het ENC, is men dezelfde mening toegedaan. Men meent dat de grondwet door een zo breed mogelijke coalitie moet worden tegengehouden. Het is opvallend dat een aantal argumenten tegen de grondwet die specifiek door de SP naar voren worden gebracht, niet zijn opgenomen in de teksten van het Comité Grondwet Nee.

Naast de tevens door het Comité uitgewerkte argumenten (‘grondwet giet de neoliberale ideologie in beton’ en ‘grondwet verplicht tot hogere militaire uitgaven’) hecht de SP ook waarde aan het argument van het machtsverlies van Nederland in het grote Europa. Dit argument wordt zelfs als eerste genoemd: ‘Stap voor stap wordt Nederland een machteloze provincie van een oppermachtige Europese Unie’.

Met name het machtsverlies aan de grote landen wordt door de SP betreurd: ‘Het is niet wenselijk dat Nederland zoveel zeggenschap over haar eigen beleid afdraagt aan de Europese grootmachten’. Daarnaast verzet de SP zich tegen de ‘sociale en culturele uitverkoop’ waar de grondwet toe zou aanzetten, de opgelegde privatisering, en het overgeleverd zijn aan ‘meer Brusselse bureaucratie’.

Rechts

De argumenten van rechts en extreem-rechts komen voor een deel overeen met de bovenstaande van de SP. Geert Wilders, die in Nederland vanuit rechts het felst tegen de grondwet lijkt te ageren, schrijft op zijn website: ‘Zowel juridisch als politiek wordt Nederland een provincie van een Europese superstaat’.

Ook het zich afzetten tegen de Brusselse democratie komt bij Wilders terug: ‘Nederlandse burgers worden uitgeleverd aan de grillen van de Brusselse instituties van bureaucraten en technocraten’. En net als de SP vreest Wilders dat Nederland overwoekerd zal worden door de grote lidstaten na acceptatie van de grondwet: ‘Grote Europese landen zullen makkelijk heen kunnen walsen over kleinere lidstaten als Nederland. Nederland is de grote verliezer’.

Daar houden de overeenkomsten met de SP op. Wilders beklaagt zich voor de rest over de grote hoeveelheid geld die Nederland jaarlijks aan Brussel kwijtraakt, zonder er iets voor terug te krijgen, maar zijn grote speerpunt is het dreigende lidmaatschap van Turkije aan de Europese Unie: ‘Een stem tegen de Europese Grondwet is een stem tegen grote Turkse invloed in Europa en Nederland’.

De restanten van de Lijst Pim Fortuyn voeren het komende lidmaatschap van Turkije eveneens op als belangrijkste argument om de achterban op te roepen tegen de grondwet te stemmen. Enkele extreem-rechtse splinters in Nederland en België hebben zich daarnaast verenigd in het Comité Turkije nee.

De kwestie van de toetreding van Turkije heeft feitelijk niets met de grondwet te maken, maar wordt door extreem-rechts in heel Europa (van Wilders tot aan het Front National en de Duitse NPD) gretig aangegrepen om binnen het kader van de discussie over de grondwet te ageren tegen migranten en de islam.

Tegencampagne

Het Comité Grondwet Nee komt met goede inhoudelijke argumenten om de grondwet af te wijzen. Het vastleggen van de kapitalistische vrije markt-ideologie als een grondwettelijk verankerd systeem – überhaupt de absurde gedetailleerdheid waarmee economische regelgeving wordt gecodificeerd, is niet alleen onzinnig maar ook onacceptabel.

Daarnaast vormen de bedenkelijke paragrafen over het militaire beleid en strategie een goede reden om op 1 juni ‘nee’ te zeggen. Het gaat sowieso om een veel te complex en gedetailleerd document, waarin allerlei zaken staan die helemaal niet in een grondwet thuishoren. Dit als gevolg van het feit dat men ervoor gekozen heeft de bestaande EU-verdragen samen te vatten in de grondwet.

Toch kent de Europese ‘tegen’-campagne van linkse groepen ook haar beperkingen. In de eerste plaats is het problematisch dat men zich in haar argumenten puur op de inhoud van de grondwet-tekst zelf richt. Op zich ligt dit natuurlijk voor de hand, het gaat bij dit referendum formeel gezien immers puur om de inhoud van de grondwet. Het Comité Grondwet Nee ziet het zelfs als een ‘gevaar’ indien het referendum ‘een stellingname vóór of tegen Europa wordt’.

Echter, door enkel interne kritiek uit te oefenen op de grondwet, en het Europese project zelf niet ter discussie te stellen, wordt in feite het bestaan van de Europese Unie geaccepteerd en gelegitimeerd. De initiatiefnemers van het Comité nemen afstand van het ‘marktfundamentalisme’ in de grondwet, maar dit marktfundamentalisme is wel altijd het uitgangspunt geweest van het gangbare Europese project, niet enkel een rariteit in de grondwet die nog kan worden recht getrokken.

Big business

De Europese Unie heeft tot nu toe voornamelijk gediend als belangenorganisatie ter facilitering van het bedrijfsleven. Zoals nationale staten de belangen behartigen van het eigen bedrijfsleven, is de Europese Unie in de eerste plaats een multinationale service-gerichte instelling voor big business in Europa, die gunstige handels, vestigings- en investeringsvoorwaarden creëert en instandhoudt: een voordelig belastingbeleid, deregulering, het afbreken van werknemersrechten, marktegalisatie, het sluizen van belastinggeld naar onderzoek en ontwikkeling, het aanleggen van infrastructuur etcetera.

Dit blijkt ook uit de recent openbaar gemaakte hoofdpunten van middellange termijnstrategie van Barroso’s Europese Commissie: ‘making Europe a more attractive place to invest and work’, ‘knowledge and innovation for growth’, ‘creating more and better jobs’. Economische groei is hoofdprioriteit, om volgens de Lissabon-doctrine van de EU in 2010 het meest concurrerende economisch blok ter wereld te maken. Er wordt geen geheim gemaakt van het gegeven dat milieuoverwegingen of sociaal beleid hier volkomen ondergeschikt aan zijn.

Dat deze ideologie ook naar voren komt in de grondwet is in feite niet verrassend – het komt overeen met het wezen van het Europese project. Een campagne tegen de grondwet zal dan ook altijd duidelijk moeten maken dat niet enkel de tekst van een grondwet op onderdelen wordt afgewezen, maar tevens de kapitalistische ideologie die aan de Europese Unie zelf, en aan de lidstaten waardoor deze gevormd wordt, ten grondslag ligt. Deze verandert niet bij het al dan niet verwerpen of enigszins aanpassen van de grondwet. “Een andere grondwet is mogelijk” is misschien een leuke, maar zeker geen realistische mogelijkheid.

Basisdemocratie

Hetzelfde probleem doet zich voor bij de kritiek van onder ander het Comité Grondwet Nee op het ‘bedroevend democratische karakter’ van de Europese Unie. Deze kritiek is op zich terecht, maar door enkel te pleiten voor het democratisch upgraden van het bestaande EU systeem, zoals meer bevoegdheden voor het Europees Parlement (die er overigens wel zijn in de grondwet) en gekozen commissarissen, sluit men zich op binnen een discussiekader waarin het EU-bestel een geaccepteerde zaak is.

Het Comité stelt dat de eenwording van Europa democratisch pas kan slagen bij ‘actieve betrokkenheid van de Europese bevolking’. Dit terwijl het op zijn minst onwaarschijnlijk is dat een bestuurssysteem waar 500 miljoen mensen onder vallen ooit democratisch zal zijn. Een dergelijk grootschalig systeem, hoeveel democratische ‘verbeteringen’ er ook in worden aangebracht, zal altijd sterk centralistisch zijn en burgers nauwelijks het idee kunnen geven werkelijk democratische invloed te kunnen uitoefenen.

Basisdemocratie, of tenminste een sterke vorm van decentralisering van macht, wordt al lang bepleit door delen van buitenparlementair links, onder andere binnen de globaliseringsbeweging. Dit proces lijkt binnen een kolossaal blok als de Europese Unie onmogelijk te realiseren: de ontwikkeling van de democratie binnen de EU is er een van steeds verdergaande schaalvergroting en centralisering.

Kritiek op het a-democratische karakter van de EU moet daarom veel verder getrokken worden dan het vaststellen van een ‘democratisch tekort’ en de aanwezigheid van zakenlobbys. Er valt binnen de structuur en de grootschaligheid van de EU geen acceptabel democratisch systeem te maken.

Afwijzing

In de tweede plaats is het riskant om teveel waarde te hechten aan de impact van een bepaalde uitslag in het referendum over de grondwet. De afwijzing van de grondwet betekent niet automatisch ‘een prachtige kans om stappen vooruit te zetten op weg naar een democratisch Europa’, zoals het Comité Grondwet Nee stelt.

Deze redenering miskent niet alleen het feit dat de nodige weerstand tegen de grondwet op nationalistische of anti-Turkse motieven is gebaseerd (om de laatste reden durfde men het in België niet aan een referendum te organiseren), maar overschat ook de uitwerking van een afwijzing van de grondwet.

Afwijzing in Nederland betekent niet zo erg veel: Nederland stelt als lidstaat te weinig voor om in z’n eentje het hele project te kunnen saboteren. Afwijzing in Frankrijk zou meer effect sorteren: de grondwet is dan voor de hele Europese Unie van de baan. Vervolgens blijven we echter zitten met een reeks oude verdragen met precies dezelfde ideologie.

Het verwerpen van de grondwet houdt de discussie over het Europees project en democratie echter open, en is daarom zeker te verkiezen. Een Frans ‘nee’ tegen de grondwet, op 29 mei aanstaande, lijkt de enige manier waarop de grondwet nog gestopt kan worden. Onwaarschijnlijk is dit niet: tot afgrijzen van ‘Brussel’ is, afgaande op peilingen, zich in Frankrijk een meerderheid tegen de grondwet aan het vormen.

Geen kans

De Spanjaarden gaven in een referendum hun ‘ja’ woord aan de Europese grondwet. Hoewel de meeste mensen thuisbleven, waren de Spaanse regering en de Europese Commissie dik tevreden met deze uitslag. Aangezien in Spanje de meerderheid van de politieke partijen, maatschappelijke organisaties en massamedia zich achter de grondwet hadden geschaard, had de door enkele relatief kleine linkse netwerken georganiseerde ‘tegen’ campagne bij voorbaat al geen schijn van kans.

In Nederland wordt het referendum op 1 juni gehouden. Ook hier zal een meerderheid van de stemmers waarschijnlijk de grondwet goedkeuren. Uit opiniepeilingen blijkt zeer weinig enthousiasme over het hele onderwerp, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de twee belangrijkste ‘tegen’ kampen in Nederland, de SP en Wilders, een grote volksmassa tegen de grondwet op de been zullen weten te brengen.

Een ruime meerderheid van de Nederlanders blijkt overigens geen flauw idee te hebben wat er in de grondwet staat. Het komende propaganda-offensief van de overheid om mensen ‘ja’ te laten stemmen zal binnenkort in alle hevigheid losbarsten. Het Comité Grondwet Nee zal alle zeilen bij moeten zetten om hier bovenuit te komen.

Maar grondwet of geen grondwet, het ter discussie stellen van de ideologie achter het Europese project en haar inherent anti-democratisch karakter zal ook na 1 juni noodzakelijk blijven.

(verschenen in Ravage, 8 april 2005)