Archive for juni, 2004

Column: uitbreiding Europese Unie

juni 15, 2004

Door David Vervoort, lid van de andersglobaliseringsbeweging ‘Eurodusnie’.

Het tijdschrift The Economist merkte ooit over de uitbreiding op dat elke staat die zou proberen haar grondgebied dusdanig te vergroten, meteen van imperialisme zou worden beschuldigd. De uitbreiding van de EU maakt echter weinig discussie los. Het politieke establishment in Europa lijkt er stilzwijgend van uit te gaan dat het Europese publiek de uitbreiding goedkeurt.

Weinig optimisme
Uit opiniepeilingen blijkt echter dat de Europese bevolking bijzonder slecht op de hoogte is van alles wat met ‘Europa’ te maken heeft, inclusief de uitbreiding. Onder Europese politici overheerst een grenzeloos optimisme over het succes van de uitbreiding. Het westerse bedrijfsleven en de Europese Commissie beschouwt de operatie als een “win-win” aangelegenheid. De enorme economische achterstand van de meeste nieuwe lidstaten, gecombineerd met een egoïstische, krenterige houding van de rijke lidstaten, geeft echter weinig reden tot optimisme.

Oost-Europa is arm. Het harde hervormings- en saneringsbeleid, voorwaarde voor toetreding tot de EU, heeft er tot nu toe niet voor meer welvaart gezorgd. Met uitzondering van Slovenië en Polen is het gemiddeld inkomen in de Oost-Europese landen lager dan in 1989 – wat al een enorm dieptepunt was. De economische activiteit in de landen is gekelderd; veel mensen hebben geen of nauwelijks pensioen en moeten dus zolang mogelijk doorwerken. In de meeste landen is de gezondheidszorg ontoegankelijker geworden en zijn de prijzen van medicijnen fors gestegen.

Armoe troef
Het ziet er niet naar uit dat de welvaart in de nieuwe Oost-Europese lidstaten op korte of middellange termijn beduidend zal toenemen. Enkele ronduit discriminerende maatregelen van de oude lidstaten dragen hiertoe bij.

Vooralsnog zullen de nieuwkomers slechts twintig procent van de landbouwsubsidies krijgen die hun West- en Zuid-Europese collega’s ontvangen. De steun uit de Europese fondsen voor arme regio’s voor de nieuwe lidstaten blijft beperkt tot vier procent van het bruto nationaal product. Oost-Europa zal dus niet in gelijke mate kunnen meeprofiteren van de Europese subsidies.

Ook de mogelijkheden voor Oost-Europeanen om te komen werken in de oude lidstaten zullen beperkt zijn; vrijwel alle Europese lidstaten hebben de komst van de Oost-Europese werknemers aan een quotum gebonden.

De rijke lidstaten blijken tot slot nauwelijks bereid geld te steken in de uitbreiding. Slechts 40 miljard euro heeft men hiervoor over; een lachwekkende geste en slechts een schijntje van wat destijds is uitgegeven aan de Marshall-hulp of meer recent aan de ‘Wiedervereinigung’ van Duitsland.

De enige overwinnaar van de uitbreiding lijkt vooralsnog het West-Europese bedrijfsleven, dat niet toevallig al vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw een krachtige lobby voor de uitbreiding heeft gevoerd. Voor dit bedrijfsleven worden de optimale omstandigheden gecreëerd om te investeren in Oost-Europa.

Duitsland profiteert
Dit is een proces dat al jaren aan de gang is en waar in het bijzonder door het Duitse bedrijfsleven volop van geprofiteerd wordt. Het tijdschrift Konkret  omschreef de functie van de Oost-Europese economieën treffend als “de verlengde werkbank van het westerse bedrijfsleven”.

De uitbreiding van de Europese Unie past volledig in de logica van de Europese Unie: het behartigen van de belangen van het bedrijfsleven en de uitbouw van Europa tot wat de Duitse politicoloog Hirsch noemde een “Wettbewerbstaat”.

Met de belangen van de Europese burgers heeft dit weinig te maken: die hebben geen inspraak gehad in de belangrijkste verdragen van de EU en krijgen in toenemende mate te maken met bezuinigingen in het kader van het stabiliteitspact.

Afwijzing
Eurodusnie blijft de Europese Unie afwijzen als een eenzijdig op neoliberale waarden gestoeld project. Onder andere om het verzet hiertegen op Europese schaal vorm te geven, organiseert Eurodusnie in de zomer van dit jaar een andersglobalistische “Peoples’ Global Action” conferentie in Servië, een land dat over enkele jaren EU-lidstaat denkt te worden. Een reisverslag hierover volgt.

gepubliceerd op de website NOS-NOVA lijn 25.nl,juni 2004

Advertenties

Stemmen, op wie, niet of blanco?

juni 1, 2004

In het artikel ‘Links en de Europese superstaat’ in Grenzeloos 76 ging Leo de Kleijn kort in op de Eurodusnie campagne ‘Stem blanco’. In deze reactie allereerst een kleine correctie: de campagne is alleen een campagne van Eurodusnie en wordt tot nu toe niet gesteund door andere organisaties in het Basta-netwerk.

Leo de Kleijn pleit ervoor bij de verkiezingen voor het Europees Parlement een strategische keuze te maken voor de SP. Nu bevat het Europees programma van de SP veel positieve punten: men neemt stelling tegen het Europees arrestatiebevel en de commercialisering van het onderwijs, en bepleit stimulering van duurzame en biologische landbouw en een verbod op genetisch gemanipuleerde producten in Europa, om maar wat te noemen. Het migratie-standpunt van de SP is al wat minder aantrekkelijk: men wil enkel nog ‘ruimhartig en rechtvaardig’ politieke vluchtelingen toelaten, voor de overigen bepleit men opvang in eigen regio, wat rechtse partijen ook graag willen.

De SP blijkt wel meer de keuze te maken voor een verondersteld ‘nationaal belang’; iets wat socialisten en anarchisten met een internationalistische instelling zouden moeten afwijzen. Zo geeft De Kleijn al aan dat de SP meestemde met LPF en VVD toen het ging om afremmen van arbeidsmigratie uit de nieuwe Europese lidstaten naar de rijke lidstaten. Dit is in feite pure discriminatie, ook al wordt deze keuze gemotiveerd door de zorg om de rechten van arbeiders.

Hoewel men zich bij de SP ‘echte internationalisten’ noemt, komt toch regelmatig een merkwaardig soort nationalisme om de hoek kijken. Zo stelt men paniekerig vast dat de Europese Unie het ‘moeizaam verworven recht van het Nederlandse volk op nationale zelfbeschikking’ ondermijnt. Voortdurend wordt gerefereerd aan de soevereine

natiestaat, die men ten koste van alles wil behouden. Waarom ‘echte internationalisten’ zich hier zorgen over zouden moeten maken, is een raadsel. Het vastklampen aan nationale zelfbeschikking en de nationale staat is voor ‘echte internationalisten’ geen optie en bovendien volkomen achterhaald. Een dergelijke keuze levert de SP misschien veel stemmen op. Een werkelijk internationalistische linkse beweging zou zich echter zowel moeten verzetten tegen het kapitalistische Fort Europa, eurocentrisme en een nationalistische reflex, en er een alternatief voor moeten bieden. De stelling van de SP dat de EU een ‘vals internationalisme’ vertegenwoordigt klopt, maar de SP lijkt niet erg consequent in haar eigen internationalisme.

De vraag is niet alleen of je op een partij met dergelijke standpunten nog ‘strategisch’ moet stemmen. Het is ook de vraag of strategisch stemmen, op welke partij in het Europees Parlement dan ook, überhaupt een verstandige keuze is. De Europese Unie is vanaf haar ontstaan (beginnend met de EGKS in 1951) een constructie geweest die puur was gericht op de belangen van het bedrijfsleven. Dit is te zien aan de belangrijkste aandachtspunten en verdragen van de Unie, die enkel ten goede komen aan de ‘BV Europa’. Dit geldt onder meer voor de totstandkoming van de interne markt, de financiering van enorme infrastructuurprojecten, de Economische en Monetaire Unie (EMU), maar ook de uitbreiding: allemaal projecten die letterlijk en rechtstreeks afkomstig zijn uit aanbevelingsrapporten van lobbygroepen van het bedrijfsleven.(Zie: Belen Balanya e.a: Europe Inc., Regional & Global Restructuring and the Rise of Corporate Power, Pluto Press 2003.)

Het meeprofiteren door Europese burgers van al dit goede werk van de EU blijkt in de praktijk nogal tegen te vallen: op allerlei terreinen zijn er verslechterende omstandigheden. Verzorgingsstelsels worden afgebroken, gezondheidszorg en onderwijs wordt in alle Europese landen duurder en slechter, burgerrechten worden beperkt, werknemersrechten worden afgebroken, het openbaar vervoer wordt duurder en slechter, en in het kader van de criteria van het Stabiliteitspact moeten alle lidstaten gedwongen bezuinigen. Het ‘trickle down’ effect geldt in de praktijk enkel voor de rijken.

Het is dit systeem dat de Europese Unie vertegenwoordigt en dagelijks over ons heen stort. Het Europees Parlement fungeert hierbij als rookgordijn dat het kapitalistisch Fort Europa moet legitimeren. Wie stemt voor het Europees Parlement, op welke partij dan ook (geen enkele partij wijst de EU namelijk principieel af) legitimeert de Europese Unie. Daarnaast stem je als kiezer op een van de partijen in het Europees Parlement in met de krankzinnige schaalvergroting die de EU impliceert. Er schijnen werkelijk mensen te zijn die denken dat een bestuurssysteem, waarbij 500 miljoen mensen worden geregeerd door een Europese regering en een parlement, ook al wordt dit in een federatief systeem gegoten, goed kan functioneren. Radicaal links zou hier niet in mee moeten gaan, en, zonder in de val van de nationale reflex te trappen, moeten pleiten voor een basisdemocratisch systeem waarbij beslissingen zo dicht mogelijk bij de mensen waar ze betrekking op hebben genomen worden.

De keuze die Eurodusnie maakt tegen het kapitalistische Fort Europa en voor economische democratie en basisdemocratie, impliceert automatisch een verwerping van de Europese Unie. Wat de Europese verkiezingen betreft is onze slogan daarom: stemmen is toestemmen.

David Vervoort is lid van Dusnieworld (de mondiale werkgroep van Eurodusnie)

Verschenen in Grenzeloos, juni 2004.