Archive for mei, 2004

Een militaire reus ontwaakt

mei 21, 2004

Ontwaakt er een militaire reus?

Europa wordt langzaam maar zeker een zelfstandige militaire macht. De plannen zijn zonder meer ambitieus te noemen. Europa wil in de toekomst overal ter wereld kunnen ingrijpen en voor stabiliteit en vrede zorgen. Als dat maar goed gaat.

De manier waarop Europa zich ontwikkelt tot een militaire macht is typerend voor meer ontwikkelingen in de EU: het gaat moeizaam, er worden voortdurend plannen gemaakt waarvan de helft niet doorgaat, en er is een constante strijd tussen het ‘Europese ideaal’ en nationale belangen.

Plannen voor een Europees leger zijn al zo oud als de Europese samenwerking zelf, maar pas na het einde van de Koude Oorlog werden de plannen concreter. Sinds de jaren tachtig ontwikkelt Europa zich snel tot een zelfstandige politieke macht. Wie een belangrijke politieke macht wil zijn, moet deze ook militair kunnen ondersteunen.

Het onvermogen van Europa deze rol te vervullen tijdens de Balkanoorlogen leidde tot het plan van een onafhankelijke ‘snelle interventiemacht’ van 60.000 mensen. Recentelijk wordt gesproken over meerdere interventiemachten of ‘battle groups’.

NAVO

Een complicerende factor wordt gevormd door de NAVO, het 26 leden tellende Atlantische bondgenootschap waarvan negentien leden ook lidstaat zijn van de EU. Ook de NAVO ontwikkelt een rapid reaction force, en put hierbij wat betreft materieel en menskracht uit dezelfde bron als de Europese interventiemacht: de nationale legers.

Veel lidstaten geven de voorkeur aan militaire organisatie via de NAVO; niet alleen uit praktische overwegingen maar ook uit trouw aan het machtigste NAVO lid, de Verenigde Staten. De VS zien graag dat Europa meer geld uitgeeft aan defensie, maar hebben liever niet dat de EU militair te onafhankelijk wordt. Via de NAVO blijft Europa gebonden aan de VS.

Tijdens de Irak-oorlog van 2003 kwam de relatie tussen de VS en de Europese Unie onder druk te staan. Frankrijk en Duitsland wilden het ingrijpen van de VS en Groot-Brittannië niet direct ondersteunen. Ze begonnen nota bene tijdens de oorlog weer plannen te ontwikkelen voor een zelfstandig Europees leger. Er zou zelfs een apart militair hoofdkwartier van de EU moeten komen in het Belgische Tervuren.

De Verenigde Staten reageerden furieus, maar de interne ruzie binnen het ‘Westers blok’ was van korte duur. Al snel vond Groot-Brittannië weer aansluiting bij de as Frankrijk-Duitsland, en onder druk van de Britten verdween het plan voor een apart Europees hoofdkwartier weer in de la. De drie machtigste landen in Europa kwamen eind 2003 overeen dat een Europese interventiemacht gebruik kan maken van het hoofdkwartier van de NAVO in het Belgische Mons.

Europa begint als militaire macht inmiddels haar eerste schreden te zetten. Op het ogenblik heeft de EU een kleine militaire aanwezigheid in Macedonië (operatie Proxima). Er is een ‘vredesoperatie’ geweest in Congo onder leiding van de Fransen (‘Artemis’) en mogelijk gaat de EU het SFOR commando van de NAVO aflossen in Bosnië, maar daar wordt nog over geruzied.

Toekomst

Wat opvalt als Europese politici praten over de militaire ontwikkeling van de Europese Unie, is dat dit altijd gebeurt in termen van stabiliseren, conflictbestrijding, vredesoperaties, pacificeren, humanitaire interventie, en dergelijke.

Het is dezelfde wollige taal die je tegenwoordig van alle wereldleiders hoort. Maar legers zijn geen filantropische instellingen. De Europese Unie ontwikkelt zich tot het omvangrijkste politiek-economische blok ter wereld. De enorme belangen die hieraan verbonden zijn moeten desnoods militair verdedigd kunnen worden.

Een document dat ons hier belangrijke dingen over leert is de nota Een veiliger Europa in een betere wereld, geschreven door Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Dit document, dat de militaire taken van de EU voor de middellange termijn schetst, werd door alle Europese lidstaten goedgekeurd tijdens de Eurotop in Thessaloniki in de zomer van 2003.

Vroeger gingen Europese defensieconcepten uit van het verdedigen van het eigen grondgebied en de mogelijkheid stabiliteit te creëren direct buiten de grenzen van Europa. Dit laatste is volgens Solana ook nu een doelstelling; instabiliteit aan de buitengrenzen kan de EU immers zelf ook bedreigen. Bovendien kan het vluchtelingenstromen richting de EU veroorzaken. Dit probeert men met alle macht te voorkomen.

Niet enkel de directe omgeving en het eigen grondgebied vereisen volgens Solana de militaire aandacht van Europa. Europa, aldus Solana, moet in staat zijn overal ter wereld op te kunnen treden, zelfs op meerdere plaatsen tegelijk. In de nieuwe wereldorde kunnen conflicthaarden namelijk overal ontstaan. Dit is het eerste opvallende punt uit de nota van Solana.

Solana’s nota heeft een dramatisch, hier en daar zelfs apocalyptisch karakter: ‘de toekomst boezemt meer vrees in dan ooit tevoren’. De dreigingen in de huidige wereld zijn volgens hem veel ernstiger dan ze ooit zijn geweest. De veiligheidssituatie tijdens de Koude Oorlog was natuurlijk niet optimaal, maar wel overzichtelijk. Tegenwoordig zijn de bedreigingen, zo verneemt de verontruste lezer, ongrijpbaar, overal aanwezig en dynamisch, en ze zullen erger worden als er niets aan gedaan wordt.

Nieuwe gevaren

In tegenstelling tot de situatie in de Koude Oorlog is er nu sprake van ‘asymmetrische bedreigingen’. Solana onderscheidt drie soorten: uiteraard terrorisme, dat overal kan opduiken; verspreiding van massavernietigingswapens (mogelijk richting terroristen) en criminelen (of wederom terroristen) die de macht overnemen in ‘mislukte staten’.

Deze dreigingen moeten, net als een infectie, eigenlijk al vóór hun ontstaan de kop ingedrukt worden: daarom pleit Solana voor de mogelijkheid om preventief op te treden. Dit concept van een preventieve oorlog, dat ook te vinden is in de strategie van het Pentagon, is het tweede opvallende punt dat Solana introduceert.

Bijzonder is verder het bijna aandoenlijke idealisme waarmee Solana de rol omschrijft die Europa in de wereld kan vervullen. Wie moet geen traantje wegpinken bij het lezen van een zin als “tezamen optredend kunnen de Europese Unie en de Verenigde Staten een ontzagwekkende kracht ten goede in de wereld worden”?

We herkennen hier het naïeve idealisme van de regering Bush. Die lijkt er ook vanuit te gaan dat met militair optreden vrede en democratie overal ter wereld in een handomdraai zijn te verwezenlijken. Wel moet deze rol, en dit is het derde belangwekkende punt uit Solana’s paper, gepaard gaan met stijgende defensie-uitgaven door de EU als geheel.

Wapenindustrie

Niet alleen moeten de Europese lidstaten meer geld uitgeven aan defensie, er moet ook serieus werk gemaakt worden van een zelfstandige Europese wapenindustrie. Hiertoe, en dit staat in de concept-grondwet voor Europa, moet er een Europees wapenagentschap komen.

Dit agentschap heeft als belangrijkste taak de uitrusting van nationale legers op elkaar af te stemmen en de ontwikkeling en productie van wapens binnen Europa. Doel is een concurrerende Europese markt te creëren voor wapenproductie, zodat men voor wapens niet meer afhankelijk is van de VS.

Al sinds halverwege de jaren negentig wordt de ontwikkeling van een zelfstandige Europese defensie-industrie actief door de EU ondersteund. Dit heeft inmiddels geleid tot een flinke machtsconcentratie in de Europese wapenindustrie: drie van de tien grootste wapenmultinationals zijn nu Europees, te weten BAE Systems, de Thales Groep en het in Amsterdam gevestigde EADS.

Europa zal nog lang een militaire dwerg blijven in vergelijking met de VS, maar de ontwikkeling van de EU tot een zelfstandige militaire macht voltrekt zich gestaag en de laatste jaren in versneld tempo. Het is de vraag of we hier blij mee moeten zijn. Veel Europese politici geloven misschien werkelijk dat een Europees leger de hele wereld veiliger en stabieler zal maken, maar wellicht leidt de vorming van een nieuwe militaire supermacht juist tot nieuwe instabiliteit. Bij de door Solana gevreesde ‘asymmetrische dreigingen’ moet bovendien op z’n minst niet worden uitgesloten dat deze deels voortkomen uit westers beleid.

Daarnaast is de vorming van een Europese defensiemacht een nieuwe stimulans voor de toch al schrikbarend grote wapenindustrie en de daaraan gekoppelde wapenuitgaven wereldwijd. Een leger heeft altijd de neiging te groeien, en de ontwikkeling ervan onttrekt zich doorgaans aan elementaire democratische processen. Bij de vorming van een Europees leger is dit niet anders.

David Vervoort

De nota Een veiliger Europa in een betere wereld van Javier Solana is te vinden op internet: http://ue.eu.int/pressdata/NL/reports/76269.pdf

Verschenen in Ravage, 21 mei 2004

Europa? Basta!

mei 21, 2004

De tweede helft van dit jaar is Nederland voorzitter van de Europese Unie. Hoewel de EU nauwelijks in de belangstelling staat, wordt haar invloed op ons dagelijks leven steeds groter. Diverse actiegroepen bereiden acties voor rond de informele toppen die zullen plaatsvinden.

Het Europese samenwerkingsproject begon in 1951 met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Naast een idealistisch motief – door samenwerking voorkomen dat er een nieuwe wereldoorlog ontstaat – werd het project vooral gedreven door economische motieven: het behartigen van de belangen van het Europese bedrijfsleven. Op die manier moest de rol van Europa als economische macht op het wereldpodium worden versterkt.

Tot in de jaren zeventig had het Europese project een vrij bescheiden karakter. Door een economische crisis en een verharding van de internationale concurrentie kwam het integratieproces in de jaren tachtig in een stroomversnelling. Op instigatie van het bedrijfsleven werd de interne markt gecreëerd. Het proces richting een eenheidsmunt werd in gang gezet. De eerste plannen voor een uitbreiding van de Unie kwamen op tafel en er werden omvangrijke infrastructuurprojecten ontwikkeld. Dit alles om de positie van Europa als regionale ‘concurrentiestaat’ te versterken.

De Europese burger had bij al deze ontwikkelingen weinig belang en werd bij de totstandkoming ervan niet betrokken. Om het geheel toch een democratisch tintje geven werd het Europees Parlement gevormd. Met de verkiezingen voor het Europarlement in zicht doen Europese politici weer verwoede pogingen mensen aan te zetten het Europese project te legitimeren door op een van de partijen in dit parlement te stemmen.

Protesten

Vanaf eind jaren tachtig kan de Europese Unie – toen nog Europese Gemeenschap genaamd – rekenen op protesten vanuit de linkse actiebeweging in Nederland.(*) Veel lezers zullen zich wellicht nog de protesten herinneren tijdens de Amsterdamse Eurotop in 1997. Tienduizenden mensen uit heel Europa waren naar de hoofdstad getrokken om deel te nemen aan acties en demonstraties. De grootste demonstratie trok zo’n 50.000 deelnemers.

Deze demonstratie en een reeks ‘alternatieve’ conferenties waren gedegen voorbereid door het Platform naar een ander Europa. Hierin was een groot aantal progressieve organisaties verenigd, variërend van gematigde of parlementaire organisaties als Groenlinks en Nederland Bekent Kleur, tot wat ‘radicalere’ clubs als Aseed en Rebel.

Ook autonome groepen, die wel samenwerkten met het platform, maar er geen deel van uitmaakten, zoals het Autonoom Centrum en de Solidariteitsgroep Politieke Gevangenen lieten van zich horen. Er werd geprotesteerd tegen onder meer het neoliberale karakter van de Europese Unie, het ‘democratische tekort’, de grenzen van Fort Europa en de komst van de euro. Men pleitte voor een sociaal, democratisch, groen, vreedzaam en feministisch Europa.

De internationale mobilisatie die voor deze Eurotop had plaatsgevonden was tamelijk succesvol. En hoewel de Eurotop niet feitelijk verstoord werd, waren er toch enkele memorabele gebeurtenissen. Zoals de introductie van de ‘jubeldemo’, een goed georganiseerde en bezochte informatieve ‘tegentop’, de dagelijkse actiekrant Daily Amsterdamned en de samenwerking tussen vrije radiozenders in een eurotop-actiezender. Op een andere manier memorabel was de preventieve massa-arrestatie van zo’n 500 activisten voorafgaand aan de feitelijke top.

Geen interesse

Vanaf 1 juli is Nederland opnieuw voorzitter van de Europese Unie. Hoewel verschillende actiegroepen al ver zijn in het uitbroeden van protesten rond bepaalde ‘informele’ toppen, zal het protest minder omvangrijk zijn dan in 1997.

Dit heeft twee redenen. In de eerste plaats heeft de Europese Unie vorig jaar besloten dat de grote afsluitende top met regeringshoofden van elk voorzitterschap voortaan in Brussel zal plaatsvinden, en niet meer in het voorzittende land. Hierdoor ontbreekt het dit jaar aan een belangrijke ‘trekker’ voor anti-EU activiteiten. Activisten uit het buitenland zullen hierdoor grotendeels wegblijven, terwijl die in 1997 wel in groten getale naar Nederland waren gekomen.

In de tweede plaats is de actiebeweging in Nederland – net als de bevolking in het algemeen – niet overmatig geïnteresseerd in de Europese Unie. Nederlandse activisten bezochten de afgelopen jaren maar mondjesmaat protesten bij eurotoppen in het buitenland. Er wordt weinig over het onderwerp geschreven of gediscussieerd. Ook in de aanloop naar het komende voorzitterschap kan niet gesproken worden van een overstelpend grote interesse van actievoerend Nederland in zaken van Europese politiek.

Grote invloed

Dit laatste is begrijpelijk. De Europese Unie zucht onder het imago dat alles wat met haar te maken heeft saai, dor en ingewikkeld is. Europese politiek wordt bepaald door geheimzinnig gekonkel tussen de machtigste lidstaten, besloten overleg binnen de schimmige Europese Commissie en af en toe wat gespartel door het logge Europees Parlement. Bovendien verlopen ontwikkelingen binnen de Europese Unie doorgaans zo moeizaam, dat het voor activisten lastig is er op in te springen. Geen wonder dus dat Europese politiek de harten niet sneller doet kloppen.

Toch zijn er ook redenen waarom Europese politiek juist wel de nodige aandacht zou moeten krijgen van activisten. Een steeds groter deel van het economische en politieke beleid is afkomstig uit ‘Brussel’ of moet vallen binnen door de Europese Unie bepaalde grenzen. Het beleid van de Europese Unie wordt op allerlei terreinen steeds concreter.

Op het gebied van migratie komen er steeds meer gemeenschappelijke afspraken om Fort Europa te versterken. Beleid van de lidstaten moet budgettair binnen de criteria van het EMU verdrag vallen. Een zelfstandig Europees defensiebeleid met bijbehorend leger krijgt steeds meer vorm. Voor onderwijs, economisch beleid of arbeidsmarktbeleid legt de EU steeds meer dwingende maatregelen op. En binnenkort is er waarschijnlijk een heuse Europese Grondwet.

De Europese Unie krijgt dan ook steeds meer kenmerken van een traditionele staat. Nationale staten zullen niet snel verdwijnen, maar boeten wel aan macht in. De invloed van de Europese Unie op het dagelijkse leven wordt alleen maar groter.

Basta

Er zijn dus genoeg redenen om diverse Europese ‘informele’ conferenties die het komende half jaar plaatsvinden, aan te grijpen om te protesteren tegen onderdelen van Europese beleid. Sommige organisaties, zoals Eurodusnie uit Leiden, doen dit vanuit een principiële afwijzing van de Europese Unie als zijnde een enkel op de belangen van economische en politieke elites gericht project. Andere organisaties zullen dit doen vanuit de wens een ‘socialer’ Europees beleid te bereiken.

Een deel van de protesten wordt georganiseerd door organisaties die net als Eurodusnie zijn aangesloten bij het Basta-netwerk. Dit is een netwerk van buitenparlementaire actiegroepen dat zich de komende maanden richt op protesten, maar ook op informatieve en discussie-activiteiten rond het Europese voorzitterschap.

Op 24 april jongstleden werden op een door lokale Basta-groepen georganiseerde openbare bijeenkomst in Amsterdam, de plannen geïnventariseerd. Er werd gediscussieerd over verschillende beleidsterreinen van de Europese Unie, zoals infrastructuur, landbouw, defensie, het vluchtelingenbeleid, de “Lissabon” agenda en de rol van de EU in de WTO.

Ook alternatieven voor het neoliberale beleid van de EU werden besproken. Op deze bijeenkomst waren mensen aanwezig van onder meer Aseed, Wise, SOMO, Corporate Europe Observatory, de “N10” groep uit Groningen, Eurodusnie, Voor de Verandering, Euromarsen, XminY en de Steungroep Maarten.

Plannen

Tijdens deze bijeenkomst werd duidelijk dat in ieder geval bij een aantal ‘informele’ Europese conferenties protesten worden georganiseerd. In het eerste weekend van juli zal met veel poeha, vuurwerk en bobo’s de openingstop van het Nederlands voorzitterschap plaatsvinden in Maastricht. Tijdens deze conferentie van de Raad voor Concurrentievermogen zal de zogenaamde “Lissabon agenda” centraal staan.

Deze in 2000 opgestelde agenda bevat de uitgangspunten van het economische beleid van de lidstaten van de Europese Unie: economische groei, herstructureringen, het bevorderen van de kennis-economie, ‘hervorming’ van sociale stelsels, snoeien in overheidsuitgaven en volledige werkgelegenheid. De meeste bezuinigingsprogramma’s waaronder zoveel Europese burgers te lijden hebben, zijn het rechtstreekse gevolg van deze neoliberale agenda.

Verschillende organisaties, waaronder Rampenplan, hebben de handen ineengeslagen om bij deze Raad voor Concurrentievermogen een kritische bijdrage te verzorgen. Deze zal bestaan uit een tegenconferentie tijdens de openingstop zelf, met een politiek en cultureel programma.

Een andere ministeriële conferentie waarvoor protest wordt voorbereid, is die van Europese defensieministers, op 16 en 17 september in de badplaats Noordwijk. In het statige Huis ter Duin zullen, ongetwijfeld onder strenge bewaking, de Europese defensiemacht-plannen verder worden uitgewerkt.

De plannen voor een Europees leger worden steeds concreter. De EU streeft naar een leger van 60.000 man, dat flexibel over de hele wereld inzetbaar moet zijn om desnoods preventief conflictsituaties te bestrijden. Verder willen Europese politici stijgende defensieuitgaven als verplichting opleggen aan lidstaten die de Europese Grondwet ondertekenen.

N10

Ook voor de Europese conferentie over integratiebeleid, van 9 tot 11 november gehouden in Groningen, worden protestactiviteiten georganiseerd. Een gelegenheidscoalitie van activisten uit Groningen en omstreken, genaamd N10, bereidt protesten voor, waaronder een demonstratie.

Officieel bestaat het Europese integratiebeleid uit mooie zaken als anti-racisme en het ‘bevorderen van maatschappelijke participatie’ van minderheden. Maar het valt natuurlijk niet los te zien van een steeds hardvochtiger vluchtelingenbeleid en een steeds grimmiger beleid ten aanzien van in de EU verblijvende ‘illegalen’ en andere nieuwkomers.

De komende tijd zullen meer details bekend worden gemaakt over bovenstaande evenementen. Het is mogelijk dat er bij andere informele conferenties ook protestactiviteiten zullen plaatsvinden. Sommige activiteiten zijn nog in voorbereiding, of sluiten niet aan bij een bepaalde top, zoals de “anti EU parade”. Deze door het ‘axiekomitee EuNEE’ georganiseerde parade zal op 26 juni door Utrecht trekken.

Naast acties worden er ook inhoudelijke activiteiten voorbereid. Zo organiseert Eurodusnie op zaterdag 5 juni de conferentie “Geen Paniek in Europa”, met deskundige gasten afkomstig uit sociale bewegingen uit binnen- en buitenland.

David Vervoort

Medewerker Eurodusnie

(verschenen in Ravage,  21 mei 2004)